




The Informers (2008)
Terugkomend op een column
02-08-2010 | Bram Ruiter | Recensie
Regie: Gregor Jordan

Op 29 augustus 2008, in dezelfde maand dat Salon Indien publiekelijk werd geopend, plaatste ik een artikel waarin ik, na het zien van een trailer, grote woorden sprak over The Informers. Gehelmd door Gregor Jordan, tekstueel bijgestaan door schrijver Bret Easton Ellis en gevuld met rollen van onder andere Billy Bob Thornton zag het er allemaal flink rooskleurig uit. Immers, Billy heb ik hoog zitten als acteur en van Bret wil ik sinds American Psycho (het boek) alles lezen. Alleen Gregor was een onbekende kracht. Zijn Buffalo Soldiers kende ik wel, van een recensie uit zo’n kritiekloos videotheek blaadje, maar heb er verder nooit werk van gemaakt de film te zien. Anderzijds maakte Jordans verleden me ook helemaal niet uit. De trailer van The Informers zag er goed uit dus ik schreef er een column over. Een column waarin ik uitweidde over het gebrek aan realisme in het Hollywood van 2008 en The Informers de toekomst van de Amerikaanse film noemde. Een column waarop ik moet terugkomen.
Het boek bestaat uit een verzameling korte verhalen die Ellis schreef uit de verwondering dat hij sinds 1986 geen kort verhaal meer had geschreven. Hij begon er aan eentje, wat er al snel dertien werden die hij allemaal met elkaar verbond. Dit laatste bijzondere aspect was nauwelijks merkbaar. In zijn algehele oeuvre werkt dit prima, zo blijkt een jongen uit Rules of Attraction het broertje van Patrick Bateman, de protagonist uit American Psycho. Binnen een verzameling van dertien verhalen werd dit al meteen moeilijker. Te vaak was ik bezig bepaalde situaties of personages aan elkaar te linken, terwijl ik me eigenlijk zou moeten focussen op het verhaal. Dit lag vooral aan het feit dat de links bij tijden nogal ver gezocht leken. Ik verwonderde me dan ook in hoeverre het script hierop was aangepast, want vooralsnog zag ik weinig echt opzienbare connecties.
Tot mijn grote verbazing lag dit eerder aan mezelf dan aan het geschrift van Ellis. Ik verweet het mijn visueel ingestelde brein. De stijl waarin Jordan een link legt lijkt erg op dat van Magnolia en in principe komt The Informers ook over als de archetype ensemblefilm. We zien hoe een stel jongens een vriend verliest waar nauwelijks aandacht aan wordt besteed en ze voortleven als apathische jongeren zonder regel of terughouding. Ze hebben alles wat hun hartje begeert en toch begeven zij zich in een lege wereld waarin drugsgebruik hen niets meer doet en seks hen niets meer zegt. Ondertussen probeert één vader te reconnecten met zijn zoon (een jongen uit dat eerder genoemde groepje) en heeft een andere vader het idee om bij zijn vrouw terug te komen wanneer zijn relatie met een knappe nieuwslezeres vloert. Dan is er nog een jongen die in het appartementencomplex van het vriendinnetje van een van de jongens uit dat eerder genoemde groepje werkt en wordt bezocht door zijn oom wiens handen zich hebben vergrepen aan een jochie van 10 en nu bij hem in de badkuip ligt te creperen. En uiteindelijk is daar de cliché rockster die gewelddadige seks heeft met minderjarige jongeren en wiens brein het hazenpad heeft genomen. Stuk voor stuk verhalen over apathie, depressie en leegte, zoals we dat gewend zijn van ome Ellis.
Het klinkt op die manier allemaal nog erg aandoenlijk. Wat regisseur Jordan echter vergeet is dat elk karakter een introductie nodig heeft alvorens we kunnen meegaan in hun brei van emoties. Ondanks de verloren connecties stond het boek sterk in zijn satirische blik op rijkdom en welvaart en kon ik in veel personages meekomen. De film gooit je vanaf de eerste minuut midden in de leegte. Geen introductie, geen basis, je krijgt niets. Ik snap wat Jordan heeft proberen te doen. Door ons er midden in te gooien hoopte hij dat we zo gechoqueerd zouden zijn door de deprimerende narigheid, dat we wel mee zouden MOETEN gaan in de emotie. Echter had het voor mij een averechts effect. Ik zat 98 minuten lang naar een visuele samenvatting van een goed script te kijken, me telkens doodgeërgerd aan het feit dat Jordan nergens de rust nam om ons te laten wennen aan wat hij ons voorschotelt.

