Het oeuvre van Martin Scorsese (2/4)
Het goede werk
18-02-2010 | Kaj van Zoelen | Beschouwing, Het oeuvre van Martin Scorsese
Regie: Martin Scorsese

Vandaag wordt de nieuwste film van Martin Marcantonio Luciano Scorsese , Shutter Island, in Nederland uitgebracht. Zijn 35ste alweer, als je al zijn werk meerekent. Voor mij aanleiding om eens een blik terug te werpen op zijn omvangrijke oeuvre in een serie artikelen. In de komende weken rangschik ik al zijn werk, van zijn minste naar zijn beste films, in brede categorieën opgedeeld. Desalniettemin geldt: hoe lager in het artikel, hoe meer ik de film waardeer. Ik zal de reeks afsluiten met een recensie van Shutter Island, inclusief een overweging waar deze in de rangschikking moet staan naar mijn smaak. Vorige week trapte ik af met het mindere werk van de meester. Deze week bespreek ik:
De goede films van Martin Scorsese
Vanaf nu benader ik de films van Scorsese eigenlijk bijna alleen maar vanuit een positieve houding. Volgende week volgt nog “het betere werk” en daarna de meesterwerken. Hij is niet voor niets één van mijn favorieten, zoniet mijn favoriete regisseur. De “goede films” onderscheiden zich in zijn oeuvre door hun degelijkheid. Van een ander waren het prima films geweest, maar van de hand van Scorsese verwacht ik net wat meer. Enkele films in dit rijtje zijn daarentegen juist films die in de handen van een ander kwalitatief te kort zouden schieten, maar die ondanks de gebreken dankzij Scorsese toch goed zijn.
Il mio viaggio in Italia (1999) staat er dan weer om een hele andere reden in. Op zich is dat namelijk net als zijn eerder gemaakte documentaire over Amerikaanse films een inzichtelijke historische docu over films en filmgeschiedenis, maar ik heb gewoon erg weinig met het Italiaanse neorealisme en de belangrijkste regisseurs binnen die beweging. Helaas voor mij nemen zij de eerste anderhalf uur van deze film in beslag en behandelt Scorsese, duidelijk wel een liefhebber, de verschillende titels vrij uitgebreid. Als het daarna over Visconti, Fellini en Antonioni gaat vind ik het al stukken interessanter worden, maar ik blijf merken dat deze periode (jaren ’40- begin jaren ’60) van de Italiaanse filmgeschiedenis me minder boeit dan de Italiaanse genrecinema die net leuk begint te worden als Scorsese ophoudt met zijn overzicht.

Er is in principe niks mis met Kundun (1997), een verfilming van het levensverhaal van de laatste Dalai Lama, vanaf zijn selectie als klein jongetje tot en met zijn vlucht uit Tibet vanwege de Chinese overname. Scorsese heeft duidelijk veel ontzag voor zijn onderwerp, en brengt de Tibetaanse ceremonies met respect en een voor hem ongewoon ingehouden stijl in beeld. En daar wringt de schoen een beetje. Het voelt meer aan als een hagiografie dan een biografie en mist de gebruikelijke filmische flair van Scorsese. Van vele anderen een puike film, maar Scorsese kan beter. Zijn eerbied voor de Dalai Lama zit een levendigere film in de weg.
Gangs of New York (2002) is daarentegen een echte Scorsese, maar dan eentje met flinke gebreken. Met name de uitwerking van het verhaal en Cameron Diaz schieten enigszins tekort. Tegelijk bevat de film misschien wel de beste rol van Daniel Day-Lewis als Bill The Butcher, die in zijn eentje de film al meer dan de moeite waard maakt. Daarnaast wordt Leonardo DiCaprio volwassen in deze film, hoewel hij niet zo opvalt tussen het acteergeweld van naast Day-Lewis o.a. Brendan Gleeson, John C. Reilly en Jim Broadbent. Erg memorabel zijn naast de scènes die Day-Lewis domineert de bloederige openingssequentie en climax.
New York, New York (1977) is een hele vreemde film, de eerste en laatste keer dat Scorsese puur met genre experimenteerde. Het geheel is vormgegeven als een jaren ’50 Technicolor musical, inclusief overduidelijk neppe sets en uiteraard de liedjes. De Niro is echter niet bepaald op zijn plek in dit universum; zijn relatie met Liza Minelli en hun psychologische uitwerking schreeuwt ‘jaren ’70′. Een mislukt en absurd doch fascinerend experiment dat nooit verveelt.

I Call First (1967) is het speelfilmdebuut van Scorsese dat slechts één screening in Chicago kreeg, waar een jonge Roger Ebert al meteen van onder de indruk was. Scorsese werd gedwongen om een extra seksscène op te nemen (in Amsterdam), waarna de film onder de titel Who’s That Knocking On My Door een grotere release kon krijgen in de V.S.. Ondanks deze compromis is het debuut van Scorsese een goed begin en een intrigerende voorloper op Mean Streets, met de Christelijke geloofscrisis waar Scorsese nog zo vaak films over zal maken en Harvey Keitel in de hoofdrol als de eveneens regelmatig terugkerende gefrustreerde outsider.
A Personal Journey with Martin Scorsese Through American Movies (1995) is die andere, eerder gemaakte docu over filmgeschiedenis, de Amerikaanse wel te verstaan. Deze waardeer ik een stuk meer dan Il mio viaggio in Italia, wat waarschijnlijk veel te maken heeft met dat ik het onderwerp interessanter vindt, vooral als Scorsese het over westerns en films noirs heeft. Het leukste vind ik aan deze vermakelijke vogelvlucht door de Amerikaanse filmgeschiedenis dat Scorsese die vlucht maakt op een geheel eigen pad, wat een behandeling van obscure titels opleverde die voor hem persoonlijk veel betekenen.
The Last Waltz (1978) is in wezen een concertfilm, maar tegelijk een portret van The Band, hun geschiedenis en plaats in de popmuziek via interviews met de bandleden die tussen de optredens door gemonteerd zijn. Hoewel juist ook de nummers en de samenwerkingen met een enorm scala aan artiesten van verschillende achtergronden de interviews complementeren en zo een totaalplaatje scheppen van The Band, tijdens hun laatste concert ooit. Met prachtige muziek en uitvoeringen.

