Harry Potter and the Deathly Hallows: Part 1 (2010)

Deze week komt Harry Potter and the Deathly Hallows: Part 2 wereldwijd uit, de achtste en laatste Potter film. Daarom namen Bram, Kaj en Theo de afgelopen tijd de hele reeks nog eens onder de loep en voerden daar per film een discussie over. Sinds afgelopen vrijdag kun je elke dag één van die debatten lezen op Salon Indien. Vandaag de beurt aan de zevende film, het eerste deel van Harry Potter and the Deathly Hallows.

Theo: Yates blijft met zijn Potter-films (we kunnen inmiddels wel spreken van zijn Potter-films) bewijzen een regisseur te zijn om in de gaten te houden. Hij splitste het laatste Potter-boek in twee delen, en maakt keuzes die vrij goed uitpakken. Van het gewraakte kampeerstuk in het boek (tweehonderd pagina’s doelloos gelul) maakt hij een reeks scènes die, hoewel behoorlijk in de lengte, een emotionele lading hebben en de personages uitdiepen. Van een onhandig geplaatste flashback maakt hij een prachtige animatiescène die met kop en schouders boven het materiaal uitsteekt. Twee uitdiepende scènes komen zelfs niet in het boek voor. De scène waarin Hermione afscheidt neemt van haar ouders, zonder dat deze dat beseffen, is een mooi personage-momentje dat op papier knullig had kunnen over komen. Van een onhandige dans op de klanken van Nick Cave’s “O Children” maakt hij zelfs een zeldzaam mooie scène die niet alleen aandoenlijk knullig is, maar ook gelaagd. Het toont niet alleen een poging tot het voelen van hoop, maar toont ook dat die hoop ijdel is. Je merkt dat Harry en Hermione, zodra hun euforische danspasjes zijn afgelopen, weer met een schok in de realiteit worden teruggeplaatst. Een realiteit waar Ron boos verdwenen is en ze niet dichter bij hun doel zijn. De dans toont een poging terug te keren naar onschuld, een sterke familieband, innige vriendschap en betere tijden. Maar de onschuld keert niet terug, de dans wordt tegen het einde ongemakkelijk en de betere tijden zijn slechts de ruis van een krakkemikkige radio. Het is geen scène over hoop, het is een scène over de illusie van hoop. Als het laatste shot van de film één ding duidelijk maakt, is dat de bom gaat barsten.

Kaj: Zes maanden later ben ik nog weinig wijzer geworden, vrees ik. Het blijft een halve film, die vooral opbouwt naar een climax die nog moet komen, waarin er om een personage wordt gerouwd dat mij weinig kan schelen omdat hij maar in één andere film voorkwam. Het blijft een onevenwichtige film, maar wel met mijn drie favoriete scènes van de reeks. Naast het geanimeerde verhaal en de Nick Cave-scène doel ik dan op de heerlijke “James Bond-scène” in het begin waarin alle schurken in het verhaal samen aan een lange tafel zitten en plannen maken. Ik weet niet in hoeverre de doelloosheid uit het boek in de kampeersectie is gereduceerd, maar er is toch zeker nog wat blijven hangen, en ik blijf me ergeren aan het tijdelijk verdwijnen van Ron zodat hij later op precies het goede moment weer kan verschijnen. Maar goed, het geeft wel de ruimte aan het hoogtepunt van film en filmserie, ja, die dansscène. Waarbij de keuze voor Nick Cave’s “Oh Children” bepalend is, een lied waarin een oudere generatie betreurt geen betere wereld hebben achtergelaten voor de jongere generatie, zelfmoord voor die oude garde te verkiezen is boven een confrontatie met een kwade macht – een macht die later de jongere generatie in zijn greep heeft. En dat is slechts het topje van de ijsberg van dit nummer. Het gedeelte waarop Hermione en Harry dansen is niet toevallig het gedeelte waarin de kinderen toch nog soelaas wordt geboden, maar in de vorm van een vlucht naar wat waarschijnlijk de hemel is, en dus een vlucht naar de dood. Het past perfect bij de scène waarin de twee kinderen voor eventjes proberen te vergeten dat ze opgejaagd worden door zowel goed als kwaad, geen stap vooruitkomen en eigenlijk ook nog de wereld (of in ieder geval hun wereld) moeten redden. Het gaat niet zozeer om hoop, maar het even uitstellen van wanhoop en bezwijken onder de waanzinnige omstandigheden. En ja, het is ook dat ‘even opladen voor de rest van de strijd’ gedoe, maar is een woordeloze dans om dat uit te drukken niet te prefereren boven de zoveelste speech van een leider die een groep oppept?

