Russellmania 5: Net als Salome
Salome

27 augustus 2011 · · Beschouwing + Russellmania

Ken Russell begon ooit bij de BBC en maakte daarna een roemruchte carrière. Hij eindigde zijn carrière met flops en maakt nu slechts amateurfilms vanuit zijn woning. Een van zijn laatste bioscoopfilms was Salome’s Last Dance. In Salome’s Last Danceadapteert hij het toneelstuk Salome van Oscar Wilde. Het Bijbelse verhaal van Salome en Johannes de Doper was eerder een inspiratiebron voor een kunstenaar genaamd Richard Strauss. Richard Strauss staat centraal in een van Russel’s vroege films voor de BBC. Beide films bespreken dezelfde onderwerpen, en tonen dat Ken Russell, ondanks wild verschillende films in zijn aanpak eigenlijk nooit veranderd is.

Richard Strauss is de hoofdpersoon van Ken Russell’s vroege film Dance of the Seven Veils. Het is een wonder dat de BBC deze film uit durfde te zenden, want de film zit vol schokkend geweld en groteske seks. De BBC heeft na vertoning de film wel in de ban gedaan, en de film is slechts nog te vinden via Bootlegs van belachelijk slechte beeldkwaliteit. We zien in de film Richard Strauss als dirigent van zijn eigen leven. Hij herbeleeft zijn leven door middel van verschillende personages uit zijn eigen composities. Hij begint als Zarathustra (Also sprach Zarathustra ), ontpopt zich vervolgens tot een Tijl Uilenspiegel (Till Eulenspiegel’s Merry Pranks ), wordt verlijd door de kunst (Salome), beleeft een Alpenperiode met zijn gezinnetje (An Alpine Symphony ) en maakt na een trauma een metamorfose door (Methamorphosen). Uiteindelijk transformeert hij tot een ideaal van zichzelf na zijn dood (Death and transfiguration). De kern van de film is een scène waarin Strauss, die zichzelf politiek afzijdig hield van de nazi’s, door blijft dirigeren wanneer een Joodse man en zijn vrouw verkracht, mishandeld en vermoord worden. Het is een symbool voor het (artistieke) dilemma waarin Strauss zich bevind: kunst houd zich volgens hem afzijdig, maar waar houdt de kunstenaar op en begint de persoon?

Oscar Wilde staat centraal in Salome’s Last Dance. In een kitscherig bordkartonnen decor wordt het verhaal van de Bijbelse profeet Johannes de doper vertelt. Hij werd verleid door Salome, maar ging niet in op haar avances. Salome danst vervolgens suggestief voor haar oom, koning Herodes, die naar haar lust. Zij mag als dank alles vragen wat haar hart begeert en vraagt om het hoofd van Johannes de Doper. Dit verhaal werd door Oscar Wilde bewerkt tot een toneelstuk. In Salome’s Last Dance is Oscar Wilde aanwezig bij een speciale opvoering, in het bordkartonnen decor van de film. Het toneelstuk Salome werd verbannen na de eerste paar voorstellingen, hetgeen misschien het aspect was wat Ken Russell aanspraak: ook hij heeft te maken gehad met beklemmende censuur (The Devils, Dance of the Seven Veils en Whore).

Het toneelstuk vormt het overgrote deel van Salome’s Last Dance, maar het verhaal is ingebed in een raamvertelling. Een raamvertelling waarin Oscar Wilde het stuk bekijkt, alvorens hij wordt opgepakt voor het “perverse toneelstuk” en homoseksuele handelingen. Deze handelingen doet hij met een betaalde jongen van het plezier, terwijl hij het stuk bekijkt. Extra schrijnend voor zijn huidige scharrel, die Johannes de doper speelt in het stuk en met lede ogen toekijkt hoe Wilde vreemdgaat met een ander. Uiteindelijk vormt de jaloezie van Oscar Wilde’s vriend de ondergang van Oscar Wilde. Uit jaloezie verraad hij Wilde aan de autoriteiten. Kijken en bekeken worden is gevaarlijk. Saillant en relevant detail: Ken Russell heeft ervoor gekozen Salome te laten spelen door een blinde actrice, wat het voyeurisme in de film een dubbele lading geeft.

Hoewel Dance of The Seven Veils en Salome’s Last Dance qua onderwerp verschillen zijn er veel overeenkomsten. Het eerste is dat de kunstenaar toeschouwer is van zijn eigen werk. Richard Strauss dirigeert zijn eigen leven, en kijkt toe op de conceptie van zijn stukken. Oscar Wilde kijkt toe op de opvoering van zijn stuk alsof het compleet nieuw voor hem is. Kijken is in beide films een belangrijk onderdeel van het artistieke proces, ook als het werk al af is. Zelfreflectie is de kern van beide films. Oscar Wilde word geconfronteerd met zijn eigen fouten, Strauss eveneens, en beiden door hun werk.

Het is een typisch gevalletje van life imitates art en vice versa. In beide films levert het uitspelen van het werk commentaar op het leven van de kunstenaars. Strauss beleeft zijn leven als zijnde een aaneenschakeling van zijn opera’s. Het liefdesleven van Oscar Wilde loopt parallel met zijn toneelstuk. Het toneelstuk in Salome’s Last Dance levert commentaar op de scènes in de raamvertelling, en de muziek van Strauss parodieert in Dance of The Seven Veils het leven van de componist.

De tweede overeenkomst is de parallel met het verhaal van Salome. Salome danst en vraagt als beloning een offer. Een mensenoffer in de vorm van het hoofd van Johannes. Kunst vraagt, net als Salome, ook een offer aan Strauss en Wilde. Een van de redenen dat Wilde word opgepakt is het tonen van lichte zeden in het toneelstuk. Hij verliest beide relaties die hij heeft tijdens het opvoeren van het toneelstuk. En dan suggereert Russell ook nog dat de dood van Salome in het toneelstuk alles behalve gesimuleerd is. Er vloeit bloed.

Hetzelfde geld voor Strauss. In een gefictionaliseerde interpretatie van Strauss politiek afzijdigheid is Strauss toeschouwer van geweld tegen een joods echtpaar. Hij blijft door dirigeren maar voelt zich de rest van zijn leven bezwaard met de dood van de twee mensen. Zijn afzijdigheid in naam van de kunst (“kunst en politiek mengen niet”) zorgt voor doden. Ondanks dat deze situatie fictioneel is voelt Strauss zich volgens Russell schuldig voor het lot van de joden onder het juk van de Nazi’s. Het moge duidelijk zijn. Strauss is Salome, hij vroeg (ongewild) een offer). Wilde is Salome, en het offer. En Russell is Salome en slachtoffer. Hij werd jarenlang verguisd voor het eigen pad dat hij bewandelde, kreeg veel projecten financieel niet van de grond en is nu vooral bezig met abominabele home-videos. De kunstenaar moet lijden voor zijn kunst. Hij zal financieel, emotioneel of lichamelijk ten gronde gaan als offer voor zijn kunstwerk.

Volgende week: Tommy (slot)


Onderwerpen: ,


Reageer op dit artikel