Een voorbeeld. Een van de verhalen centreert zich om de vader van één van de jongens uit die eerdergenoemde groep. Hij probeert terug te komen bij zijn vrouw. In een van de eerste scènes kondigen ze hun herverbintenis aan bij hun dochter en zoon, die er maar wat cynisch op reageren. Let op: op dat moment weten we nog niets van de relatie tussen alle vier de partijen, afgezien hun familiare bloed. Na de aankondiging merkt vader zijn ex-vriendin op, degene die hem gedumpt heeft. Als hij ziet dat ze naar het toilet gaat excuseert hij zich en achtervolgd haar onopgemerkt. We zien een emotionele scène tussen beide en er wordt getoond dat vader echt een nare man. Als zowel hij als zijn ex-vriendin weer gaan zitten aan hun eigen tafel merkt moeder deze toevalligheid op en kijkt er wat verdacht bij. Een tweede scène waarin ze samen te zien zijn hebben ze ruzie en biecht de vader zijn redenen op. Er ontstaat een ruzie en hij doet niet eens de moeite voor haar te vechten. Hij heeft nooit van haar gehouden.
Tussen die twee scènes zien we niets van hen. We zien niet de neppe thuissituatie of het proces waarbij de tweede scène als een doorslaggevende factor fungeert. We hebben geen idee wat er tussen hun is gebeurt en zodoende escaleert dit in filmkijkapathie, het onvermogen mee te kunnen gaan in de keuzes en emoties van anderen. Als dit nou slechts aan de hand was bij dat onderdeel van de film was er weinig aan de hand geweest, echter ontpopte de film zich op die manier. Het werd een frustrerend lange zit waarin de ene na de andere eikel wat melodramatisch schreeuwt of roept waar ik als kijker niets mee kon. The Informers werd op die manier een reeks nietszeggende beelden waaraan alle context ontbrak.
Begrijp me niet verkeerd, Jordan lijkt prima met beeld over weg te kunnen. Echter zijn er keuzes gemaakt die deze potentieel briljante film volledig met de grond gelijk heeft gemaakt. Het wegknippen van het beste onderdeel in het boek was er ook eentje van. De toevoeging van een stel vampieren, iets dat het verhaal van het gekidnapte jochie een stuk duidelijk zou maken, had de film verheven boven de standaard Ellis-leegte. Hoewel ik zelf weinig met vampieren heb vond ik dit een verademing in het boek, doordat het een ironische wending gaf aan het geheel. In tegenstelling tot de mens konden de vampieren prima overweg met de apathische omgeving. Het zijn van een wandelend lijk gaf hen de vrijheid die zij niet als zielvolle mensen konden krijgen. Maar dat zit er dus niet in.
Tijdens en na het kijken voelde ik nog minder dan dat ik normaal zou voelen. Ik deed mijn uiterste best ‘in het verhaal te komen’ en mee te leven met de personages, maar zonder basis is daar geen doorkomen aan. Het geluk was er dat Jordan flink kan mooifilmen, iets waardoor het geheel visueel nog wat draaglijk maakte, maar buiten dat was er helemaal niets in de film. Als de film halverwege de productie was stopgezet was er vermoedelijk meer emotie losgekomen dan tijdens het kijken van de film. Dus mijn excuses dat ik voorbarig was en een nog uit te komen film aanprees als toekomst van de Amerikaanse cinema. Ik klonk een beetje als al die Inception-gelovigen die ervoor pleiten dat er meer van dat soort films gemaakt moeten worden. Nou ben ik het daar nog steeds mee eens, in wezen is de narigheid uit The Informers de perfecte basis voor een goede film (kijk naar films als Magnolia en Boogie Nights), echter gaat het niet alleen om dat concept, maar vooral om de uitvoering ervan. Want zonder introductie, zonder tijd te nemen om de personages een onderdeel van je te laten worden, vervalt de film in een tentoonstelling van bordkartonnen karakters in een reeks nietszeggende beelden. En dat is niet The Seventh Art.

Forum
Op 02-08-10 om 20:03 #
Ik heb de film niet gezien en ken het werk van Easton Ellis niet heel goed, maar vraag je niet heel erg om een beleving van de film waar Ellis’ werk radicaal tegenovergesteld aan is? Nihilistischer en apathischer kan bijna niet, daar is het BEE om te doen, en dan val jij er steeds over dat je niks voelt bij het geheel? (Let wel, wat dan de specifieke aantrekkingskracht van zijn (al of niet verfilmde) werk zou moeten zijn is mij ook niet duidelijk, ik kan er in ieder geval niks mee. Maar om hem daar op aan te vallen is wat paradoxaal.)