Bram: Ik ga toch het meeste mee met Kaj. Het is wederom een goed deel: Yates staat aan het roer en doet zijn ding, wat in mijn ogen nooit verkeerd is. Mijn probleem is daarom ook niet zijn regie maar eerder het script en het ontbreken van een emotionele lading. Waar het vorige deel voelde als een op zichzelf staande film met zijn eigen opbouw en universum, had deel 7.1 heel veel last van de opsplitsing en in het verleden gemaakte artistieke keuzes. Kaj benoemde al het personage dat wordt behandeld met veel emotionele zwaarte, maar doordat ik sinds het tweede deel dit karakter niet meer heb gezien had ik geen enkel idee waarom ik hierom moest treuren. En dat geldt op meer momenten die belangrijk schenen te zijn, maar me niets deden. Er moet zoveel verteld worden in zo’n korte tijd dat er gaten ontstaan. Niet zozeer plotgaten, maar scènes die vertoond MOETEN worden, maar waarvan ik het nut niet inzie. Het taste voor mij dusdanig de beleving aan dat ik evenwicht verloor.

Een ander kritiekpunt is een kleine: waar jullie zo enorm te spreken zijn over die dansscène kan ik er echt helemaal niets mee. Ik snap de symboliek erachter en vind het leuk dat Yates er op die manier zijn eigen draai aan weet te geven, maar toch werkt het voor mijn gevoel totaal niet. In een film die al zo onaf aanvoelt door een onevenwichtig script, is zo’n scène haast dodelijk voor mijn beleving. Voor mij voelde het behoorlijk nutteloos. Er was geen emotionele toevoeging noch een vooruitgang in een serie scènes die al zo nutteloos aanvoelen. En het zal allemaal wel bij de lagen van die scène horen, toch is het een scène die vooral emoties moet oproepen en de enige emotie die ik hierbij voelde was irritatie.

Theo: Aan de ene kant klaag je dus over het gebrek aan emotie in een script dat onevenwichtig aanvoelt, maar aan de andere kant klaag je wanneer het script (effectief) probeert diepere lagen aan te brengen en emoties probeert op te roepen. Ik snap waar je vandaan komt – het script is inderdaad onevenwichtig – maar scènes als de dansscène en Hermione die afscheid neemt van haar ouders zijn wat mij betreft wél scènes waarin het script werkt. Opvallend genoeg zijn dit scènes die niet in het boek voorkwamen. Als boekenlezer heb ik overigens weinig moeite met wat van de onevenwichtige facetten van het script want deze gaten kan ik inkleuren met mijn herinnering aan de boeken. Andere delen (zoals deel 4, en helaas ook deel 7.2) hebben daar veel meer last van. Daarnaast vindt ik deze film visueel het sterkste van alle delen. De locatie-scout is fantastisch (heeft het Verenigd Koninkrijk er vaker zo schitterend uitgezien?) en Yates zijn composities en lichtgebruik zijn fantastisch. De Albert Speer-achtige architectuur van The Ministry of Magic past bij de Nazistische sfeer die opgeroepen moet worden. Van de tijdloze vormgeving van de propaganda-pamfletten, de kitscherige weelde van Umbridge’s kantoortje tot de optische illusies op de muren van het ministerie; de setdesigners hebben hun werk goed gedaan. Deze scène is qua vormgeving en toon duidelijk gestoeld op het werk van Terry Gilliam, en er zit dan ook niet voor niets een knipoog in naar Brazil (magisch vliegende kranten die aan iemand vast blijven plakken). Elke scène heeft een eigen sfeer en gevoel: van de krakkemikkige huizen in Godric’s Hollow, de London-bij-nacht-sfeer van de vlucht, de lichtvoetige magie van de trouwerij tot, jawel, de prachtige animatie van The Deathly Hallows. Meest opvallend is nog wel de spaarzame manier waarop Yates special effects gebruikt. Of ze zijn slechts te zien als een reeks impressionistische kleurenexplosies, of we zien slechts het effect van de magie (opwaaiend sneeuw als er weer iemand een ‘apparation’ heeft gedaan). Het is een regisseur die duidelijk visueel aan het groeien is, ondanks wat kleine smetjes op het plot.

Kaj: Heeft het Verenigd Koninkrijk er vaker zo schitterend uitgezien? Ja hoor, talloze malen. Door Stanley Kubrick bijvoorbeeld, om maar een naam te noemen, maar ook een Joe Wright heeft het eiland mooier in beeld gebracht dan Yates. De belichting en kleurgebruik zijn wel sterk, maar de composities vind ik toch niet zo bijzonder. En ik vraag me af in hoeverre Eduardo Serra hier de lof verdient, aangezien de verschillende Potters van Yates wel enigszins op elkaar lijken, maar toch ook behoorlijk verschillen. Visueel vond ik het werk van Debonnel in de vorige film dan toch sterker. Die groei waar je het over hebt zie ik niet. Ik ben het wel met je eens The Ministry of Magic-sequentie erg goed is gedaan, maar de connectie met Gilliam zie ik toch niet zo. Dat je de gebreken van het plot kan aanvullen met kennis van het boek (en ik geloof dat veel lezers van de boeken dat juist andersom zien) maakt de film zelf er natuurlijk niet beter op. Zeker niet als je bepaalde dingen accepteert omdat je al weet wat er nog gaat komen en daardoor de wat gebrekkige opbouw die nergens naar toe gaat accepteert. Maar goed, daar komen we morgen op terug in het laatste deel van deze reeks.


Onderwerpen:


Reageer op dit artikel