American Boy: A Profile of: Steven Prince (1978) is net als Italianamerican een korte documentaire waarin iemand een aantal anekdotes met Scorsese deelt. Het verschil is dat deze Steven Prince (die een bijrolletje had in Taxi Driver) veel grappiger en boeiender figuur is met een boel leuke verhalen. Hij vertelt onder andere over de keer dat hij een vrouw van een overdosis redde met een adrenalineshot, een verhaal dat bijna in zijn geheel terugkomt in Pulp Fiction. Enerverender nog zijn de anekdotes over de keer dat Steven werd overvallen en de keer dat hij dat voorkwam door zijn aanvaller neer te schieten.
Alice Doesn’t Live Here Anymore (1974) is de film die de producenten die het script van Taxi Driver bezitten ervan overtuigt dat Scorsese de regisseur is waar ze naar op zoek zijn. Het is dan ook een goede film over een vrouw die na jarenlang zich bij het leven neer te leggen haar dromen weer probeert na te jagen en zich niet door het leven en mannen laat verslaan. Scorsese is nog steeds wat dingen aan het uitproberen, hoewel enkele scènes al heel typerend zijn. Het zijn de vele kleine momenten zoals de dialoog tussen Alice en een vriendin in de zon die de film bijzonder maken. Ellen Burstyn wint een Oscar voor haar hoofdrol, eentje die naar mijn mening niet onverdiend is maar eigenlijk naar Gena Rowlands moet gaan dat jaar. Burstyn is niet aanwezig bij de uitreiking en Scorsese neemt de prijs voor haar in ontvangst. Het zal héél lang duren voordat hij zelf een beeldje krijgt.
Volgende week: de ‘betere’ films van Scorsese, waarna tenslotte de meesterwerken volgen.

Forum
Op 18-02-10 om 14:15 #
Ik vind New York New York inderdaad het schoolvoorbeeld van een film die conceptueel erg gaaf is en qua film interessant, maar die niet heel erg goed werkt. American Boy vond ik erg prima, maar visueel niet een van Scorcese’s beste. De verhalen van Steve Prince maken het de moeite waard.
Op 18-02-10 om 14:17 #
het probleem van New York New York in 2 woorden. Liza. Minnelli. wel een mooi begin met die mensenmassa en de rode pijl. (of was dat ‘t einde, misschien allebei)
Op 18-02-10 om 14:22 #
Heb je Italianamerican en American Boy via youtube bekeken, of ben je er op een andere manier aan gekomen?
Op 18-02-10 om 15:07 #
Een andere manier. Staan ze op youtube dan?
@Theo: visueel stelt American Boy inderdaad niet veel voor, maar van zo’n soort film verwacht ik dat ook niet echt.
Op 18-02-10 om 15:17 #
Welke manier? DVD? Torrent? Ze staan op youtube ja.
Ik ben trouwens wel benieuwd wat je allemaal nog gaat behandelen naast de films. Bepaald spul is ontzettend moeilijk te krijgen.
Op 18-02-10 om 15:33 #
Torrent. Privé tracker. Wat bedoel je met “naast de films”? Ik behandel nu toch alleen maar de films? Over welk ‘spul’ heb je het?
Op 18-02-10 om 15:38 #
Nou ja, naast de speelfilms dan. Je behandelt nu ook de shorts, korte docu’s. Made in Milan, Vesuvius VI en Street Scenes zijn bijv. lastig te krijgen.
Op 18-02-10 om 15:48 #
Hmmm… ik vermoed dat ik die bij het selectieproces heb laten liggen omdat ik ze niet kon vinden, en ze daarna vergeten ben te noemen. Vanaf nu komen er eigenlijk nog slechts speelfilms en langere documentaires. Naast die titels die jij noemt kan ik helaas ook niks zeggen over Lady by the Sea: The Statue of Liberty, zijn segment van The Concert for New York City, de pilot van Boardwalk Empire en de aflevering Mirror, Mirror van de serie Amazing Stories. De rest van zijn oeuvre komt nog wel aan bod.
Op 18-02-10 om 16:01 #
Precies, dat zijn de overigen. Al denk ik dat Lady by the Sea en The Concert wat minder relevant zijn om gezien te hebben. Maar de completionist in mij protesteert. ;)
Laten we hopen op een Criterion compilatie, die ooit moet komen.
Op 18-02-10 om 16:09 #
Die tv-afleveringen lijken mij ook niet zo relevant, TV is geen regisseurs medium. Vesuvius VI lijkt me wel interessant.
Op 18-02-10 om 19:48 #
Mirror Mirror kun je wel van mij lenen. Die heb ik op dvd.