IFFR 2010 dag 9
Fantastic Mr. Fox, Videodrome, The Temptation of St. Tony, Police, Adjective & Sai Yoichi

6 februari 2010 · · Filmfestival + IFFR 2010

Gisteravond concludeerde ik met enkele andere vaste bezoekers dat de festivalblues één dag voor het einde er toch weer was ingekropen. De hele dag films kijken is hartstikke leuk, maar na bijna anderhalve week van toch aardig wat serieuze films zit de klad er een beetje in en slaat de vermoeidheid toe. Vanochtend had ik echter nergens meer last van, dankzij Fantastic Mr. Fox. Na deze heerlijke nieuwe film van Wes Anderson kon ik er de rest van de dag weer prima tegenaan. Niet dat ik daarvoor overigens een slechte dag had, met o.a. een zeer verrassende Tiger nominatie en een favoriete klassieker op het witte doek.

Wes Anderson kan weinig fout doen bij mij, en heeft dat in mijn ogen ook nog niet gedaan. Zijn vorige film voelde wat overbekend aan, maar dat deerde mij niet enorm. Zijn nieuwste is aan de ene kant een typische Wes Anderson, maar biedt ook veel nieuws. Het is bijvoorbeeld een stop-motion animatie film, en doordat Anderson zich baseerde op het bekende jeugdboek van Roald Dahl was hij toch gebonden aan zijn bron waardoor zijn gebruikelijke thematiek minder aanwezig is. Desondanks heeft Anderson flink gesleuteld aan het verhaal van Dahl, door o.a. zich te baseren op het oorspronkelijke manuscript. Dus is Mr. Fox zelf een typische Anderson hoofdpersoon – een familiehoofd dat moeite heeft met zijn familie intact te houden – maar in een vroeger stadium dan Royal Tenenbaum of Steve Zissou. De prachtige details, het typerende camerawerk, de droge humor en lichte tragiek hebben we ook eerder gezien, maar Anderson geeft er toch net weer een frisse draai aan. Heerlijk, zoals altijd.

The Temptation of St. Tony was gisteren voor mij dé verrassing van het festival. Van de meeste andere films die mij bevielen had ik dat ook wel verwacht, maar van St. Tony wist ik van tevoren niets. Waar de film over ging weet ik nog steeds niet precies, maar vermoedelijk heeft de tocht die de Estse Tony doorstaat iets te maken met de Heilige Komedie van Dante en diens negen lagen van de hel. Wat wel buiten kijf staat is de superbe surrealistische sfeer. Niet voor niets werd aan het eind van de aftiteling Luis Bunuel bedankt. Daarnaast deed de film ook een beetje denken aan het vreemdere werk van Lynch en qua humor heel af en toe aan die van Roy Andersson. Toch is het een film als geen ander.

De vrijdagavond sloot ik af met Cronenbergs meesterwerk Videodrome, die ik nu voor de vierde keer in vier jaar zag. Op het grote scherm was het een heel nieuwe ervaring. Hier en daar een spikkeltje en een streepje, maar verder was het een wonderschone print. Nog nooit zag ik de film zo helder. Hulde aan de programmeur die besloot deze persoonlijke favoriet van mij te draaien, hoewel ik hem nu eigenlijk eens op video zou moeten kijken. Aan impact en actualiteit heeft de film in ieder geval nog niet ingeboet.

Zaterdagmiddag zag ik ook nog de uitstekende Roemeense film Police, Adjective. Hij kwam wat langzaam op gang en de ellenlange scènes waarin de hoofdpersoon zijn verdachten schaduwt duurden soms écht wat te lang, hoewel dat natuurlijk ook de bedoeling was. De eindscène was echter zo geniaal dat ik de eerdere irritatie volkomen vergaf en vergat. De humor die af en toe door het serieuze verhaal heen sijpelde, kwam aan het eind tot volle wasdom en maakte een scherpe satire over politiewerk, bureaucratie en het volgen van de regels tot op de letter van de uiteindelijk toch nog sterke film.

Minder onder de indruk was ik van het werk dat ik van de Japanse Koreaan Sai Yoichi zag de afgelopen dagen. Zowel Blood and Bones als Soo waren nogal onsamenhangend en misten een punt. Gohatto was nog best goed te doen, maar dat is dan ook een film van Oshida waarin Sai Yoichi slechts een bijrol speelt.

Voor mij zit het festival er weer op. Morgen bericht Christiaan nog over zijn laatste belevenissen. Maar voordat ik afsluit, moet er bij mij natuurlijk een lijstje komen. Eerst wilde ik me beperken tot een top vijf, aangezien ik in totaal eenendertig films zag (tijdens of voorafgaande aan het festival). Toen zag ik dat meer dan tien films met vier uit vijf sterren of hoger waardeerde, en heb ik de lijst toch maar uitgebreid naar tien. Daarbij heb ik (oude) films die ik al gezien had buiten beschouwing gelaten (Videodrome en Dial M For Murder om precies te zijn), maar oudere films die ik op het festival voor het eerst zag wel meegenomen, omdat ze voor mij wél echt bij de festivalervaring hoorden. Dit is hem geworden:

01. Valhalla Rising (Refn, 2009, Denemarken)
02. A Brighter Summer Day (Yang, 1991, Taiwan)
03. Symbol (Matsumoto, 2009, Japan)
04. The Temptation of St. Tony (Õunpuu, 2009, Estland)
05. Bad Lieutenant (Herzog, 2009, VS)
06. Mother (Bong, 2009, Zuid-Korea)
07. Los viajes del viento (Guerra, 2009, Colombia)
08. The Fantastic Mr. Fox (Anderson, 2009, VS)
09. Lebanon (Maoz, 2009, Israël)
10. Police, Adjective (Porumboiu, 2009, Roemenië)



1 Reactie

  1. Erik Hagen

    Held. :-) Mooie top 10.


Reageer op dit artikel