IFFR 2011 Dag 10: Slot
Incendies (2010), Blue Valentine (2010), Silent Souls (2010), Drei (2010), 22 Mei (2010), 13 Assassins (2010), The Joy (2010) en Wasted Youth (2011)

7 februari 2011 · · IFFR 2011

Het IFFR van 2011 komt vandaag tot zijn einde. Het kan terugkijken op een succesvolle editie, met een enorm hoog niveau qua films en een drukte van jewelste. De technische problemen zijn iets om in de toekomst verbetering in aan te brengen, evenals het op tijd starten van de film. Maar goed, dat zijn slechts kleine ongemakken tijdens dit beste Nederlandse filmfestival.

De Tiger winnaars gingen helaas allemaal aan mij voorbij, maar van de publieksprijswinnaar Incendies kan ik absoluut zeggen dat dit een terechte is. De grote films werden, op Black Swan na, over het algemeen minder hoog gewaardeerd dan verwacht, met het briljante Never Let Me Go op #30 en Sofia Coppola’s relaxte Somewhere zelfs op #93. Enerzijds valt dat te bejammeren, maar anderzijds spreekt het ook in het voordeel van de moeilijk te vatten IFFR smaak. De laatste (korte) recensies van het festival volgen en het weerzien met het festival volgt volgend jaar pas weer.

Incendies (2010)

De publieksfavoriet. Deze verfilming van het gelijknamige theaterstuk is terecht verkozen tot de beste film dit festival. Een meesterwerk is het, deze Canadese film die zich voor het grootste deel ergens in het Midden-Oosten afspeelt, waar oorlog om religie of afkomst families verscheuren en de hoofdpersonages hun afkomst vinden.

Wanneer een tweeling, naar aanleiding van het testament van hun moeder, op zoekt gaat naar hun overleden broer komen zij terecht in de oosterse wereld, waar zij achter hun familiegeschiedenis komen. Het feit dat de film uit een theaterstuk voortkomt lijkt enkel voordelig te zijn voor het verhaal. Juist omdat de film zich bezig houdt met universele thema’s en geen echte tijd en plaats kiest blijft het geheel vrij van geschiedenislessen en politiek geblaat. Incendies is altijd een film die verhaalt over een verscheurde familie, ontstaan uit schande en met een verborgen geschiedenis.

De film steekt briljant in elkaar, het verhaal is strak, maar huiveringwekkend en universeel. Juist dat universele maakte Incendies voor mij zulke boeiende cinema. Zeker niet onterecht verkozen tot de beste film van het festival.

★★★★★

Blue Valentine (2010)

Een favoriet voor de aankomende Oscars, en terecht. Blue Valentine mag dan onder de noemer indiefilm vallen, met zijn rauwe romantiek en soundtrack van Grizzly Bear, maar het is er een met een dosis realisme waar je naar van wordt. Blue Valentine is een prachtig geacteerd spel, tussen man en vrouw, over ambities en over de problematiek van een langdurige relatie. Het is Revolutionary Road zonder de opsmuk, ogend als een moderne Cassavetes; zo rauw en puur dat het me niet zou verwonderen als er huwelijken op springen staan na het zien van deze film. Ryan Gosling doet het al goed, maar Michelle Williams draagt de film met haar ijzersterk neergezette personage, dat zo vol benauwdheid en nervositeit zit dat je er kriegelig van wordt.

★★★★½

Silent Souls (2010)

De Russische cinematograaf Mikhail Krichman, bekend van de films aan de hand van Andrei Zvyagintsev (The Return, The Banishment) werkte mee aan Silent Souls. Het trok de aandacht, want de beelden in die films waren wonderschoon. De cinematografie in Silent Souls mag er dan ook zeker zijn in al zijn poëtische verbeelding. Regisseur Fedorchenko laat ons kennis maken met de half verloren gegane cultuur van de Merya, hun tradities en rituelen en hoe zij omgaan met thema’s als de dood en de liefde. Toch, en gelukkig, wordt het nooit antropologisch gezever. De film is juist boeiend in zijn poëtische vertelling, waar de cinematografie en het kleine, maar pure verhaal melancholisch stemmen.

★★★★☆

13 Assassins (2010)

Miike Takashi is (natuurlijk) weer terug dit jaar, op het IFFR. Niet in levende lijve, maar wel met een videoboodschap voorafgaand aan 13 Assassins. Volgens hem krijgen we de Japanse cut voorgeschoteld, die meer ‘Miike’ is. Dat stemde ongerust, want Miike blijft voor mij de filmmaker die zoveel films uitbrengt per jaar, dat hij niet eens de moeite neemt ze af te maken. Zijn films zijn vaak slordig, vaak is enkel de tweede helft boeiend en lijkt hij met een rariteitenkabinet dit goed te willen praten. 13 Assassins bewijst echter het tegendeel. 13 Assassins is af, een vermakelijke samoeraifilm, die weliswaar typische Miike elementen bevat, maar kwalitatief ook nog eens erg goed is.

