IFFR 2010 dag 8
C’est Déjà L’été en Mundane History
05-02-2010 | Bram Ruiter | Filmfestival

De afbeelding hierboven symboliseert best wel mooi mijn gevoel naar het festival dit jaar. Hoewel de aanhoudende sneeuw nog altijd door mij werd bejubelt (er is niets mooiers dan vanuit de trein het witte landschap aan je voorbij zien trekken) was de opwarming van Nederland en de daardoor onstaande waterige drap een werkelijke nachtmerrie. Met name het Schouwbugplein was in een nacht keihard vriezen omgetoverd tot een ijsbaan dat slapstick-achtige taferelen opleverde. Wanneer je ’s ochtends dan niet was gevallen, stond je ’s middags wel weer met je poten in de smeltsneeuw. Daarbij bezocht ik het festival een dag langer, met het doel wat rond te hangen met regisseur Raya Martin (die ik zondagavond had gesproken na al eerder wat internetcontact te hebben gehad), maar de beste man liet, op enkele SMS’jes na, niets meer van zich horen of zien. Bedroevend.

De beschrijving op de website noch de foto’s had ik nodig om deze keuze te maken. Jonge hond Martijn Maria Smits had mij met zijn intense familiedrama Anvers het afgelopen Nederlands Film Festival enorm in mijn hemd gezet. Binnen veertig minuten bereikte Smits die intense ongelukkigheid waar de gebroeders Dardenne anderhalf uur voor uittrekken. En die vergelijking is niet zo heel gek. Immers, Smits greep voor Anvers een talentvolle cameraman die de 16mm camera ten alle tijden op zijn schouder droeg waarmee de verdere ondergang van een Vlaams sprekend gezin werd geregistreerd. Het enige verschil was het gebruik van muziek en de duidelijke breuken tussen fictie en werkelijkheid doormiddel van een loeistrakke montage.
In C’est Déjà L’été hanteert hij dezelfde narigheid, maar omarmt hij ditmaal de lelijke kanten van video. Hij moest wel, gaf hij toe. Het budget was minimaal en zijn plannen met het Waalse gezin waren groots. Als de film vordert zien we dat het gezin waar we kennis mee hebben gemaakt uit elkaar is gedreven en ieders zijn eigen leven leidt. Vader is een werkloze nietsnut, dochter is een jongen moeder wiens man in de gevangenis zit en zoonlief is een veertien jarig knaapje dat door de losbandige omgeving is gevormd tot een herrieschopper. Allemaal verlangen ze naar liefde en erkenning, allen verlangen ze naar het leven dat ze ooit eens hadden of zouden willen hebben.
Het nadeel hiervan is, is dat de film een soort prekerige toon krijgt. Elke scène die wordt ingezet heeft als doel de situatie te verslechteren en het publiek zich nog misselijker te laten voelen. Ik kan me nog herinneren dat Ricardo vorig jaar een recensie schreef over Precious en het exploiteren van het menselijke drama. Dit is zo’n film. Een film die vanaf moment een als doel heeft zijn kijkers te laten wegrotten in schaamte en het medelijden als een mes op de keel wordt gezet. Dat werkt bij een korte film van veertig minuten. Dat werkt wanneer er daadwerkelijk een plot is dat de personages in beweging houdt (L’enfant). Maar op ongeveer de helft van C’est Déjà L’été voelt elke nieuwe scène als een zeurderige preek waar geen einde aan komt. Het wordt een herhaling, vol scènes die korter en daardoor krachtiger hadden kunnen zijn. Het einde, waarbij de beweegredenen of eindpunten van zoon en vader worden verduidelijkt, maakt een hoop goed. Maar het exploitante gedrag blijft een reden waarom C’est Déjà L’été eigenlijk best wel tegenviel.

Een eenvoudig verhaal over de aarzelende toenadering tussen een verbitterde invalide en zijn nieuwe verpleger is de opmaat naar een hallucinerende meditatie over onze plaats in de kosmos. Indrukwekkend en mysterieus als het bestaan zelf.
Mundane History is een rare film. Een van de eerste shots toont de invalide jongen op bed, waarna het beeld onscherp gaat en de ingezette post-rock muziek naar zijn crescendo toewerkt. Het is een heel intens moment dat veel beloofd. Dan knipt de jongen regisseuse weg en zet het verhaal in, waarin duidelijk moet worden met welke personages we te maken hebben. Echter, na enige tijd ervaren we hetzelfde intense moment als hierboven beschreven en knippen we dit keer naar de credits. En daarna duurt het weer een tijdje voor we getrakteerd worden op het hoogtepunt van de film.
Toegegeven, er wordt veel gevraagd van de kijker. Het enige dat het nogal weinig op poten staande verhaaltje hooghoudt is de montage, die op non-chronologische wijze allerhande scènes met elkaar verbindt. Het blijkt echt een troef te zijn, waardoor de kijker zich bezig kan houden met de mysteries die hierdoor worden gemaakt, want zonder dat zou er wel bizar weinig te beleven zijn. En dat zorgde ervoor dat ik, buiten die intense momenten om, toegaf aan het feit dat ik een vrij matige en typerende wereld cinema film aan het kijken was. Ik gaapte, keek op mijn horloge, keek eens opzij naar forumgebruiker Verhoeven en we knikten instemmend dat we ons verveelden.
Totdat uit het niets de kosmos explodeert, we door ringen van licht vliegen en het ontstaan van een nieuwe ster meemaken. Uit het niets meet de film zich qua structuur aan 2001: A Space Odyssey, met filmische uitstapjes naar psychedelische beelden uit de ruimte en thematische elementen als wedergeboorte en het ontstaan van alles. Vanaf daar raakten we terecht in een film die beter was dan de gemiddelde wereld cinema, die heel eventjes voorbij alles streefden van wat we eerder hadden gezien. Af en toe keren te terug naar de invalide en zijn verpleger, waarna de regisseuse de oorzaak van de verlamming niet blootlegt, maar wel strest. Plotseling is alles wat we zien interessant en mooi en geen moment weet de film meer te vervelen.
Of de eerste helft, dat zo lang duurde, nu een meewerkende kracht was aan de kwaliteit van de tweede helft weet ik nog steeds niet. Was het noodzakelijk ons te vervelen met drie kwartier niets? Nog altijd heb ik geen idee. Maar wat ik wel weet is dat Mundane History een van de meest intense en intrigerende films is die ik de afgelopen drie IFFR jaren heb gezien. Het is er zo’n eentje die er een tijd over gaat doen om op zijn plaats te vallen en misschien een tweede keer nodig heeft om hem te kijken. Te ervaren. Want dat was het voornamelijk: een ervaring.
En daarmee eindigt mijn IFFR avontuur van dit jaar. Nog altijd heeft Raya Martin geen contact met me opgenomen en betreur ik het feit dat ik films als Ruhr, Valhalla Rising en Trash Humpers heb moeten missen, maar kan ik wel zeggen dat ik wederom blij ben toch weer mijn zuurverdiende zakcentjes eraan heb uitgegeven. Want ook voor het IFFR geld dat het niet iets is om te zien, maar om te ervaren.

Forum
Op 11-02-10 om 16:20 #
Gelukkig kun je Valhalla Rising later dit jaar op DVD zien en is het complete werk van James Benning te downloaden.