




Le Père de mes Enfants (2009)
14-07-2010 | Rik Niks | Recensie
Regie: Mia Hansen-Løve

Hoewel hoofdpersoon Grégoire Canvel losjes gebaseerd is op de Franse producer Humbert Balsan die al 5 jaar niet meer onder de levenden is, had regisseuse Mia Hansen-Løve met Le Père de mes Enfants nauwelijks een beter bij het huidige tijdsgewricht passende film kunnen maken. Want voor menig ondernemer is het vanwege de economische crisis vechten om het hoofd boven water te houden en zijn wanhoop, overlevingsdrang en teleurstelling reële emoties die voor de buitenwereld angstvallig verborgen worden. In deze film over een Franse producer die faillissement van zijn bureau probeert te voorkomen, is die maskering voelbaar aanwezig. Ook voor zijn vrouw en kinderen weet hij redelijk de schijn op te houden. Ja, zelfs als kijker ga je bijna denken dat het financiële koorddansen er gewoon bij hoort. Tot Canvel plots knapt en niet veel later een omslagpunt volgt waarmee Le Père de mes Enfants een film met een totaal ander karakter wordt. En toch ook weer niet.
Mia Hansen-Løve maakte net als illustere voorgangers ten tijde van de nouvelle vague de overstap van het schrijven voor Cahiers du Cinema naar het maken van films. Haar tweede speelfilm Lè Pere des mes Enfants, waarvoor ze tevens het script schreef, won vorig jaar in Cannes de ‘Prix Special Un Certain Regard’. Niet in de laatste plaats omdat het handelt over de Franse filmcultuur. Toch is Le Père de mes Enfants geen typische film-voor-filmmakers. Met de nadruk op de emoties van het verhaal is het een film die voor een groter publiek gemaakt is. Het is moeilijk te zeggen of die soms wat te nadrukkelijk opgezochte emoties te verwachten zijn bij een beginnend filmmaker, want anderzijds is het een opvallend volwassen film waar je niet direct een 28-jarige regisseuse achter zou vermoeden.
Soepel worden we in het eerste deel van de film ingeleid in het leven van Canvel. Het lijkt allemaal betrekkelijk gewoon en onbeduidend; druk getelefoneer met regisseurs die meer geld nodig hebben, gebekvecht met z’n vrouw die meer aandacht wil, gestoei met de kinders en af en toe een rustig moment van reflectie. Een typisch beeld van de moderne man die veel ballen tegelijk in de lucht moet houden, maar stukje bij beetje de controle kwijtraakt. Louis-Do de Lencquesaing zet hem innemend neer. Canvel is geloofwaardig als voor de kunst levende man die zijn omgeving aansteekt met zijn enthousiasme en daar om gewaardeerd wordt.
In recensies werd het omslagpunt in de film meestal weggegeven. Hoewel deze zich misschien makkelijk laat raden, zal ik hem niet noemen. Dit gezien het moment in de film (halverwege) en die wetenschap het eerste deel mogelijk reduceert tot een héél lange inleiding. Juist de onwetendheid van het aanstaande hield de film voor mij voortdurend boeiend. Ook na de omslag blijft onduidelijk waar Hansen-Løve naartoe wil. De zakelijk ogende titel blijkt toch treffend gekozen, want de 3 eenheden in familiair verband vormen allen een deel van het perspectief. Boeiend is te zien hoe Sylvia Canvel geestelijk steeds meer toegroeit naar haar man, tot ze in zekere zin een duplicaat wordt die dezelfde fouten maakt als ze hem verweet. Dat is althans een negatieve lezing die je er op na kunt houden, een positieve interpretatie ligt eveneens voor de hand. Het is net als met de keuze voor de song die vrij plots de eindcredits inluidt, Que Sera: je kunt er eindeloze diepgang, hetzij ironie in zien, of het in zijn meest vanzelfsprekende, maar dan wat platvloerse, vorm accepteren. Dat is het leuke van beginnende filmmakers, wiens bedoelingen zich nog niet laten interpreteren volgens door een oeuvre geschepte wetmatigheden. ‘Onevenwichtig’ is het woord dat vaak opduikt voor prille films, maar dat stadium is Le Père de mes Enfants, wellicht tot teleurstelling van sommigen, toch voorbij.

Forum