




Lady in the Lake (1947)
Back to the future?
10-02-2010 | Rik Niks | Recensie
Regie: Robert Montgomery

Met het niet te stoppen succes van Avatar en stapels andere 3D-films die de bioscopen overspoelen lijkt de filmindustrie een ‘nieuw’ unique selling point gevonden te hebben in de jacht op bezoekers. De kijker wordt de bioscoop ingelokt met de belofte van een directere filmervaring; het 3D-brilletje moet de kijker de film in zuigen. Hoewel de techniek nog grote sprongen moet maken om dit volledig waar te kunnen maken is het interessant na te denken waar dit gaat eindigen. Als de focus ligt op het overtuigen van de kijker dat deze het allemaal ter plekke meemaakt, wat wordt dan de volgende stap? Zou het niet logisch zijn het perspectief te verleggen naar de kijker, zoals deze al gewend is in menig videospelletje? Een first person point of view, die de kijker als deelnemer in het verhaal plaatst? Deze speculatieve gedachten vielen me binnen bij het kijken naar Lady in the Lake, de eerste film die vrijwel geheel in dit perspectief is opgenomen. Als het een ding duidelijk maakt, dan is het dat er veel haken en ogen zitten aan deze techniek.
Lady in the Lake is een verfilming van een van de noir romans van Raymond Chandler, met zoals gebruikelijk Phillip Marlowe als de detective die op intuïtie een complexe zaak op mag lossen. Al in de aankondiging nodigt Robert Montgomery de kijker uit de zaak zelf op te lossen, waarna we inderdaad in de positie van Marlowe gesitueerd worden. Een enkele keer duikt Montgomery, die ook voor de regie tekende, op in de film: als verteller of wanneer hij in een spiegel kijkt. Voor het overige is de kijker Marlowe: als hij onder schot wordt gehouden, een vuistslag incasseert of de kus van onze femme fatale in ontvangst mag nemen, dan moeten we geloven dat niet hem, maar ons dit overkomt.

