Black Swan (2010)
Een tour de force zonder risico

2 februari 2011 · · Kritiek

/

De eerste, knap georkestreerde scène van wat Aronofsky’s grootste succes lijkt te worden, vormt meteen de opsomming van de film zijn kwaliteiten: de camera volgt op vloeiende wijze de danspassen van een ballerina tot we zien dat het Natalie Portman is die het beeld siert. Het is de bewondering voor de cinematografie, de special effects en Portmans acteren die de film de hele rit het bekijken waard maakt, maar de ouverture is nog niet afgelopen voordat er een zwarte demon opduikt die de leliewitte Portman kwelt en een duister onheil op haar lijkt af te roepen. Black Swan is namelijk geen gewoon ballet, maar een duistere opvoering van de innerlijke drijfveren die een danseres moet beheersen om de hoofdrol te bemachtigen van het klassieke Zwanenmeer. Gelukkig is deze eerste dreiging niet meer dan een droom, zo blijkt nadat Nina (Portman) wakker is geworden. Zal Aronofsky dit eerste cliché echter behendig weten te gebruiken voor het verhaal of zal hij pirouettes blijven draaien om zijn eigen thematiek?

‘The new production needs a new swan queen. A fresh face to present to the world. But which of you can embody both swans? The white and the black?’, vraagt dansinstructeur en regisseur Thomas Leroy (Vincent Cassel) bij aanvang van de audities. Nadat Nina met haar fragiele maagdelijkheid in het oog springt als de Witte Zwaan, blijft de rest van de repetities het harde commentaar dat ze de duistere expressie ontbeert van de Zwarte Zwaan. Dan beginnen haar hallucinaties en lijken realiteit en (seksuele) fantasie steeds meer naadloos dezelfde ruimte en tijd te beslaan, waarmee de bijna documentaire uitstraling van de wereld waarin Nina zich begeeft tussen de andere ballerina’s langzaam oplost. Het meisje dat nog met knuffels op haar kamer slaapt, ontworstelt zich geleidelijk aan van haar dominantie moeder (die haar eigen balletcarrière voor Nina had opgegeven) en laat zich vervolgens verleiden door haar antagoniste Lily (Mila Kunis). Deze interessante, seksuele ontluiking loopt echter niet geheel synchroon met haar uiteindelijke transformatie tot wie ze wilt zijn, en het is een van de vele punten waar Aranofsky meer uit had kunnen halen.

Het is duidelijk waar de eigenzinnige regisseur zijn invloeden vandaan haalt, namelijk ten eerste bij zichzelf: de crescendo opvoering van het verhaal, de weinig subtiele thematiek en de hoofdpersonages die langzaam ten onder gaan aan hun eigen verworven verslavingen. Het zijn allemaal aspecten die terug te zien zijn in zijn bescheiden oeuvre, terwijl hij ons dit keer weinig anders voorschotelt dan voorheen. Anderzijds flirt Aranofsky sterk met de balletklassieker The Red Shoes (1948), waarin een ballerina op rode balletschoentjes bezeten haar onheil tegemoet danst, en natuurlijk de films van de Italiaanse horrormeester Dario Argento. Hoewel de sfeer uit Black Swan het meest terug te voeren is op het werk van deze Giallo regisseur, faalt Aranofsky in de juiste toepassing van de horrorelementen omdat ze merendeels blijven steken in louter suggestieve voorspelbaarheid. Ware tragiek ontbreekt hiermee, en het mysterie drijft de gehele speelduur pijnlijk zichtbaar aan het oppervlakte, maar wat overblijft is een audio-visuele krachtpatserij om je vingers bij af te likken. Het is uiteindelijk ook Natalie Portman die de show steelt, want niet zozeer in het verhaal, als in haar acteren zit de meest voelbare spanning verscholen.

Dus wat geeft dat het plot vanaf de eerste hallucinaties toewerkt naar een redelijk voorspelbaar slotakkoord dat letterlijk lijkt te zijn overgenomen uit The Wrestler (2008), wanneer de film visueel genadeloos op je blijft inhakken en Portman de boel draaiende houdt? Vervoering of ergernis zal voor de meeste kijkers op een dunne scheidslijn van hun beleving lopen, en dat is niet verwonderlijk gezien Aranofsky’s eerdere, polariserende visies van het medium. Je mag dus stellen dat er veel zit in de kritiek dat Black Swan als film danig over het paard getild is in zijn monotone uitwerking van de thematiek en perspectief – hoeveel tragischer had Nina als personage immers kunnen zijn wanneer haar ontsporende belevingswereld meer in balans was gebracht met de perspectieven van buitenstaanders? – en dat een meer ambivalente aanpak beter had uitgepakt. Deze kritiek komt echter onevenredig hard aan voor een film die het niet zozeer van de risico’s moet hebben, als van de eerder genoemde kwaliteiten die zorgen dat het kijken op zijn minst een enerverende beleving behelst.


Onderwerpen: ,


6 Reacties

  1. Hendrik

    Goed stuk! Ben het roerend met je eens over de falende horrorelementen in de film. Voor mij deed dit erg af aan de emotionele betrokkenheid met de protagonist, iets wat bij ‘The Wrestler’ wel werkte. Ondanks de geweldige cinematografie en Portman’s prestatie viel ‘Black Swan’ mij dus enigszins tegen…mede door de voorspelbaarheid.

