Tabu: A Story of the South Seas (1931)
They Shoot Pictures, Don

20 oktober 2010 · · Kritiek + They Shoot Pictures

Het unieke aan Tabu is dat Murnau en schrijver Flaherty voor dit liefdesverhaal gebruik maken van de inheemse bevolking uit Bora Bora. Een nog opvallender prestatie is dat een westerse blik hierbij achterwege blijft. In deze film is er geen plek voor de blackface of de representatie van de dorpeling als platvloers en oppervlakkig. De lokale acteurs bieden de kijker een eigen blik op het reilen en zeilen in Tahiti.


Minder baanbrekend aan deze film is echter dat deze authenticiteit niet automatisch gepaard gaat met diepgang. Het simpele verhaal is wel zo afgezaagd dat zelfs de bosjesmensen weinig soelaas kunnen bieden aan de steeds groter wordende verveling. En toch blijft de film van een ondergang bespaard. De redders in nood: het noodlottige slotakkoord – spoilers in aantocht! -, de visuele inzet van Murnau – nog meer kracht bijgezet door de vrijwel geheel afwezige tussentitels – en de afwezigheid van al te veel emotie.

In iets minder dan anderhalf uur ontvouwt zich het melodrama van Matahi en zijn geliefde Reri. Schaars geklede Tahitianen jagen op vis, spartelen vrolijk in het rond in het plaatselijke ‘zwembad’ en verleiden de buurtmaagden met kralenkettingen. De algemene sfeertekeningen worden al gauw omgezet in een concreet verhaal op het moment dat een schip aanmeert met daarop de dorpsoudste. Plechtig presenteert hij een brief waarin staat geschreven dat Reri is uitverkozen als heilige maagd: aanraking is taboe! Terwijl het dorp uitzinnig is en zich te buiten gaat aan allerlei dansen en ritmisch getrommel, ziet Matahi zijn kansen op uitwisseling van liefdessappen verkeken. De ceremonies zijn in volle gang en Murnau speelt het klaar om de uitgelaten menigte steeds maar weer in een frame te proppen, terwijl aan de andere kant van het dorp een ineengedoken Matahi off-screen wordt geplaatst. Dit contrast wordt al snel doorbroken wanneer de gedeprimeerde man zijn levenslust hervindt en samen met Reri het hazenpad kiest.

Na een lange tocht op zee komen ze uitgeput op een ander eiland aan waar ze als vorsten worden onthaald door de bevolking, een mengelmoes van chinezen en kolonialisten. Slechts even keert de harmonie uit het begin van de film terug, met dezelfde feesten en bedrijvigheid op zee. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht, maar het schip met daarop de dorpsoudste is plots in zicht en de arrestatie van de tortelduiven lijkt nabij. Gelukkig bezit Matahi een beeldige parel waarmee hij een kapitalist om kan kopen. Parels voor de zwijnen. Wederom is er rust – en toch ook wat verveling -, zodat het stelletje onophoudelijk verder kan frunniken in hun hutje. Nu worden de vlinderkusjes toch wat irritant! Murnau lijkt te beseffen dat het zo niet eeuwig door kan gaan met dat romantisch gemierenneuk in de marge, dus slaat hij kort een zijweg in. De pareljagers in het dorp krijgen te kampen met een bloeddorstige vis. Zodra er een slachtoffer valt, wordt de plek des onheils taboe. Ondertussen begint Reri te hallucineren als een psychonaut en ziet ze steeds de dorpsoudste in een mooi weergegeven deuropening om het hoekje turen. Daarnaast ontvangt ze een brief waarin het ultimatum ‘kom terug of je lover sterft!’ veel, heel veel indruk op haar maakt.

De paranoia van Reri bereikt een hoogtepunt en dat vindt zijn weerslag op de relatie. Matahi besluit op jacht te gaan zodat ze genoeg hebben om een ticket te betalen naar een ander vakantieoord. Van het ene taboe vervalt hij in het andere, de zoektocht naar de parel in het verboden water. In de onderwaterscène gaat hij het gevecht aan met de wat knullig in elkaar geknutselde haai – Jaws avant la lettre – en na wat messteken zwemt hij succesvol naar boven. Ondertussen worden de hallucinaties van Reri werkelijkheid, wanneer het opperhoofd met karakteristieke harses zijn opwachting maakt. Reri behoedt haar geliefde van het noodlot en besluit mee terug te keren naar het dorp. Het schip vaart langzaam weg in de richting van de horizon – geen plek voor gekunstelde sets in de wereld van Murnau! – en bij pareljager Matahi dringt langzaam het besef door dat zijn vriendin niet meer terug zal keren. Dramatisch valt de parel in een close-up op de grond. Hij zet de aanval in, eerst over land, dan in een kano op zee en tot slot, geheel ten einde raad, zwemt hij het schip achterna. Het mag niet baten, de zee kent te veel kracht voor zijn tere lijf. Het schip vaart verder en Matahi daalt zonder enige poespas naar de bodem van de zee. Een uiterst sterke laatste zet in een verder nogal rechttoe rechtaan verhaal over de liefde, die onmogelijk bleek te zijn.

Zijn naam kwam aan het begin al voorbij, Robert Flaherty. Volgende keer bespreek ik zijn beroemde documentaire Nanook of the North (1922).


Onderwerpen: , , , ,


3 Reacties

  1. Fedor Ligthart

    Ik wil niet te veel zeuren, maar wanneer je na de eerste alinea het verhaal van de film naverteld in een literaire stijl met droog taalgebruik à la Brusselmans, vind ik de recensie niet heel spannend meer om te lezen.

  2. Henk Mul

    Je hebt gelijk, maar meer viel er wat mij betreft ook echt niet over te zeggen. Het verhaal heeft weinig om het lijf en de stijl is solide maar verder niet baanbrekend, waardoor ik met de beste wil van de wereld niet kan verzanden in kritiek of specifieke complimenten.

  3. Looi van Kessel

    Je had het bijvoorbeeld ook kunnen hebben over de moeilijkheid om een niet westers verhaal te vertellen doormiddel van een enorm westers medium (blijft de westerse blik wel echt achterwege? Is dat überhaupt mogelijk als je beseft dat zowel het medium als de auteurs westers zijn?).
    Verder vind ik dat Murnau daar trouwens wel aardig in geslaagd is. Ondanks de soms wat naïeve en paternaliserende afbeeldingen van de inheemse bevolking (alleen dat woord al impliceert een westerse blik!), is de film veel neutraler dan inderdaad tijdgenoten met blackfaces of de films met Paul Robeson (denk aan Sanders of the River van 3 jaar later).


Reageer op dit artikel