Pirates of the Caribbean 1-3: renaissance of retro?
Disney Live-Action (5)

12 maart 2011 · · Beschouwing

Disney is al jaren bezig met het maken van gewone speelfilms. Live-action in plaats van animatie. De films kregen in de jaren 90 relatief weinig artistieke en commerciële waardering, een aantal grote hits (The Parent Trap, 101 Dalmatians, Flubber) daar gelaten. Toen in 2003 Pirates of the Caribbean: The Curse of the Black Pearl uitkwam werd er gesproken van een ware renaissance. Disney zou zijn oude wegen verlaten hebben, nieuwe bronnen hebben aangeboord en een frisse wind laten doen waaien. Afgezien van de lichte overwaardering van de film en zijn vervolgen (over nodeloos uitgesponnen scripts gesproken) klopt dit simpelweg niet. Het is waar dat Pirates of the Caribbean frisser aanvoelt dan zijn voorgangers, maar het is verre van waar dat Disney een nieuwe formule heeft gevonden. Of zelfs dat Pirates zo verschilt van de ouderwetse Disney-formule.

Disney heeft namelijk in al die jaren dat ze live-action-films maken vele, vele formules gekend. En de Pirates-films beproeven bijna al deze formules opnieuw. Wanneer je de trilogie plaats binnen het grote live-action-oeuvre van de studio valt op dat bepaalde elementen niet eens zo verschillen van de klassiekers. Het is een beproefde formule in een nieuwer, blitser en frisser jasje.

Disney heeft namelijk eerder films over piraterij (Treasure Island, Kidnapped, The Muppets Treasure Island, Blackbeard’s Ghost) en ouderwetse scheepvaart (Swiss Family Robinson, 20,000 Miles under the Sea) gemaakt. En de eerste schreden op live-action gebied van Disney bevinden zich in exact hetzelfde terrein als Pirates of the Caribbean: Curse of the Black Pearl. Het terrein van de historische avonturenfilm. Men neme een vervlogen tijd, voegt een potente mix van stuntwerk, actie, romantiek en intrige toe en voila. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld een trilogie die Disney in de 50’s maakte van Europese middeleeuwse legendes (Robin Hood and his Merrie Men, Rob Roy en The Sword and the Rose) of een staaltje Americana-avontuur in de vorm van kolonisatie-drama The Lights in the Forest.

Men zou het argument aan kunnen dragen dat Disney in Curse of the Black Pearl een nieuw staaltje horror toevoegt in de vorm van de skeletpiraten. Nu is Disney in zijn animatiefilms niet vies van een skeletje meer of minder (Skeleton Dance, The Black Cauldron, The Nightmare Before Christmas) maar voor Disney’s doen lijkt deze live-action vrij duister. Ware het niet dat Disney zich ook op live-action-gebied zich eerder in duistere wegen heeft begeven. De twee spraakmakendste voorbeelden zijn Something Wicked This Way Comes en The Watcher in the Woods, die beiden zich ook op bovennatuurlijk terrein begeven. In andere woorden, The Curse of the Black Pearl is een combo tussen Disney-swashbuckler en Duistere Disney.

Het vervolg op Curse of the Black Pearl, Pirates of the Caribbean: Dead Man’s Chest voegt nog meer vertrouwde elementen uit The House of Mouse toe. Disney heeft eerder ge-experimenteerd met special effects en dat element is juist in dit deel prominent aanwezig. De bad guys zijn veredelde combinaties tussen zeedieren en schurken uit de power rangers, zij het met een zeer hoge productiekwaliteit. De computer krijgt een ereplaats en dat is zeker niet nieuw voor Disney, die eerder baanbrekende special effects verwerkte in hun films. Een film als Mary Poppins steunt ook praktisch enkel op de special effects en Tron is zowat de eerste film die computeranimatie serieus nam. Technische innovaties om het verhaal vooruit te helpen. Of te vergeten in dit geval.

Maar nog een vertrouwder Disney-element is terug. Disney was lange tijd niet vreemd van xenofobie, stereotypes en (onbedoeld) racisme, in zowel animatie (Song of the South, Aladdin, Peter Pan) als live-action (One of Our Dinosaurs is Missing, The Light in The Forest, Darby O’Gill and the Little People). Dead Man’s Chest kenmerkt een nogal ongemakkelijke terugkeer, in de vorm van kannibalistische inboorlingen. Jawel, de schaamlapjes en neusbotjes zijn aanwezig, zoals het een ouderwets racistisch schooljongensboekavontuur betaamt. Maar meest misplaatst is nog wel Johnny Depp als levende sis-kebab. En dan praten we nog niet over Tia Dalma, een voodoo-priesteres die zo over de top is dat de vroege Disneys er niet mee weg waren gekomen.

