★★★★☆

L’argent du charbon (2008)

30-06-2010 | Bram Ruiter | Recensie
Regie:

Wang Bing is een regisseur wiens werk ik al enige tijd hoop te ontdekken. Zijn status als huidige voorman in de documentairewereld kwam aan het licht tijdens een van mijn zoektochten op het internet. Via The Auteurs (nu Mubi) kwam ik langs het fenomeen Ti Xie Qu, een driedelige ruim 9 uur durende documentaire over het Ti Xie gebied in China. Een omschrijving van slechte werkomstandigheden in een langzaam uitstervend, van oorsprong door communisten opgezet industrieterrein en een filmstill die post-apocalyptische gevoelens bij me opwekte was genoeg om zijn, wat grappig overkomende, naam te onthouden. Echter besloot ik alvorens mij te gaan wagen aan dit industrieterreinepos eerst wat ander werk tot me te nemen. Het 53 minuten durende L’argent du charbon (of: Coal Money) leek de meest geschikte introductie.

Door camera van Bing volgen we enkele vrachtwagen chauffeurs die dag en nacht dezelfde cyclus voortzetten: kool ophalen bij een mijn, rondrijden, een koper vinden, onderhandelen en weer terug naar de mijn. Coal Money bestaat vooral uit lange shots die deze cyclus van begin tot eind tonen, terwijl langzaam duidelijk wordt dat duizenden chauffeurs per dag hetzelfde moeten doorstaan. Ondertussen brengt Bing ook nog twee andere beroepen aan tafel: de koolscheppers, die de kolen uit de opleggers scheppen en daar geld voor vragen, en de kopers van de kool.

Het gebrek aan context maakt van de documentaire een heel vervreemdende en deprimerende kijkervaring. In Coal Money staat de drang naar geld verdienen centraal, zonder dat we er ooit achter te komen waar ze het nu precies voor nodig hebben. We vernemen niets van hun thuissituatie of doeleinden. We zien slechts een stel vieze Chinese mannen en enkele vrouwen die op vieze plekken leven en niets anders doen dan deze cyclus, dag naar dag, volbrengen. Bing onderstreept hiermee op naargeestige wijze het kapitalisme van het werk en als ik daar meer over had geweten vast ook wel van China in het algemeen.

Bing is alleen met zijn camera en heeft er geen erg in om ongelofelijk ruw te werk te gaan. Nadat de film is geopend met een grondleggende scene, waarin enkele mannen over wat hoeveelheden praten terwijl ze wachten op hun beurt om de kool op te halen, zitten we plotseling naast de chauffeur terwijl deze in zijn mechanisch bulderende monster richting de kool rijdt. Bings camera hobbelt mee met de vrachtwagen, in zo’n extreme mate en zo langdurig dat ik me afvroeg waarom hij voor dit shot gekozen zou hebben. Na enige tijd werd het me duidelijk dat hij ons de slechte werkomstandigheden probeert te tonen. Want, zo ondervinden we bij het zien van een enorme rij vrachtwagens, deze mannen maken dagelijks dezelfde levengevaarlijke afdaling mee.

Op die manier zet Bing zijn observatie door: we kijken door zijn ogen naar deze mensen en voelen ons als publiek voor het blok gezet doordat Bing ons context noch uitleg geeft. We hebben niets om ons aan vast te houden, zelfs geen hoofdpersonage. Per onderdeel van de cyclus stapt Bing bij een willekeurig andere chauffeur in. Zo zien we hoe een wat oudere dikke man binnen no-time 790 yuan per ton krijgt voor zijn hele lading (een getal dat wordt gezien als het doel), terwijl een andere groep chauffeurs met moeite een halve lading verkocht krijgen voor 710. Ondertussen ontstaat er constant frictie tussen alle drie de partijen, wat een interessant schouwspel vol onbegrip en nutteloze agressie oplevert. Niemand behandelt elkaar met respect of toont begrip. Iedereen is elkaars concurrent.

Natuurlijk kon ik het niet laten om enkele beelden van het fenomeen Ti Xie Qu te bekijken en in vergelijking met Coal Money lijkt Wang Bing een groot voorstander van de Cinéma vérité. Zijn compromisloos observerende oog en zijn kritiek gevende montage zijn welkome factoren. Hij lijkt een documentairemaker die niet bezig is met het plaatje, wat de ruwe cameravoering en de duidelijk aanwezige automatische functie van de camera zouden verklaren. Hij wil ons tonen wat er aan de hand is in zijn land en waar hij zich zorgen om maakt, zonder er meteen heel sentimenteel over te doen. Hij confronteert met enkel beeld en geluid.



2 Reacties

  1. Verhoeven

    Dit jaar draaide op het IFFR A Journal of Crude Oil (840 minuten) die in een soort van tentoonstelling constant draaide. (http://www.filmfestivalrotterdam.com/nl/films/cai-you-ri-ji/)

    Tie Xi Qu: West of the Tracks heb ik uiteraard al besteld.

  2. Bram Ruiter

    Ja, tijdens mijn zoektochten naar informatie kwam ik daar achter. Balen dat het te laat is om het te zien (hoewel ik al wel wat mooie downloads zag staan en goede hoop op een DVd heb). Ti Xie Qu ga ik zeker ook bestellen, de YouTube kwaliteit was dermate slecht dat ik er maar mee ophield.

    Ik had trouwens al wel verwacht dat jij dit tof zou gaan vinden.


Reageer op dit artikel