Het oeuvre van Martin Scorsese (4/4)
De meesterwerken

Twee weken geleden werd de nieuwste film van Martin Marcantonio Luciano Scorsese , Shutter Island, in Nederland uitgebracht. Zijn 35ste alweer, als je al zijn werk meerekent. Voor mij aanleiding om eens een blik terug te werpen op zijn omvangrijke oeuvre in een serie artikelen. In de komende weken rangschik ik al zijn werk, van zijn minste naar zijn beste films, in brede categorieën opgedeeld. Desalniettemin geldt: hoe lager in het artikel, hoe meer ik de film waardeer. Ik zal de reeks afsluiten met een recensie van Shutter Island, inclusief een overweging waar deze in de rangschikking moet staan naar mijn smaak. Drie weken geleden trapte ik af met het mindere werk van de meester, daarna volgde het goede werk en het betere. Deze week bespreek ik:

De geweldige films van Martin Scorsese
De Engelse criticus Derek Malcolm omschreef geweldige films ooit als volgt: “A great movie is a movie I cannot bear the thought of never seeing again.” Een mooie definitie die waarschijnlijk wel alleen voor filmliefhebbers geldt. Desalniettemin is hij wat mij betreft van toepassing op de onderstaande zeven films, die ik zeker niet voor het laatst gezien heb. Stuk voor stuk zijn het fantastische films die tot de absolute elite van de mogelijkheden van het medium zoals Scorsese dit gebruikt behoren. Ergens is te betreuren dat de recentste titel alweer vijftien jaar oud is, maar wat mij betreft zijn deze films tijdloos en dus deert het niet echt. Heb je een van deze titels nog niet gezien, ga daar dan meteen wat aan doen!

The Age of Innocence (1993)
In een tijd dat de Merchant-Ivory producties de kostuumfilm definieerden en van het genre een reeks mooi aangeklede boeken maakte (in de woorden van Quentin Tarantino: “They ain’t plays, they ain’t books, they certainly ain’t movies, they’re films. And do you know what films are? They’re for people who don’t like movies.”) komt Scorsese met een kostuumfilm die weer leven in het genre blaast. De onderdrukte passie spat van het scherm en hoeft eens niet alleen van de acteurs te komen maar wordt ook benadrukt door het karakteristiek drukke camerawerk, de energieke montage en de muziek van Elmer Bernstein. Niet dat de acteurs hun werk niet doen. Daniel Day-Lewis is zoals altijd ijzersterk als de man die kiest voor een veilig huwelijk dat hem opgelegd wordt door sociale omgangsregels in de bovenklasse van New York in 1870, Michelle Pfeiffer is nooit beter geweest dan de in ongenade gevallen gravin waar hij naar verlangt en Winona Ryder is zelden zo subtiel als de schijnbaar naïeve verloofde van Day-Lewis. Zoals vaker in films van Scorsese is de protagonist een man een outsider die verscheurd wordt door zijn verlangen en plichtsbesef, in dit geval naar zijn sociale kringen en familie toe. De ondraaglijke spanning en twijfel waar zijn personage onder gebukt gaat is goed voelbaar, wat zowel zijn verdienste als die van Scorsese. Tien jaar later werkte ze opnieuw samen, wat resulteerde in één van Day-Lewis’ beste rollen. Laten we hopen dat hij binnenkort weer eens opduikt in een Scorsese.


Mean Streets (1973)
Het eerste meesterwerk van Scorsese barst van de nerveuze energie, de katholieke schuldgevoelens en De Niro’s explosieve doorbraak. Scorsese’s alter ego Charlie (Harvey Keitel) wil een goede man zijn, maar kan zijn werk voor zijn gangsteroom en zijn clandestiene relatie met zijn epileptische nicht niet mee rijmen. Nadat hij verlekkerd naar een danseres heeft gekeken, houdt hij zijn hand boven een vlam om zichzelf te straffen voor zijn zondigheid. Zo zou hij zichzelf nog lang kunnen blijven pijnigen maar zijn interne existentiële en religieuze conflict wordt naar buiten gebracht door het gevaarlijke gedrag van vriend Johnny Boy (De Niro). Zijn intrede in de film is legendarisch: terwijl zijn personage in slow-motion een bar binnenloopt, wordt hij op de geluidsband begeleidt door de eerste tonen van Jumpin’ Jack Flash van de Rolling Stones: “I was born in a crossfire hurricane” – de openingszin slaat zowel op Johnny Boy als Charlie. Het begin van Scorsese lange, vruchtbare relatie met de Rolling Stones en het inzetten van rockmuziek om sfeer te scheppen en indirect commentaar te geven op de beelden.