Nog onzekerder qua toon is het derde deel, Pirates of the Caribbean: At World’s End. Een film die zoekt naar een genre en veelvuldig leent uit klassieke bronnen. Het is Disney niet vreemd om oude elementen te recyclen, zij het lenen klassieke verhalen en voorbeelden (o.a in The Black Hole, Lt. Robinson Crusoe en The Three Musketeers) of putten uit meerdere (fantastische) genre’s (o.a The Black Hole, The Black Cauldron, Condorman en The Rocketeer). De zoektocht naar een passend genre in At World’s End uit zich in meerdere geleende elementen en even zo veel verschillend genre’s. De toon van de film schiet van wild surrealistisch (het hele segment in het dodenrijk), naar kluchtig (Jack Sparrow is overdrevener dan ooit), naar duister, naar actievol.

Maar er zijn meer letterlijke incarnaties van voormalige Disney-successen. Zo valt onmogelijk de cartoon-slapstick te negeren die bij vlagen wel erg Donald Duck is. Er is zelfs een moment waarop Jack Sparrow twee mini-Sparrows op zijn schouder heeft, als ware ze het klassieke Donald Duck-duiveltje en -engeltje. Maar ook zijn er een zeestorm/draaikolk als finale, een element wat eerder voorkwam in zowel 20,000 Leagues Under the Sea als zijn scifi-remake The Black Hole. Maar ook nog niet verdwenen zijn de Duistere Disney en de xenofobie. Duistere elementen bestaan ditmaal uit een letterlijke dodenoptocht over een styx-achtige rivier en een afgevroren voet. En de xenofobie verplaatst zich ditmaal van clichès over Afrikanen richting clichès over Aziaten.

Lang verhaal kort, mensen die beweren dat Pirates een teken is dat Disney compleet nieuwe wegen in slaat zijn waarschijnlijk onbekend met de eerdere incarnaties van live-action-Disney. Dat Disney frisser aanvoelt dan ooit tevoren heeft vooral te maken met de uitbundigheid waarmee Disney vertrouwde elementen herintroduceert. De humor is luidruchtiger, de duisternis duisterder, het postmodernisme postmoderner, het avontuur avontuurlijker en de draaikolk draaikolkeriger. Als de Pirates-trilogie één ding goed doet is het de oude elementen in een nieuw jasje gieten, wat misschien het gigantische succes van de films verklaart. Helaas is in al die jaren één ding niet verandert in Disney-films: ze zijn uitleggerig en uitgesponnen tot in den treure. Waren Kidnapped of The Lights in The Forest met hun anderhalf uur al te langdradig, de Pirates-trilogie is met zijn 150 minuten per deel een zeer zware zit.


Onderwerpen: ,


2 Reacties

  1. Rogier

    Leuk en interessant stukje. Zelf ben ik een redelijk grote fan van de trilogie. Voor mij is het dan ook geen zware zit, maar even een vraagje: Hebben veel elementen ook niet gewoon te maken met toeval? Want Disney heeft inmiddels al zo ongelooflijk films geproduceerd en gemaakt.

  2. theodoor

    Er zal heus ook wel sprake zijn van toeval, maar een bedrijf als Disney staat er ook om bekend volgens formules werk te gaan. De swashbuckler elementen en slapstick passen in deze formule. Een element als het onbedoelde racisme is wat dat betreft meer typisch gewoon Hollywood, waar minderheden vaker op een onbeholpen manier geportretteerd worden. Toch weet ik vrijwel zeker dat Disney met de Pirates-trilogie teruggrijpt op oude elementen.

    Waarom weet ik dat zo zeker? Omdat de film gebaseerd is op een grote attractie in Disney World. Een belangrijk element van deze attracties is dat deze binnen een bepaald Disney-stramien passen. De vaak stokoude attracties (The Tiki Tiki-room bijvoorbeeld, momenteel in verfilming is al decennia oud) zijn losjes gebaseerd op scènes en elementen uit andere Disney-films. De Pirates-attractie zal daarom wel geschapen zijn naar de leest van Kidnapped en Treasure Island met een nieuw plot.


Reageer op dit artikel