IFFR 2011 Dag 4 en 5: Afzondering
Meek's Cutoff (2010), 127 Hours (2010), Tender Son (2010), Dad (2010) en Ocaso (2010)

31 januari 2011 · · IFFR 2011

De zaterdag en zondag waren daar, het enige volle weekend dat binnen het festival valt. De drukte was enorm, met vele uitverkochte films, enorme rijen voor de zalen en foyers en lounges waar zitplaatsen te kort schieten. Maar dat is allemaal alleen maar gezellig. Opvallend detail is dat ik in dit weekend de grote films leek te mijden, vrijwel alle films waren kleine films, waarbij ik mij niet meer kon herinneren waarom ik ze in hemelsnaam ging bekijken. Dit bleek een gegronde vraag, want het niveau van de films in dit weekend was erg matig. Het waren vrijwel allemaal verhalen over mensen die zich in hun eigen filmische universum bevonden, afgezonderd van de realiteit van het dagelijks leven, waar zaken als tijd en tempo verbannen waren.

Meek’s Cutoff (2010)

Dit was een van de films waar ik reikhalzend naar uit keek. Kelly Reichardt is een van de interessantste filmmakers van de afgelopen jaren, mede dankzij haar onconventionele manier van verhalen vertellen. Eerder maakte zij Old Joy en Wendy & Lucy, beide IFFR-bekenden en favorieten. De verhalen in deze films, en ook in Meek’s Cutoff, kenmerken zich door het niet hebben van een duidelijke kop en staart. Reichardt’s verhalen spelen zich ergens daartussen af, een zoektocht waarbij de personen die de hoofdpersonages ontmoeten de belangrijkste rol spelen. Vreemdelingen veelal, zo ook in haar nieuwste.

Meek’s Cutoff onderscheidt zich van haar eerdere oeuvre door de genrekeus. Een western lijkt nou niet echt de meest logische vervolgstap na twee indiefilms die zich ergens in het hier en nu afspelen, maar de handtekening van Reichardt staat er goed op. Het verhaal laat zich kort samenvatten. Vroege Amerikaanse kolonisten reizen met karren en paarden door de woestenij op zoek naar water. Daarbij ontmoeten zij een indiaan, die hen wellicht kan helpen, maar tevens een vreemdeling is waarvan niemand weet of hij te vertrouwen is.

Een zeer boeiend schouwspel, mede dankzij de feministische draai die aan het vrij klassieke verhaal gegeven wordt. Het landschap wordt prachtig weergegeven, de grootsheid van de kale vlaktes en heuvels belandt in een bijna intieme vorm op het scherm. Een anti-western, ontdaan van masculiene verheerlijking, maar desalniettemin erg genietbaar.

★★★★½

127 Hours (2010)

Danny Boyle stond aan het stuur van de verfilming van een nieuwsbericht over een hiker die met zijn hand vast komt te zitten achter een rots, en noodgedwongen zijn hand amputeert. Het verhaal van deze Aron Ralston lijkt het perfecte recept voor een film, en Danny Boyle heeft flink uitgepakt om er wat van te maken. Flink uitgepakt inderdaad, wat best apart is getuige het feit dat Ralston al snel met zijn hand vast komt te zitten, en die pas aan het eind van de film los weet te krijgen. Er wordt een visuele trukendoos geopend om de waanbeelden en fantasieën te visualiseren die Ralston door uitdroging en een naderende dood voor ogen krijgt.

De film begint spectaculair. Ralston onmoet op weg naar zijn naderende ongeluk twee meisjes, waarbij we hem een beetje leren kennen. We zien hem gevaar trotseren, door de meest idiote toeren uit te halen en kenner te spelen van het gebied waarin hij zich verkeerd. Hierbij wordt het landschap spectaculair in beeld gebracht, zoals we dat eerder bij Boyle zagen in The Beach. Maar als het moment dat Ralston vast komt te zitten daar is, weet Boyle zich door middel van flashbacks en fantasieën alsnog te bedienen van gelikte plaatjes.