Casino (1995)
Wordt onterecht vaak gezien als een mindere variant op Goodfellas, hoewel er toch fundamentele verschillen bestaan tussen de twee films en deze de eerdere film eerder aanvult dan kopieert. Daar waar Goodfellas een alternatieve Amerikaanse droom toont en op die manier ook het kapitalisme bekritiseert, is Casino veel directer in zijn kritiek op de leegheid van de droom van de personage. Voor hen is het Las Vegas van de jaren ’70 en ’80 een paradijs dat ze als hun eigen koningrijk beschouwen en leegplunderen. Het levert ze uiteindelijk echter niets op. Sommigen noemen Casino het filmische equivalent van sterke cocaïne: na de extreme high van de bruisende eerste helft volgt de extreme low van de rustigere tweede helft waarin het paradijs verloren gaat. Dat voor hen alleen uit geld bestaat (noem mij een film waarin meer shots van dollars zitten) en nooit gelukkig kan maken. Want geluk speelt geen rol in deze zielloze stad en leefwereld waarin de mensen worden omringd door een glimmende, kitscherige mise-en-scène die hun lege innerlijkheid reflecteert en hen soms zelfs verslindt, een van de sterkste aspecten van de film.


The Last Temptation of Christ (1988)
De beste film over Jezus Christus en de basis van het Christelijke geloof die ik ken. Scorsese’s eerste poging het gelijknamige boek te verfilmen werd financieel onverstandig verklaard onder druk van katholieke belangengroepen die aanstoot namen aan het idee dat Jezus ooit door iets verleid zou kunnen worden. Diezelfde bewegingen protesteerden opnieuw toen Scorses vier jaar later er wel in slaagde zijn visie op het witte doek te krijgen en waren grotendeels verantwoordelijk voor het floppen van de film, ondanks dat ze deze zelf nooit zagen. Naar mijn mening misten zij compleet het punt van de film. Naast dat Jezus nooit echt wordt verleid (op het kruis hangend heeft hij een moment van twijfel, dat wij als visioen zien van een alternatief leven waarin hij meerdere malen trouwt, kinderen heeft en zijn dagen als boer slijt) is het juist zijn menselijkheid die hem ontvankelijk maken voor zulke gedachtes wat hem zo bijzonder maakt. Nooit wordt in betwijfeld dat hij de zoon van God is, maar daarnaast is hij ook een man. Eentje die in eerste instantie twijfels heeft over zijn roeping en die dus op het hoogtepunt van zijn lijden voor de zonden van de mens één moment droomt van een gelukkig alternatief. Dat hij toch kiest voor het lijden en de zelfopoffering ondanks zijn menselijkheid en verleiding, maakt zijn offer juist zo indrukwekkend en doet hem boven die verleiding en menselijkheid uitstijgen. In het geval dat hij geen mens zou zijn en alleen maar goddelijk, dan stelt dat offer veel minder voor in mijn ogen. Neem de menselijke pijn en sterfelijkheid weg, en wat blijft er dan noog over om op te offeren? Als atheïst heb ik doorgaans weinig op met verhalen over Christus, maar Scorsese maakt Jezus een echt persoon in plaats van slechts een symbool, en eigenlijk alleen in deze versie begrijp en voel ik de inspiratie die hij is voor zovelen. Met dank aan Peter Gabriel voor de muziek.


Goodfellas (1990)
Je kan je hele leven hard werken en nooit die zo begeerde Amerikaanse droom bereiken. Of je kan die droom een wapen in zijn snufferd duwen en hem voor jezelf opeisen. Wat hem betreft leeft Henry Hill in Goodfellas die droom. Een alternatieve Amerikaanse droom, maar waarom zou je je hele leven voor een hongerloontje in het zweet werken als het veel sneller en spannender kan? Als gangster kan Henry even van een vrijheid en rijkdom proeven die zijn arbeidersfamilie anders nooit zou zien. Scorsese verleidt je even met een romantisch beeld van het gangsterleven, maar al snel wordt duidelijk dat Henry helemaal geen luizenleventje vol glamour leidt: hij is eigenlijk 24 uur per de kost aan het verdienen op een zeer gevaarlijke en stressvolle manier. Nou had hij daarmee nog een redelijk bestaan kunnen leiden, maar de verleiding van excessen zijn te groot voor Henry, en de excessen van dit alternatieve kapitalistische systeem slokken hem op. Uiteindelijk staat hij stijf van de coke en de stress, wat resulteert in een van de meest memorabele filmsequenties van de jaren ’90. Maar deze climax is niet de enige fantastische scène in de film – die zit er vol mee. Waarin Scorsese telkens weer aantoont het medium film meester te zijn op zijn eigen unieke wijze. Zelfs al was het geen schrijnende analyse van de Amerikaanse leugen, dan nog zou het een genot om naar te kijken en te luisteren zijn, want de montage, het camerawerk en de popmuziek heeft Scorsese zelden beter ingezet.