★★★★☆

22 Mei (2010)

Koen Mortier bracht een paar jaar geleden Ex-Drummer naar het IFFR, dat daar hoge ogen gooide. 22 Mei beloofde dit jaar ook veel goeds, en hoewel dat wat mij betreft zeker waar gemaakt is, zal deze behoorlijk experimentele film niet bij een groot publiek in de smaak vallen.

In 22 Mei bekijken we door de ogen van de beveiliger van een winkelcentrum een aanslag op die werkplek, waarbij vele mensen om het leven komen. De beveilger rent, na een paar mensen gered te hebben, weg. Hier begint Mortier’s vertelling pas echt, waarin we de hoofdpersoon door een wereld van waanbeelden, spijt en angst zien komen en gaan; de aanslag wordt keer op keer opnieuw beleefd en de slachtoffers vragen hem op de man af waarom hij niet ingegrepen heeft.

22 Mei is een intense rit, die door het compleet losstaan van de realiteit niet overal de spanning weet te behouden. Toch is het een interessante invalshoek, de emotionele nasleep van het hoofdpersonage visueel uit te beelden, zonder daarbij de werkelijkheid in beeld te nemen. Koen Mortier bewijst zich als verfrissend cineast opnieuw, met een zeer eigen filmstijl en het durven nemen van behoorlijk drastische keuzes.

★★★★☆

Drei (2010)

Om eerlijk te zijn had ik geen idee dat Tom Tykwer, die ik nog altijd hoog heb zitten, met een nieuwe film op het IFFR verscheen. Sterker nog, ik had geen idee dat Tykwer met een nieuwe film bezig was. Het zal de matige kritiek wel zijn die hij met The International oogste, maar laten we zijn Duitse carrière daarvoor niet vergeten: Lola Rennt, Winterschlafer en vooral Der Krieger und Die Kaiserin mochten er zijn. En dan maakte hij ook nog Heaven.

Drei is een terug keer naar zijn vroegere filmstijl. Stilistisch in harmonie: we zien veel symmetrie, tot in de puntjes uitgekiende plaatjes en een grote trukendoos vol toevalligheden (natuurlijk rondom het cijfer drie) die niet zouden misstaan in een Mulisch-roman. Tykwer oppert in de film zaken als kanker en vreemdgaan, maar hoewel Drei vrij dramatisch begint, blijkt het het allemaal vrij luchtig. Het is geen Der Krieger und Die Kaiseren, maar desalniettemin een terugkeer naar zijn oude vorm. Kwalitatief vermaak, en typisch Tykwer.

★★★½☆

The Joy (2010)

The Joy was voor mij een van de grote verrassingen. Een Braziliaanse vertelling over een groep fantasierijke kinderen, die ergens te midden van Rio de Janeiro een drang naar het bovennatuurlijke hebben. Het heerlijke sfeertje, de fijne beelden en de soms wat bizarre verhaallijn zorgen voor een onbezorgde vertelling die mij met een glimlach de bioscoop liet verlaten. Wat zich precies afspeelt in het hoofd van de kinderen is mij een raadsel, maar een zoet Braziliaans sprookje is het zeker.

★★★½☆

Wasted Youth (2011)

Wasted Youth was de openingsfilm van het festival en ik eindig er mijn artikelenreeks mee. Een van de mindere films die ik zag dit jaar. Een vrij clichematige vertelling over enerzijds een groepje skaters en anderzijds een gefrustreerde politieagent. Het sfeertje in de film is wel aardig, maar het blijft een vrij vlakke vertelling over de Griekse jeugd, verveling en frustraties. Nergens wordt het verhaal ook maar echt interessant of grijpt het je bij de keel, daarvoor zijn de personages simpelweg niet interessant genoeg.

★★☆☆☆


Onderwerpen: , , , , , ,


1 Reactie

  1. theodoor

    Een nieuwe Tom Tykwer, leuk!

    Overigens ben ik het pertinent met je oneens wat betreft Miike Takashi. Op basis van zijn bekende werken zou je het niet zeggen, maar hij heeft eigenlijk drie soorten films. De (soms ongemakkelijke) symbiose tussen artistieke film en rariteitenkabinet (Audition en Zebraman als de goede films, Sukiyaki Western Django als dieptepunt), zijn compleet uitzinnige films (de rariteitenkabinetten) waarin hij zich aan geen enkele regel houdt (Visitor Q, Happiness of the Katakuris). Vaak minder goed geslaagd (Ichi The Killer). Maar in zijn minst bekeken en gewaardeerde werken neemt hij gas terug, gaat hij soms verassend andere richting op of maakt hij gangsterfilms met een twist. Vaak erg goed. (Blues Harp, Rainy Dog, Ley Lines, Dead or Alive 2: Birds, Sabu, The Bird People in China en zijn meesterwerk Big Bang Love, Juvenile A)


Reageer op dit artikel