De techniek was in 1947 uiteraard niet zover dat het eerste persoonsperspectief vloeiend en overtuigend vorm gegeven kon worden. De onbeholpenheid waarmee de camera voorzichtigjes naar links of rechts zwenkt wekt de lachlust op, terwijl het minutenlang onafgebroken aanstaren van een gesprekspartner in werkelijkheid tot zeer ongemakkelijke taferelen zou leiden (bovenstaande still is exemplarisch voor de film). Dit zijn echter gebreken die inmiddels allang tot de verleden tijd behoren, getuige bijvoorbeeld het veel dynamischer Zusje. Een obstakel dat meer vervat zit in dit ongebruikelijke perspectief is de ondergeschiktheid van de montage. Scènes bestaan noodgedwongen uit een beperkt aantal shots. Formeel zou elke scène zelfs uit 1 shot moeten bestaan, mits er geen tijdovergangen in de scène zitten.
Dit heeft een aantal consequenties. Allereerst kan er geen ritmiek tot stand gebracht worden en ontstaat dus een heel statische film. Ten tweede is montage een instrument bij uitstek om efficiënter een verhaal te kunnen vertellen. In Lady in the Lake blijkt montage op gespannen voet te staan met de beoogde beleving dat de kijker het zelf meemaakt. Coupage zou die beleving verstoren en dus moeten scènes volledig uitgezeten worden. Ook ontstaat loze ruimte in camerabewegingen in situaties die normaal gesproken met montage opgelost zouden worden. Ten derde wordt de regisseur belemmerd in zijn gebruik van beeldtaal. Een kort tussenshot op een veelbetekenend detail behoort niet tot de mogelijkheden, terwijl men zich eveneens dient te beperken tot hetgeen de protagonist kan waarnemen en daarmee een heel scala aan verbeeldingsmogelijkheden uitsluit. Voor noirdetectives als Lady in the Lake is dit laatste overigens minder problematisch, aangezien ook niet op deze wijze opgenomen noirs zich gewoonlijk voor 99% in de aanwezigheid van de protagonist afspelen.
Er zijn ook een aantal effecten van de perspectiefverlegging die verrassender blijken. Lady in the Lake is een raamvertelling, waarschijnlijk om de afwezigheid van een voice over te compenseren. Maar het opvallende is dat deze raamvertelling ook als een soort vluchtheuvel van censuur fungeert. Want hoe wordt het opgelost als de kijker iets duidelijk gemaakt moet worden, maar deze het per sé niet mag zien? In Lady in the Lake gebeurt dit minstens eenmaal, als Marlowe het titelpersonage vindt, in staat van ontbinding verkerend. Anno 1947 niet salonfähig dus we vernemen het alleen van de verteller. Een ander komisch bijeffect komt voort uit de bekendheid van de hedendaagse kijker met conventies uit met name de horrorfilm. In het benaderen van het onbekende of angstaanjagende wordt daarin vaak spanning gegenereerd door subjectieve cameravoering. Het aardige is dat een simpel wandelingetje naar een huis of auto in Lady in the Lake onbedoeld een gelijksoortige spanning opwekt.
Ten slotte de belangrijkste vraag: zorgt het eerste persoonsperspectief nu echt voor een betere identificatie met de vertelling? Lady in the Lake valt in dat opzicht te vergelijken met een in eerste persoonsperspectief geschreven roman, maar moet het doen met de afwezigheid van de interne monoloog. Enerzijds kan de kijker een aantal eigen projecties loslaten op de vertelling. Zo had ik steeds de neiging om me Humphrey Bogart voor te stellen, de enige echte Phillip Marlowe. Des te hinderlijker als het hoofd van Montgomery opdook… Anderzijds, en problematischer, is dat de kijker weinig mee kan krijgen van de emoties van de hoofdpersoon. Een aantal keer zien we personages reageren op, blijkbaar, gezichtsuitdrukkingen van Marlowe. Voor de kijker zijn die emoties niet zichtbaar terwijl deze er uiteraard zelf geen invulling aan geven. Dat levert de paradox op dat we ‘in’ een personage zitten, maar nog meer een buitenstaander zijn geworden.
Lady in the Lake is in veel opzichten een experiment waarin (oplosbare) kinderziektes de boventoon voeren, maar ook in een geperfectioneerde vorm zouden er een aantal zwaarwegende bezwaren kleven aan het gebruik van het eerste persoonsperspectief. Ik heb dus mijn twijfels of dit, net als de 3D techniek, die niet veel later ingezet werd om mensen naar de bioscoop te lokken, ooit een revival zal doormaken. Uiteindelijk is het grootste probleem dat de kijker de illusie geboden wordt deel te nemen aan het verhaal, maar over geen enkele mogelijkheid beschikt daar werkelijk sturing aan te geven. Wat dat betreft legt deze ritje-in-de-achtbaan-ervaring het nu al af tegen geavanceerde computerspellen die een gevoel van aanwezigheid in een alternatieve realiteit op kunnen roepen. Inclusief keuzevrijheid. Of althans, een overtuigende illusie daarvan.

Forum
Op 10-02-10 om 21:29 #
Een erg net en inzichtvol stukje, Ric. Ten tijde van het lezen moest ik inderdaad ook meteen denken aan First Person Shooters en dergelijke computerspellen. ik denk dat dit standpunt geen revival zal doormaken, omdat het inderdaad een hoop belemmert. Films die hier wel prima gebruik van maken zijn die found-footage films als [rec] en Cloverfield, maar daar is het inderdaad de achtbaanrit waarbij het publiek geen personage is maar een camera. Dat blijkt alsnog het beste te werken.
Op 12-02-10 om 11:45 #
Rik schreef het trouwens, niet ik ;)
Op 16-02-10 om 10:01 #
Dat is dom van me. Excuus, Rik.
Op 16-02-10 om 22:16 #
ik vond ‘m erg leuk, toegegeven, als curiositeit, vorig jaar nog in een weeklijstje bij de Subjectivisten genoemd (inderdaad ook met vergelijkingen naar computerspellen, van die point and click mysteries, klik en een hand opent de deur)