Gore Verbinski: visueel vernuftig.

19 maart 2011 · · Beschouwing

Gore Verbinski kon niet meteen op mijn sympathie rekenen. Ik zag hem altijd als een director for hire, een regisseur die zich laat kopen voor een film en die film dan zo adequaat mogelijk afhandelt, en niet als auteur. Pas met het fantastische Rango, van welke hij ook het concept bedacht, werden mijn ogen geopend. Een herkijk van het oeuvre leerde dat Gore Verbinski in al zijn films, ja zelfs de vervolgen op Pirates of the Caribbean, een zeer eigen handschrift heeft dat hij in al zijn films toepast. Zijn artistieke keuze’s worden weliswaar enigszins getemperd door commerciële kniebuigingen en verplichtingen aan bijvoorbeeld bestaand bronmateriaal of de studio, maar altijd is er toch sprake van een eigen sensibiliteit. Het is pas met Rango dat Verbinski’s visuele excessen compleet tot hun recht komen, maar ik heb me ook meer dan prima vermaakt met zijn voorgaande werken.

Vanaf zijn korte film The Ritual werd al duidelijk dat Verbinski een goed oog heeft voor de visuele kant van de film. Extreme diepte in zijn composities, gestileerde decors en ongewone camera-standpunten komen veelvuldig voor in zijn werk. Zijn visuele kant valt te vergelijken met het werk van The Coen Brothers, Terry Gilliam en Tim Burton: veel overdrijving in beeld, door bijvoorbeeld gebruik te maken van een groothoeklens, onnatuurlijke, gestileerde decors en een perfecte technische beheersing van de camera. De humor is, net als bij de andere regisseurs vaak absurd en surrealistisch, zelfs in de door grote studio’s geproduceerde blockbusters.

Het is zelfs opvallend hoe vreemd zijn films zijn. The Ritual heeft als onafhankelijke productie de ruimte om zich te verliezen in het bizarre verhaal over een drietal voodoo-priesters annex punkrockers die het lijk van hun dikke bovenbuurman proberen kwijt te raken. Maar wie verwacht in een kinderfilm van Dreamworks dergelijke morbide humor en een bizarre visuele stijl? Mousehunt, die Dreamworks-familiefilm, valt nog het beste te omschrijven als live-action Tex Avery. De film begint met een lijk dat door de lucht het riool in gelanceerd wordt, en neemt het daarna met de regels van de familiefilm ook niet nauw. Het is een hervertelling van Tom en Jerry met meer seksuele aanranding en fysiek geweld. Een mislukte film, die geen balans weet te vinden tussen infantiliteiten en zwarte humor, maar wel een interessante film.

De Rube Goldberg-achtige constructies waarmee de muis uit Mousehunt de protagonisten martelt blijken een favoriet van Verbinski. In zijn drie Pirates of the Caribbean-films koppelt hij deze oorzaak-gevolg-machines aan grootschalige zwaardgevechten en in Rango komen ze ook weer voor. De visuele vernuftigheid waarmee hij deze domino-effecten in beeld brengt is bijzonder. Zelfs in The Mexican zit iets van deze elementen.

In The Mexican, Rango en Pirates of the Caribbean: At World’s End komt een andere voorliefde van Verbinski naar voren: de western. Visueel spelen de films flink leentjebuur bij de westerns, met een extreme diepte in het beeld, woestijnsettings en shoot-outs tussen de hoofdpersonen. Als deze visuele elementen niet opvallend genoeg waren onderstreept hij deze door Morricone-achtige muziek.

Nog een element dat de films overeenkomstig hebben is Verbinski’s neiging zijn acteurs de ruimte te geven. Veel van zijn personages zijn overdreven, waarvan de bekendste natuurlijk Jack Sparrow. Verbinski geeft de acteurs de ruimte om te improviseren, wat ook wel eens vervelend hysterische personages oplevert (zie: Mousehunt). Maar deze improvisatie levert ook wel eens goede dingen op. James Gandolfini kan van zijn homoseksuele hitman in The Mexican een geloofwaardiger personage maken omdat hij de ruimte krijgt zijn personage te ontplooien. En voor Rango werd de animatie gebaseerd op grootschalige repetities waarin de acteurs in live-action de complete films uitspeelden.

De achtergrond van Verbinski als videoclipregisseur valt goed te zien in al zijn films. Hij experimenteert met filmstock (bijvoorbeeld in de hallucinaties in The Ring en de flashbacks in The Mexican), camerastandpunt (de camera mee laten draaien met een groot wiel in Pirates of the Caribbean: Dead Man’s Chest) en visuele excessen (het dodenrijk in POTC: At World’s End, de visuele inserts in The Weatherman (CAMELTOE!), geheel Rango). Maar hij kan ook gas terugnemen in kleine maar fijne films als The Weatherman, die vrij subtiel geregisseerd is, en het ondergewaardeerde The Mexican.

Het is echter pas met Rango dat Verbinski compleet tot zijn recht komt. Rango is een van de origineelste, uitzinnigste films van dit jaar. Visueel uitbundig met nogal ongewoon ontworpen personages. Zoals altijd neemt Verbinski de tijd voor zijn scènes, zonder een hyperactieve montage zodat de actie gewoon goed te zien valt. Maar animatie zorgt ervoor dat hij visueel zijn film nog veel strakker kan regisseren. En nu hij niet tegengehouden wordt door de restricties van een plot dat hij niet zelf bedacht heeft heb je het gevoel dat hij eindelijk op zijn plaats is. Hij moet vaker zijn eigen ideeën bedenken, want dan zou men (waaronder eerst ik) afraken van het idee dat Verbinski slechts een pion voor de studio is. Als hij zich minder vast zou haken in het studiosysteem zou hij misschien wel een van de interessantste auteurs kunnen worden van Hollywood. Visueel heeft hij meer dan genoeg potentie.


Onderwerpen:


Reageer op dit artikel