Kijkmoe
Een lamento (van tijdelijke duur)

25 juni 2010 · · Column

http://i521.photobucket.com/albums/w335/FLigthart/Florence241-1.jpg

We hebben allemaal wel eens dat onze passie of ons dagelijks werk voor de kost, dat normaal gesproken op gezonde wijze uit het eerste voortvloeit, tijdelijk tegen valt. Het plezier ontbreekt en zelfs de zin erachter lijkt dan zoek. De context betreft hier vanzelfsprekend het medium film, dat voor mij eigenlijk nooit onder druk heeft gestaan als stimulans en vorm van ontspanning. Wanneer mijn vrienden klagen dat ze even niet de prikkel kunnen vinden om de zoveelste gedoodverfde klassieker of nieuwste bioscoopfilm te willen zien, trek ik daarbij vaak mijn wenkbrauw op en kan ik moeilijk in die terneergeslagen houding komen. Voor mij het kijken sinds jaar en dag altijd een natuurlijke bezigheid geweest als een prangende interesse in de wereld en het verleden. Alleen nu komt de aap uit de mouw: deze maand heb ik nog helemaal niks gezien – een dubbel gevoel. Ik zal het uitleggen.

Er zijn denk ik twee verschillende verklaringen. Enerzijds zijn het externe invloeden, anderzijds interne strubbelingen. Om te beginnen met de momenten buiten die afgelopen tijd de aandacht hebben opgeëist. Ik kwam eind mei ten eerste in een tentamenperiode terecht. Terwijl ik met mijn neus uren lang in de boeken zat (de studie geschiedenis vergt monnikenwerk aan boeken en artikelen lezen), daalde mijn concentratie voor films zienderogen. Alleen de bioscoop was nog steeds de donkere oase voor zintuiglijke afdwaling, maar ’s avonds laat of als tussendoortje trok ik geen bewegend beeld meer van langer dan vijf minuten. Zou dit tevens de schuld zijn van de hedendaagse op youtube afgestemde aandachtsspanne? Nadat het laatste werkstuk en daarmee twee weken aan stress waren ingeleverd volgde een verkwikkende vakantie van enkele dagen in Florence. Even nergens aan denken dan aan de zon, de renaissancecultuur en de buitensporige toeristenprijzen (een flesje Heineken voor vijf euro!).

Weer veilig geland in Nederland en de koude buitenlucht met grijze overdekking vervloekend, had ik van mezelf verwacht dat ik thuis als een getrainde duurloper weer mijn oude filmtempo zou oppakken. Het bleef echter uit, wederom door een kracht van buitenaf: een kleine verhuizing van flinke inspanning. Nadat ik onder andere een kakkerlakkenbroedplek van Cronenbergallure onder mijn koelkast had verwijderd, en me eindelijk volledig ontsmet – helaas met deels succes – geïnstalleerd had in mijn nieuwe woning, voelde ik me nog steeds kijkmoe. Ik lag voornamelijk voor apegapen op de bank naar de tegenvallende groepswedstrijden van het WK te staren. Deze externe motieven aflopend kan ik stellen dat ik het druk had afgelopen weken, maar zelfs dan verbaast het me dat ik werkelijk helemaal niks gezien heb, aangezien ik me zelfs in de meest drukke omstandigheden heftig voel aangetrokken om mijn dagelijkse filmliefde te beantwoorden. Zouden interne wrijvingen meer licht op de zaak doen schijnen?

Als ik mezelf afvraag waarom ik iets wil zien, is er een goed motief nodig. Lang heb ik daar nooit echt om gemaald, maar het heeft zich als een tweestrijd van dubbele betekenis ontvouwen. Ten eerste begint het steeds meer aan me te knagen dat wanneer ik iets kijk er na afloop verder niks mee doe: de ervaring van het consumeren zet ik nauwelijks nog om in een persoonlijke reflectie van productie. Door het niet schriftelijk uiten van de emoties en gedachtes bij filmervaringen laat ik steeds langer mijn gedachtes ronddwalen om ze vervolgens verloren en eenzaam achter te laten in het donkere oerwoud van mijn onbewuste. Ik wijs ze vrijwel nooit meer het verlichte pad op richting het open veld waar iedereen zich verzamelt en uitspreekt. Veelvuldig en veelzijdig consumeren is niet negatief, maar het positieve aspect schuilt toch in de argumenten van onderbouwing waarmee je de consumptie verantwoordt. Ten eerste aan jezelf, want hersenloos consumeren is ons dagelijks tijdverdrijf per uitstek. Is het echter broodnodig om jezelf elke keer te moeten uiten of verantwoorden?

Deze vraag laat ik even in het midden, want ik wil als laatste nog de tweede interne strijd aansnijden: interesse. Film is natuurlijk maar één medium. Afgelopen tijd heb ik gemerkt dat muziek en boeken veel flexibeler werken als vorm van voldoening en ontspanning. Want een film kijken blijft toch vaak anderhalf uur of langer geconcentreerd naar een scherm staren, terwijl je een boek oppakt en weglegt wanneer je dat uitkomt en muziek evenzeer met een druk op de knop kan laten schallen of doen smoren. Bovendien hebben deze twee mediums ook niet minder te bieden in de vorm van intellectuele prikkels. Muziek beschouw ik bijvoorbeeld per uitstek als het medium waarin het meest geëxperimenteerd kan worden, terwijl film toch negen op de tien keer vrij traditioneel blijft in zijn vertrouwde opzet. Boeken bieden daarnaast vaker stof tot nadenken dan film dat zich eerder laat slijten als vermaak. Superieur vermaak, dat wil ik wel benadrukken, met een niet mindere potentie tot emotionele prikkels van geluk of verdriet: waarschijnlijk de reden dat ik nog voor het verstrijken van deze maand weer de visuele klanken zal opzoeken. Casablanca op het grote scherm wellicht?