Raging Bull (1980)
Dit passieproject van Robert De Niro dat ook de passie van Scorsese werd na de zwartste periode uit zijn leven (beheerst door een depressie en een cocaïne-verslaving, die hij beide versloeg met behulp van De Niro en diens overtuiging dat Scorsese deze film moest maken) is de beste biopic en beste sportfilm uit de Amerikaanse filmgeschiedenis geworden. De permanent paranoïde Jake LaMotta is De Niro’s beste rol, niet omdat hij tijdens de opnames 30 kilo aankwam of omdat hij een jaar lang leerde boksen om de boksscènes zo realistisch mogelijk te maken (volgens zijn trainer had hij zelfs een succesvol professioneel bokser kunnen worden), maar omdat zijn LaMotta niet alleen fysiek maar vooral ook mentaal zijn diepgravendste rol is. Intensiever, angstaanjagender en – ondanks de nare inborst van zijn karakter – ontroerender is hij nooit geweest. Scorsese legde zijn worstelingen met zichzelf, zijn madonna-hoer complex dat zijn relatie met zijn vrouw bepaalde en zijn letterlijke gevechten in de ring op wonderschone wijze in helder zwart-wit vast (deels gekozen om het bloed in de gewelddadige gevechten niet teveel te laten afleiden) en kiest zoals zo vaak de perfecte muziek erbij. Met brute eerlijkheid vertelt hij het levensverhaal van Jake LaMotta, van charismatische topbokser tot derderangs komiek in een nachtclub, die zelf geheel schuldig is aan zijn eigen ondergang. En ondanks dat LaMotta een enorme klootzak is die zijn lot verdiend, krijg ik elke keer weer een brok in mijn keel tijdens de scène waarin hij zijn dieptepunt bereikt. Wil je overigens meer weten over hoe de film tot stand is gekomen dan kun je daarover hiereen artikel vinden (met dank aan Sandro voor de link)


Taxi Driver (1976)
De hypnotiserende beelden, de bezwerende muziek… ik voel me vanaf het begin altijd weer helemaal thuis in Travis Bickles persoonlijke hel die New York heet. Niet dat de film over de stad gaat, we zien deze alleen vanuit zijn obsessieve nauwe blikveld. Hét meesterwerk van Martin Scorsese wat mij betreft, waarin hij spanning en sfeer prachtig combineert met psychologische en thematische diepgang, terwijl Robert De Niro bijna net zo goed als in bovenstaande film. Dit keer is hij Travis Bickle, een eenzame Vietnamveteraan die als taxichauffeur steeds geïsoleerder raakt en de samenleving om zich heen ziet verloederen. New York is een vervallen hel vol 13-jarige prostituees, winkeldieven en liegende politici. En de enige die daar wat aan kan en wil doen is een psychopaat die niet begrepen wordt door de wereld en die de wereld niet meer begrijpt. Een soort nachtmerrie-achtige koortsdroom van een film, waarin langzaam wordt opgebouwd naar een verschrikkelijke climax, met een epiloog waar nog altijd het laatste woord niet over gezegd is. Bernard Herrmann verzorgde de bedwelmende muziek, en stierf enkele uren na de laatste opnames daarvan. De sleutelscène is die waarin Travis wordt afwegezen door een vrouw via de telefoon. De camera draait weg en toont ons de lege hal naast de telefoon en Travis. Voor Scorsese is Travis’ eenzaamheid, zijn onvermogen om een connectie te maken met de wereld om hem heen en vrouwen specifiek, zo pijnlijk dat hij het niet kan laten zien en toch tegelijk met die lege gang de eenzaamheid nog eens benadrukt. Terwijl Scorsese geen enkele moeite heeft om het brute geweld aan het eind uitgebreid (doch ook op confronterende wijze) in beeld te brengen. En daarin heeft hij gelijk: Travis’ interne wereld is een veel pijnlijkere dan zijn externe. En zo is het bijna altijd met de outsiders die Scorsese’s films bevolken, die niet in het reine kunnen komen met hun eigen impulsen en moeite hebben met hun omgeving en wat die van hen vereist. Travis Bickle is daar het schrijnendste en beste voorbeeld van.


Onderwerpen:


4 Reacties

  1. Erwan

    He, ik kan me erg goed vinden met je laatste lijst. Je top drie komt precies overeen met de mijne en ik ben erg blij dat je “Casino” ook zeer kan waarderen. Naar “The Last Temptation of Christ” ben ik reuze benieuwd en ik kan niet wachten totdat ik hem over anderhalve week in Kriterion ga bekijken!

  2. Kyrill

    Benieuwd geraakt naar The Age of Innonce en The Last Temptation of Christ!
    Mooie analyses van de films Kaj =)
    Alleen ligt het aan mij of heb ik bij geen een van je artikelen nog The Departed tegengekomen? Of was dat bij de een na laatste?

  3. Sandro

    Innocence en Temptation heb ik nog niet gezien. Gaat wel gauw gebeuren, want ik ben van plan al z’n speelfilms in de nabije toekomst in chronologische volgorde te bekijken. Van Casino was ik de eerste keer niet zo weg, maar ik heb het vermoeden dat een herkijk daar wonderen gaat doen. Raging Bull is een meesterwerk, maar ik heb daar net niet die klik mee. Taxi Driver is uiteraard zijn absolute meesterwerk.

  4. Pascal

    Casino viel mij de eerste (en tot nu toe enige) keer ook ietwat tegen. Innocence en Temptation heb ik ook nog niet gezien maar ik ben er zeer benieuwd naar.
    @Kyrill jawel The Departed staat er natuurlijk gewoon bij, vorige week.


Reageer op dit artikel