Op 02-08-10 om 20:15 #
Zeker een goed punt, iets waar ik ook lang over heb nagedacht. Echter is er een verschil tussen apathie en niets voelen. Er is ook duidelijk een verschil tussen Ellis en Jordan (de regisseur). Ellis heeft zelf ook al toegegeven dat de film niet werkt en dat dit niet zijn schuld is. Wat ik van Ellis gewend ben, en wat in het boek naar voren kwam, is het effect van de apathie personages op de lezer. Tijdens het lezen borrelt er constant een sterke afkeer, wat resulteert in een naargeestige relatie tussen het boek en de lezer. Die afkeer voor die goddeloze apathen maken zijn boeken zo sterk.
Wat dan weer niet de bedoeling is, is een film maken met dezelfde nare situaties die volgespoten zitten met verborgen dramatiek, maar vervolgens geen basis geven waardoor die situaties ook daadwerkelijk kunnen overkomen. Ik snap dat Jordan die leegte heeft proberen te vertalen, maar nu heeft het ook vat op de kijkervaring. Als kijker mag je je leeg voelen (kijk naar American Psycho), maar als kijker mag je niet NIETS voelen. Zoals gezegd is The Informers niets meers dan een verzameling bordkartonnen karakters in een reeks nietszeggende beelden.
Op 02-08-10 om 21:17 #
als ik nog keer één woord seventh art hoor.. ;)
en het voortdurend vragen om emotionele betrokkenheid bij films, zeker bij Bret Easton Ellis, begrijp ik niet – heb nog nooit enige emotie gevoeld bij zijn werk. En je conclusie dat het gaat om de uitvoering in plaats van het concept lijkt me nogal een open deur.
Sorry, moet me nu echt van het hart, maar het is wel een beetje een slordig geschreven stuk. Paar voorbeelden:
Gehelmd? Familiare? Te reconnecten? Zielvolle? Een anglicisme hier en daar is niets mis mee, maar nu lijk je ze ter plekke uit je mouw te schudden.
Plus een woud aan spel- en stijlfouten en woorden als:
‘Heeft proberen te doen’ (is dat Neder-Duits?). Achtervolgd haar. Opzienbare. Centreert zich om.
Het is zonde als je iets interessants te zeggen hebt en de inhoud wordt overschaduwd door foutief of slordig taalgebruik. Heeft niets met stijl of voorkeur te maken. Bij elkaar tel ik minstens zes passages met grove grammaticale fouten en foutieve vervoegingen en weinig zinnen ‘lopen.’ Misschien ben ik er overgevoelig voor, maar nogal wat zinnen ‘struikelen’ voor de eerste of tweede bijzin. Tevens missen er nogal wat voegwoorden. Het is duidelijk erg gehaast en slordig geschreven. Waarom laten jullie je stukjes niet redigeren voor je ze plaatst (lees, even door iemand anders laten lezen van het team)?
Op 02-08-10 om 22:17 #
Goed dat het wordt gezegd, Camera, anders blijf ik op dezelfde voet doorgaan. Ik heb een soort nonchalance in mijn schrijfstijl (zo heb ik vernomen van een collega), alleen af en toe is dat lastig in de hand te houden en begin ik te ratelen. Zeker het verbreden van de Nederlandse taal met af en toe zelfbedachte woorden vind ik best leuk, maar blijkbaar wordt het toch te veel van het goede. En redigeren? Dat doen we eigenlijk niet. Ik had graag een Eind Redacteur aangenomen, maar niemand is gewillig genoeg om alle stukjes te lezen en te verbeteren.
In ieder geval bedankt voor je commentaar. Het volgende artikel zal beter zijn. :)
Op 02-08-10 om 23:39 #
Petje af voor je sportieve reactie, Bram. Sorry als ik bot overkwam, maar ik hoop dat mijn reacties als constructief worden opgevat.
Afijn, ik lees SalonIndien met plezier en groot respect voor de constante stroom updates van jou en de anderen. Ga er maar aan staan en het is makkelijk roepen vanaf de zijlijn. Ik zal proberen me verder in te houden. ;)
Op 03-08-10 om 20:53 #
Inmiddels een vol jaar geleden dat ik deze film zag. Zwaar gehypnotiseerd kwam ik de zaal buiten. Er zat een dame naast me die wel heel veel parfum op had gedaan. De sterke geur had zo’n sterke aantrekkingskracht dat ik tijdens het kijken steeds maar weer de parfum wou inademen. Maar doordat ik dat steeds deed kwam ik in een bepaalde roes terecht. Ik heb zelden een film zo intens gevolgd met mijn neus in plaats van mijn ogen. Bizarre beleving.
Een herkijk is hier niet op zijn plaats maar ik kan niet anders dan Bram (en al die anderen) meer dan gelijk geven.