12 Reacties

  1. Kaj van Zoelen

    Misschien moet je eens aan The Wire beginnen? ;)

  2. Fedor Ligthart

    Op zijn tijd, zeker. Ik ben alleen bang dat ik dat dan meteen vijf seizoen en een maand verder ben, terwijl ik hier ook nog zo’n 150 andere films heb liggen die langer al langer stof vergaren. Wellicht maar eens een goede planning maken. Buiten dat moet je ook weer eens langs komen in mijn nieuwe crib.

  3. Bram Ruiter

    Haha, dit is het derde filmmoe-artikel. Na mijzelf en Looi zit jij er ook wel diep in. Casablanca gaat je veel goed doen en anders moet je maar even in trance raken van In een vergeten moment. Dat is wel een filmkijk ervaring die je je niet moet laten ontlopen. O, en probeer korte films te kijken. Of een of andere sitcom (Frasier, Seinfeld, Scrubs). Dat werkt altijd prima, want na enige tijd wordt je wakker en wil je weer iets van Tarkovsky, Sokurov of Godard zien. Works like a charm.

  4. Kaj van Zoelen

    Maar je hoeft toch niet alles in een keer te doen? :)
    Zeker dat ik eens langs zal komen binnenkort, maar wil jij dan nog wel een filmpje kijken? ;)

  5. Fedor Ligthart

    Sterke series werken verslavend, dat heb ik wel gemerkt met Deadwood.

    Anders bestel ik voor je langs komt gewoon zo’n warner filmnoir box. Altijd goed ;)

  6. Guido

    Dit klinkt mij ook wel bekend.

    Maar, Fedor, ben je ook Geschiedenis gaan studeren? Sinds wanneer (ik meen mij te herinneren dat jij iets met media deed)?

  7. Fedor Ligthart

    Media & Cultuur heb ik na drie jaar afgezworen en ik heb inmiddels mijn tweede jaar Geschiedenis afgerond, een studie die inhoudelijk iets meer te bieden heeft.

    Ben jij al klaar?

  8. Guido

    Ik heb net mijn mastervakken afgerond (Master Geschiedenis van Politiek en Cultuur, voorheen Moderne Geschiedenis), maar ga binnenkort naar Los Angeles om daar mijn scriptie af te schrijven en vakken te volgen.

    Volg jij het aan de UvA?

  9. Fedor Ligthart

    Goed bezig zeg!

    Ja, ik zit zelf nog gewoon op de UVA mijn dagen te slijten ;)

  10. Guido

    Ik wil misschien ook nog wel iets aan de UvA gaan doen.

    Een tijdje geleden kwam ik in aanraking met postmoderne historici, die de bijdrage van historische films aan de herinneringscultuur en het historisch besef op eigenzinnige wijze gingen beoordelen. Misschien is het ook wel iets voor jou (om nog maar even op jouw column aan te sluiten), zie bijvoorbeeld dit boek van Robert A. Rosenstone: http://www.amazon.com/History-Film-Robert-Rosenstone/dp/0582505844

  11. Fedor Ligthart

    Bedankt voor de tip. ‘Visions of the Past: The Challenge of Film to Our Idea of History’ van dezelfde auteur ziet er ook interessant uit. Ik wil volgend jaar zeker iets gaan doen met film en geschiedenis voor mijn bachelorscriptie, maar ik sta altijd een beetje huiverig tegenover analyes van historici over films, hoewel dat bijna voor alles opgaat in de academische wereld in verband met vakspecifiek jargon, leesbaarheid (hoe begrijpbaar) en beperkte publieksvriendelijkheid (ivoren toren gehalte).

    Ik erger me er ook vaak aan dat historici zich druk maken over historische correctheid in films – terwijl het naar mijn idee meer draait om morele correctheid – om iets dat schadelijk of verderfelijk kan zijn binnen het medium en tegenover het publiek. Toch, als ik bijvoorbeeld een serie als Deadwood met een serie als Rome kan vergelijken in hun representatie van het verleden, lijkt me dat zeker geen verkeerde opzet. Tegelijk ben ik bang dat ik dan weer van het voorgeschreven pad van geschiedenis af zal drijven omdat ik een medium als film het liefst in zijn praktische functioneren bespreek dan het steeds gedwongen in een historisch kader moet plaatsen. Of anders gezegd: waar haal je de betekenis en (tijdloze) waarde uit? Bijna nooit uit zijn historische context (inhoud), maar des te meer uit uit zijn vorm (representatie). Ik hoop dus dat ik dat laatste voldoende kan onderzoeken als kritische factor van toetsing, los staand van de te verdedigen correctheid van het eerste.

  12. Guido

    Maar het aardige van Rosenstone is dat hij (de postmodernist die hij is) zich niet bezighoudt met de historische ‘correctheid’ van het weergegeven verleden. Hij stelt (in navolging van Ankersmit) dat historici het verleden niet mogen claimen door te zeggen een waarheidsgetrouwe weergave te schetsen. Een boek kan dan evenmin de werkelijkheid naderen als een film dat kan, waardoor beide in feite bijdragen aan het historisch debat. Zo drijft hij eigenlijk de spot met die zeikhistorici die het altijd beter weten (‘zo zag het er echt niet uit’, dat hadden zij echt niet kunnen doen’, etc).


Reageer op dit artikel