IFFR 2010 dag 5
Content en Independencia
02-02-2010 | Bram Ruiter | Filmfestival, IFFR 2010
Regie: Chris Petit, Raya Martin

Het was voor het eerst dat ik, voordat het programma überhaupt online ging, precies wist wat ik wilde gaan zien. Het IFFR comité was enkele weken ervoor al begonnen met het druppelen van informatie en gulzig hing ik onder hun kraan. Daarbij werd ik dankzij het notitieblokje van The Auteurs bijpraat over eventuele films die nog zouden worden aangekondigd. Weinig verassing dus, hoewel de afwezigheid van een Lawlor/Molloy film (alwaar ik twee jaar geleden de briljante short Joy van zag) en Picture Start (een documentaire van cinematograaf Christopher Doyle die bestaat uit beelden die voor en na een desbetreffende scène uit talloze films werden opgenomen) toch wel enigszins moest betreuren. Niettemin leek mijn derde keer het hoogtepunt te worden, totdat ik mijn portemonnee verloor en gedoemd was met enkel Kruidvat-kaartjes in het weekend voor vier films op en neer te reizen. De eerste helft werd getekend door Content en Independencia, twee totaal tegenover gestelde films die je ook nergens anders verwacht te zien.

Dertig jaar geleden maakte Chris Petit Radio On, dat nu wordt beschouwd als een klassieker in het genre van de roadmovie. Zijn nieuwste film Content is een ambiënte 21e-eeuwse roadmovie, een associatief filmessay dat eerder is gebaseerd op de trance-achtige toestand van autorijden dan op de lineaire ontwikkeling van de weg van begin naar eind.
Ambiënte, roadmovie, trance-achtige toestand van autorijden, een suggestie dat we te maken hebben met een non-lineaire film, het klonk allemaal geweldig. Daarbij verzegelde de afbeelding boven de beschrijving mijn lot, ik moest en zou deze film moeten zien. Het enige woordje waarmee ik in de knoop lag en vreemd genoeg meteen na het lezen was vergeten bleek ‘filmessay’. Het is precies wat je denkt dat het is: een essay ondersteund door filmbeelden. Ik maakte twee jaar geleden kennis met het genre via Godard’s ongrijpbare Notre Musique, waarna ik mezelf worstelde door Chris Marker’s Sans Soleil en vorig jaar rond deze tijd het intrigerende Of Time And The City aanschouwde, een zeer persoonlijke vertelling van regisseur Terence Davies’ jeugd.
Maar het woord bleef niet hangen bij Contents beschrijving. Dus nadat het licht werd gedimd en ik vol jolijt me eindelijk weer in het slecht gezetelde Cinerama bevond zag ik hoe een klein jongentje op ambiënte muziek door een woestijn rende. In slow motion. Een prachtig beeld om de film mee te openen. De muziek verdween, een stem doemde op, waarna een credit sequentie volgde en ik hoopte een soort narratief te krijgen van de man, zijn scheiding en het jongentje dat zijn zoontje bleek te zijn.
Nee. Zeven en zeventig minuten lang luisterde ik naar de stem van een vermoeide oude man die op een cynische wijze de nieuwe media aanpakte, prees en afzeek. We zien schokkerige YouTube filmpjes, wat Apple programma’s en ontelbaar veel wegen, waar de man van de stem en zijn zoontje overheen rijden. Na een half uur verwachtte, nee, hoopte ik op een einde, erachter komend dat ik nog ruim drie kwartier moest blijven zitten. Ten tijde van “I Google, therefore I am. You YouTube, therfore you are” had ik de moed opgegeven nog iets positiefs over de film te willen zeggen.
Het gros van zijn woorden waren pretentieuze non-argumenten van iemand die te lang in een quasi-filosofische nieuwe media studie is blijven hangen. Ondertussen probeert hij iets van symboliek met zijn semi-electronische-glitch-muziek, dat her en der wat wegheeft van een levensmoede AGF, en zijn de observaties over relaties en liefde in die YouTube filmpjes niet om binnen te houden. Een geinig detail: op zondag sprak ik kort met Jordi Wijnalda die mij wist te vertellen dat de volledige zaal was leeggelopen tijdens een persvoorstelling van dezelfde film.
In een woord? Vermoeiend.