Het is een benadering om vooral niet in saaie of eentonige momenten te vervallen, maar door deze visuele aanpak wordt de psychologische staat van Rolstein eigenlijk nooit geprojecteerd op de kijker. Boyle heeft er alles aan gedaan er een vermakelijke film van te maken, en dat is het alleszins. De film is steengoed en de kijker lacht en gruwelt, maar wanneer de wanhoop daar is, blijft de film toch net te oppervlakkig om de kijker met een mokerhamer in het gezicht te slaan voor het de zaal verlaat.

★★★½☆

Tender Son – The Frankenstein Project (2010)

Het gegeven van dit project wekt enorm veel interesse. Het koppelen van een jongen met psychische problemen aan het verhaal van Frankstein lijkt een succesformule, en wat die link betreft is de film ook zeker geslaagd. Het hoofdpersonage uit de film, die waarschijnlijk niet voor niets de naam draagt van de beroemde Hongaarse psychotherapeut Nagy, heeft geen emotionele binding, met niemand. Niets doet hem wat, zelfs wanneer er door zijn doen doden vallen kan hij er geen moment rouwig om zijn. Liefde lijkt hij meer te zien als een soort verplichting, dan als een emotionele band, en ook de relatie met zijn vader is problematisch kil.

Het idee is dus zeker interessant, maar regisseur Mundruczó neemt het wel erg makkelijk met het plot, dat nergens echt boeit of de kijker weet mee te slepen. De film zelf is al net zo emotioneel kaal als de hoofdpersoon, een groot gemis, want potentie was er zeker. Wat dat betreft klopt de titel dan ook wel, want Tender Son wordt nooit meer dan een project, een experiment. Het is een slecht uitgewerkt potentieel goed idee.

★★☆☆☆

Dad (2010)

Dad verhaalt over een vader-zoon relatie. We zien een vader en zijn zoon vissen, we zien ze in het gras liggen, we zien ze kijken en we zien ze praten. En dat allemaal net iets te lang en net iets te esthetisch, waardoor de verveling eigenlijk al in de eerste minuut op komt zetten. Het lijkt een fenomeen dat wel vaker bij dergelijke films op treedt: wanneer het een kortfilm was, dan had het absoluut een goede film kunnen zijn. Het is niet interessant om zonder reden een minuut lang naar het blonde haar van een jongen te kijken. De film mag dan 74 minuten duren, maar het bleek een ware toets van mijn zitvlees.

Toch, aan het einde van de film, wordt het verhaal interessant gemaakt. De verhouding tussen de vader en zijn zoon, die zo idyllisch leek, lijkt niet zo idyllisch te zijn. Opeens maken de mooie composities plaats voor de keiharde realiteit van de werkeloosheid en het niet zien van je kind. Deze twist wist de film nog iets omhoog te tillen, maar de 70 voorgaande minuten waren er toch zeker 50 te veel. Less was toch more?

★½☆☆☆

Ocaso (2010)

Ocaso was al net zo min interessant als Dad. Fotograaf en regisseur Théo Court registreert een man, die loopt; eet; verzorgt; een vuurtje stookt. Nergens wordt de kijker een mogelijkheid gegund om ook echt wat voor die man te voelen, of misschien is de man zelf gewoon niet boeiend genoeg. Vijf minuten lang laten zien hoe hij smakkend een tomaat eet? Daar bedank ik toch liever voor. Het is duidelijk wat de regisseur van Ocaso in gedachten had, maar een trage film over een man die niets doet moet ook enige vorm van binding met de kijker veroorzaken, want anders is het Melatonine op een filmrol.

★☆☆☆☆


Onderwerpen: , , , ,


3 Reacties

  1. Olaf K.

    Meek’s cutoff. Het kon alleen maar tegenvallen, na Old joy en Wendy & Lucy. Maar het was fantastisch…

  2. theodoor

    Wat vond je van Old Joy en Wendy & Lucy

  3. Olaf K.

    Ik vond Old joy heel geslaagd, en ik vond Wendy & Lucy destijd de beste film van het jaar (http://www.subjectivisten.nl/de_subjectivisten/2010/01/cinema-in-2009-olaf.html).


Reageer op dit artikel