IFFR 2010 Dag 10
Crying With Laughter; The Sentimental Engine Slayer; My Son, My Son, What Have Ye Done; Lebanon; Life During Wartime

7 februari 2010 · · IFFR 2010

MSMSWHYD

Het tweede en laatste weekend van het filmfestival heeft zijn intrede gedaan, wat ertoe leidt dat dit het laatste artikel is in de IFFR reeks. De vijf laatst geziene films vormen een bitterzoet einde, met zowel de beste als de slechtste film van het festival. Met de nieuwe Solondz en Crying With Laughter eindigt het festival niet enkel qua niveau van de films bitterzoet, ook de films zelf maken soms vreemde sprongen met emoties, en dat niet altijd in positieve zin.

Donderdag begon mijn tweede IFFR-week met Crying With Laughter. Een raar samenspel van humor en tragiek, dat niet geheel uit de verf komt. De film verhaalt over een cabatier die onvrijwillig met trauma’s uit zijn jeugd geconfronteerd wordt. Verdieping in deze zaken ontbreekt nog al eens, en de humor voelt vooral erg wrang aan. De rauwe filmstijl en het sterke acteerwerk maken de film nog het kijken waard, maar verder is het allemaal niet erg memorabel.

Na deze tegenvaller toch nog maar even de Daily Tiger opengeslagen, op zoek naar een tweede film, om de donderdag toch nog met een tevreden gevoel af te sluiten. Eenmaal ontdekt dat Omar Rodriguez-Lopez (bekend met zijn eigen gitaarmuziek en als deel van The Mars Volta) zich aan het filmmaken heeft gewaagd, leek er geen andere keus. Zijn hoge productietempo zorgt in de muziek al voor wisselvallige albums, maar ook zijn film heeft er onder te leiden. The Sentimental Engine Slayer moet een psychedelische trip zijn, althans, alles wijst daarop, maar het is een slecht geacteerde, amateuristische film. Potentie heeft het, ergens diep verscholen, maar de man mag zich best wat meer verdiepen in het medium film, voordat de filmkijker het zelf ook eens kan zijn met zijn zelf getrokken vergelijking tussen hem en Fassbinder.

De vrijdag bracht mij grote vreugde, al voor dat ik überhaupt een film zag. De gedachte om mijn tweede Herzog op het festival te zien, deed me deugd, want na The Bad Lieutenant kon ik niet wachten op de tweede op het IFFR draaiende speelfilm van zijn hand. My Son, My Son, What Have Ye Done werd al door velen de hemel in geprezen, en ook ik ben daar geen uitzondering op. A David Lynch production, directed by Werner Herzog kan bijna alleen nog maar tegenvallen, wanneer twee van je favoriete regisseurs zijn belangrijk aandeel vormen in de film. Maar godzijdank, dat deed het niet. De invloed van beiden is zeer sterk aanwezig.

My Son, My Son, What Have Ye Done vertelt het verhaal van een zoon die zijn moeder vermoordt, een daad die hem door God ingegeven wordt, vervolgens twee ‘personen’ gijzelt en het via een wat vreemde trukendoos de politie lastig maakt hem uit zijn huis te krijgen. De precieze aard en reden van zijn daad wordt via flashbacks duidelijk gemaakt. Een aardig plot voor een middelmatige film, maar dankzij Herzog’s droogkloterij, absurdisme en gevoel voor nonsense, werkt de film enorm op zowel de lachspieren als de verbeelding.

Volgens Herzog heeft David Lynch enkel zijn naam aan de film verbonden en verder geen invloed uitgeoefend op dit toch bijzonder Lynchiaanse familiedrama. Wellicht moeten we dit met net zo’n grote korrel zout nemen als Herzog’s ontkenning van het remaken van Ferrara’s Bad Lieutenant…

De grote tegenvaller werd ook door de vrijdag gebracht. Het alom geliefde Lebanon was naast een indringend gefilmd portret van een handvol dienstplichtigen in een tank eigenlijk niet zoveel waard. Van opbouw was weinig sprake, waardoor het wel en wee van de soldaten mij vooral koud liet. De vergelijking met Das Boot is snel getrokken, maar waar die film er de tijd voor neemt, krijgen we in Lebanon direct zwaar geschut voor onze kiezen; emotioneel geschut, en na anderhalf uur vol tranen, 7UP en landjepik in de tank, staan we weer buiten de bioscoopzaal. Ik kon er uiteindelijk weinig meer in zien dan een aardig portret van wat er binnen in een dergelijke tank gebeurd, maar de zaal sprak anders: massaal werd het formulier van de publieksrating op 5 sterren afgescheurd.

Mijn slotfilm werd Life During Wartime, de nieuwe Todd Solondz, dat eigenlijk gewoon een vervolg is op zijn succesnummer Happiness. De rollen worden allemaal door anderen vertoond (hierbij tevens niet lettend op de kleur van het personage), maar zowel de thematiek als de relaties zijn hetzelfde. Minder scherp, maar desalniettemin nog altijd zeer sterk in het dialoog, bewijst Solondz opnieuw de nar van de depressie te zijn. Pedofielen, hijgers, homo’s en joden; het komt allemaal weer aan bod, waarbij het cynisme tot in het verre wordt doorgevoerd. Nieuw is het allemaal niet, maar Solondz blijft Solondz, en Life During Wartime vormt daarmee misschien wel de perfecte balans voor een filmfestival als dat van Rotterdam. Een hoop narigheid en een hoop humor, en dat allemaal tezamen in één film.

En dat was het weer. Het IFFR 2010 is ten einde gekomen, en gezien het publieksfavorietenlijstje heb ik een hoop moois gemist – alhoewel dat lijstje ook niet altijd een garantie is voor mooie cinema. Reikhalzend kijken we weer uit naar het IFFR 2011, de tijgerpas kan besteld worden.

Lezers, bedankt voor het volgen van de artikelen omtrent het IFFR, onze Twitter en Facebook feeds. Vanaf nu zullen de reguliere blogposts het blog weer vullen.



3 Reacties

  1. wietske

    goed beschreven

  2. Kyrill

    Mooie beschrijvingen Chris! Hoe speelde Michael Shannon in de film? Is het terecht een groot talent? Ik vind hem in Revolutionary Road in ieder geval al elke scene stelen waarin hij speelt!

  3. Jordi

    Michael Shannon in “My Son, My Son…” was gewéldig, als ik even zo vrij mag zijn :) Hoewel ik de aanblik van moeder Grace Zabriskie in de freeze (zie Chris’ still) voorlopig niet zal vergeten… Meesterlijk absurd kunststukje!


Reageer op dit artikel