Knappe en ingenieuze film die de stijl van de vroege Filippijnse cinema imiteert: in de studio gedraaid met geschilderde decors als achtergrond, in zwart-wit en lekker melodramatisch. Uitstekend geschikt voor het verhaal van de Amerikaanse bezetting van de Filippijnen, begin twintigste eeuw.
Mijn beweegreden was echter dit keer niet de bovenstaande afbeelding en beschrijving, maar de naam achter de film. Afgelopen jaar had de destijds 24 jaar oude, Filippijnse Raya Martin mij verrast met Now Showing, een viereneenhalf uur durend meesterwerk over het opgroeien van een jong meisje en een filmmaker. Ik benoemde het epos mijn favoriete film van 2009.
Inmiddels is Raya Martin 25 jaar oud en vertoond overal vol trots zijn interpretatie op het verloren archief van de Filippijnse cinema. Immers, de meeste films zijn ten tijde van de Amerikaanse bezetting gesneuveld en zodoende mist het land een rijk gevulde visuele geschiedenis. Martin besloot dus de touwtjes zelf in handen te nemen en Independencia te maken.
De haast plotloze film verteld wat over een moeder en een zoon die de jungle invluchten, waarna moeder sterft en het narratief voortborduurt op de zoon, zijn vrouw en zijn jonge kind. Maar wederom is het niet dit aspect dat de meeste aandacht opeist. Als eerste is daar de imitatie jungle, een orgie van kunststof bladeren, plastic takjes en piepschuimen bomen. Regelmatig wordt de actie onderbroken door een blik in de jungle. De bladeren bewegen in een briesje, het gehoor wordt gevuld met krekels en geritsel, maar het blijft een artificiële jungle, waarvan het geschilderde uitzicht niet overeenkomt met het perspectief van de decor stukken. Ondertussen kraakt en ruist de film van een jewelste en moet er bij de overgang naar een andere scène even worden overgeschakeld op een ander geluidsfragment, dat met nog meer gekraak en geruis wordt voltooid. De krakkemikkige kwaliteit van de imitatie is echter zo briljant doordacht, dat het werkelijkheid wordt. En die artificiële werkelijkheid heeft een paradoxale kracht, waar ik als kijker volledig in werd meegesleept. Alles wijst op een film die gemaakt werd in een tijd toen film zijn technische adolescentie had bereikt.
Dat het narratief op een trage manier wordt uitgevouwen is ook een product van de imitatie. Kijk voor de grap eens naar de snelheid van Tokyo Monatagari en Ikiru, beide prachtige films die zichzelf vreselijk traag voortbewegen. Het is allemaal onderdeel van het tijdsbeeld.
Niettemin schiet de film wel flink tekort op de inhoud van dit narratief. De kruipende bewegingen zijn dan voor lief te nemen, maar buiten de faux jungle en een ongelofelijk grappig intermezzo waarin een jong ventje wordt neergeschoten door een Amerikaan is er bijzonder weinig te beleven. Martin stelt zijn publiek echt hard op de proef door minutenlang geen ontwikkeling te tonen zonder ook maar een uitzicht op überhaupt een ontwikkeling. Af en toe vindt er daadwerkelijk wat plaats, maar ook dat is niet onderhoudend genoeg om de kijker zo lang te laten zitten. De 77 minuten die de film dan duurt voelen daardoor wel heel erg lang.
In een woord? Vakmanschap.
Vrijdag versla ik de andere helft van mijn minuscule IFFR avontuur.

Forum
Op 11-02-10 om 16:05 #
Na het lezen van je stuk over Content kan ik je Lukas Moodyssons Container zeker aanraden. ;)