  2. theodoor

    Ik vond juist de toevoeging van horrorelementen wel erg sterk werken. Mijn probleem met de vorige films van Aranofsky (hoe goed ik ze ook vind) is dat hij zichzelf zo serieus lijkt te nemen. De fun mist. Met Black Swan scheert hij vrij dicht tegen de camp aan en dat maakt de film o zo veel genietbaarder.

  3. Fedor Ligthart

    Theo: De horrorelementen werkten wel sfeerverhogend, maar ik vond ze met betrekking tot het verhaal niet tot hun volle kracht benut. Ze hadden veel schokkender en verontrustender kunnen zijn wanneer je als kijker niet zou weten hoe de vork in de steel had. Dan hadden ze pas een draai aan de realiteit kunnen geven die echt bloedstollend zou zijn geweest. Argento doet dit in zijn films vele malen sterker.

    Eerlijk gezegd vond ik Black Swan even serieus overkomen als een The Fountain. Voor camp in deze categorie blijf ik toch liever bij Show Girls.

    Hendrik: leuk dat je mijn mening deelt (in jouw recensie), want de meesten lopen toch vrij kritiekloos weg met deze film onder de noemer van een nieuw meesterwerk.

  4. Kaj van Zoelen

    Precies mijn probleem met de film Theo: het materiaal is camp, maar Aronofsky neemt het ontzettend serieus.

  5. Rik Niks

    Waarom is het materiaal camp? Dat zou het geweest zijn als het een meer rechtlijnig verloop had; onzeker meisje danst zich na een moeilijke weg in de slotminuten naar haar minutes of fame. De twist is dat er ditmaal geen positieve mentaliteit gekweekt moet worden die hindernissen overwint, maar een negatieve, destructieve. Dat Aronofsky kiest voor een psychologische benadering waarbij realiteit en hallucinatie door elkaar lopen is verre van origineel. Logisch en functioneel is het echter wel, gezien Aronofsky de inhoud van het Zwanenmeer duidelijk spiegelt aan het verhaal van zijn film; transformatie is de essentie van beide, hoe dat beter te verbeelden dan op deze manier?

    Met een aantal stellingen uit de recensie ben ik het niet eens. “Deze interessante, seksuele ontluiking loopt echter niet geheel synchroon met haar uiteindelijke transformatie tot wie ze wilt zijn, en het is een van de vele punten waar Aronofsky meer uit had kunnen halen.” Ik heb geen idee wat hier mee bedoeld wordt, laat staan hoe Aronofsky hier meer uit had moeten halen. Ik zie die scène als een logische etappe in de verwording tot zwarte zwaan; een (letterlijke) eenwording met haar duistere alter ego, zo veel te meer als het een fantasie blijkt.

    Ook ben ik het niet met je eens dat de horrorelementen niet juist zijn toegepast. Nog los van het feit dat de rillingen me af en toe over de rug liepen (maar ik ben dan ook uiterst gevoelig voor bloederige nagels en dergelijken…), zie ik het vooral als een uiterst effectieve manier om het afdalen in de duisternis te verbeelden. Het gaat er niet zo zeer om of schrikeffecten werken en onvoorspelbaar zijn, maar vooral om het scheppen van een naargeestige sfeer waarin de psyche van Nina zich staande moet zien te houden. Van archetype ‘screamqueen’ neemt ze gaandeweg zelf meer het heft in handen, daarmee aansluitend bij de transformatie die ze doormaakt. Ik zie ook niet hoe ‘ware tragiek ontbreekt’ door het niet juist toepassen van de horrorelementen, of hoe het ‘schokkender en verontrustender had kunnen zijn als je als kijker niet zou weten hoe de vork in de steel zat’. Nog even los van de vraag of je als kijker inderdaad voortdurend weet hoe de vork in de steel zit; het lijkt me een tamelijk aanvechtbaar verband tussen het wel of niet kunnen plaatsen van horrorelementen in een film en de mate waarin ze de kijker schokken of verontrusten.

    Iets anders over deze film; mij fascineerde hoe enerzijds het Zwanenmeer zich verhoudt tot het verhaal van de film, maar hoe je aan de andere kant ook zou kunnen kijken naar hoe Aronofsky’s filmen (of filmkunst in zijn algemeenheid) zich verhoudt tot dit verhaal. Het gaat om het los kunnen laten voor het behalen van perfectie; meer intuïtief en passioneel, en minder formalistisch. Ik ben er nog niet helemaal over uit of ik dat Aronofsky heb zien doen.

  6. Olaf K.

    Je lees overal dat het verhaaltje zo kinderlijk is, zo vol clichés, zo niet gelaagd, zo plat, zo eendimensionaal. Maar volgens mij moet je je de vraag stellen waarom dat zo is gedaan, i.p.v. concluderen “dat is slecht aan de film”? Ik denk dat dit allemaal illustratie is van hoe Nina de wereld ziet. Als een kind, onvolwassen, in clichés, niet gelaagd, zwart wit. Zo bezien is haar sterven wellicht niet alleen een consequentie van een streven naar perfectie, dat ying en yang gedoe, maar een consequentie van gebrek aan nuance. Nina wordt nooit volwassen, ze sterft voordat het zover is. Dat vind ik persoonlijk een stuk tragischer dan sterven voor perfectie.


Reageer op dit artikel