Speed Racer (2008)
Een herwaardering.

25 juni 2011 · · Kritiek

Speed Racer van de Wachowski’s (Lana en Andy, voorheen Larry en Andy, bekend van The Matrix) werd nogal lauw ontvangen. Publiek bleef weg en de critici zagen Speed Racer als leeghoofdig en meer van hetzelfde. Het is waar dat Speed Racer weinig diepere lagen bevat. Maar in de bovenste laag, plot en beeld, is Speed Racer misschien wel het meest unieke en experimentele product dat de laatste vijf jaar in de grote studio’s in Hollywood is gemaakt.

Speed Racer lijkt op het eerste gezicht een nogal simpele film: een familie van racers probeert een wedstrijd te winnen. De hoofdpersoon, met de naam Speed Racer (serieus), wordt gekweld door de dood van zijn broer, tien jaar daarvoor en probeert te leven naar zijn voorbeeld. Wanneer de Racers onder druk worden gezet door een kwaadaardige multinational zal Speed moeten racen voor de veiligheid van zijn familie. Het plot is simpel, de actie kleurrijk. Maar wie beter kijkt ziet dat Speed Racer in beeld behoorlijk uniek is: de manier waarop het plot verteld wordt en de manier waarop de actie in beeld wordt gebracht is vernieuwend. Speed Racer is een experiment in beeld en een experiment in verhaal.

Als we kijken naar het experiment in beeld dan valt vooral het gebruik van digitale effecten op. De achtergronden komen in zijn geheel uit de computer en alleen de acteurs zijn van vlees en bloed. In plaats van de stijl van Sin City en Casshern, die nog enigszins proberen een realistische stijl te creëren, steunt Speed Racer echter niet op de foto-realistische machten van de computer. Nee, juist het artificiële effect van de computer, de potentie de meest felle kleuren, vlakke achtergronden en geschilderde achtergronden te creëren, wordt ingezet. Speed Racer is geen live-action-film, het is een animatie-film met echte acteurs. Dit wordt benadrukt door een aantal animatie-scènes, waaronder een ode aan anime. De droomwereld van Speed als kind ziet er uit als een schetsboek, de fantasiewereld van Speed’s broertje is een Japanse actie-film en de race-scènes maken gebruik van alle technieken die de computer in huis heeft: van extreme slow-motion, tot fast-forward, tot dwars-doorsnedes van de auto’s tot letterlijke felrode en felblauwe locaties.

Speed Racer is faker dan fake, een ode aan de droomcomputer die Hollywood heet. Waar de gemiddelde Hollywood-film juist het kunstmatige aspect van de film probeert te onderdrukken benadrukt Speed Racer deze juist. Het publiek mag normaliter niet te veel stil staan bij het feit dat het een film aan het kijken is, maar Speed Racer vraagt zich terecht af waarom. Bestaat escapisme niet juist uit het zien van andere werelden? Waarom zou je daar dan niet vol voor gaan? De doelbewust kunstmatige stijl van de film wordt onderstreept door sommige race-scènes te tonen alsof deze in vroeger Hollywood geschoten zijn: jawel, met green screen wordt de vroegere achtergrondprojectie nagebootst. In de scène waarin Speed Racer’s broertje rondrijdt in de fabriek en daarbij mensen aanrijdt is er geen twijfel over mogelijk dat de acteur in een nepauto zit terwijl de rondrennende mensen op de achtergrond er in geplakt zijn. Met dit soort knipogen naar special effects van weleer toont Speed Racer het maken van een film tijdens de film zelf. De kunstmatigheid van Hollywood wordt zover uitvergroot dat Speed Racer een experiment wordt in stijl en een ode aan de special effects van film. Saillant detail is ook het begin van de laatste race: de wanden van de baan zijn beschilderd met tekeningen van een zebra, die door de snelheid van de actie het effect van een Zoetrope oproepen. Speed Racer verwijst letterlijk naar de kunstmatige origine van cinema.

De kunstmatigheid van Hollywood keert ook terug in de plot. Speed Racer is een aaneenschakeling van clichés. Maar de manier waarop de clichès aan elkaar gesmeed wordt in de plot is uniek. Elke cheesy Hollywoodfilm kent wel een montage-scène: een scène waarin het verhaal verkort wordt weergegeven door deze in de montage snel achter elkaar te zetten. Denk aan de scène in Rocky waarin Rocky Balboa’s training van maanden binnen een ritmisch gemonteerde scène van een minuut verkort wordt weergegeven. Speed Racer heeft niet één of twee van die montage’s, de gehele film lijkt zo’n montage.

Speed Racer speelt namelijk met de manier waarop het clichèmatige verhaal wordt weergegeven. De race’s krijgen we volledig te zien, maar de rest is filler, lijken de Wachowski’s te willen zeggen. Je komt voor de race-scènes immers. In Speed Racer worden veel van de andere scènes getoond in de vorm van een montage. Gehele plotpunten worden verkort tot het essentiële: in plaats van tientallen scènes uit te trekken voor uitleg van het plan van de villain wordt deze getoond terwijl hij hem uitlegt. Tegelijkertijd zien we in het zelfde beeld de reactie van Speed Racer, het verleden van de races en wat een aantal andere personages aan het doen zijn. Allemaal in het tijdsbestek van een minuut, vaak over elkaar heen gemonteerd door middel van computereffecten. En wanneer men zich opmaakt voor de grote race zien we de anticipatie van de villain, de anticipatie van Racer X, de spanning bij Speed Racer, de reactie van journalisten, de reactie van de familie en de voorbereiding van de andere racers tegelijkertijd in beeld. De voorsleep en nasleep van sommige actie’s worden in een aantal scènes ook door elkaar heen gemonteerd. In een gevechtscène in de film bijvoorbeeld zien we de cartooneske actie van de personages zo snel door elkaar heen gemonteerd dat we vier of vijf gevechten tegelijktijdig dan wel binnen enkele seconden in beeld zien. Speed Racer bouwt zijn verhaal op als een stripboek, waarbij we de gehele pagina zien, en tegelijkertijd de details, aan elkaar geplakt als een groot overzicht. Speed Racer houdt het midden tussen animatie, comic-book, computerspel en speelfilm en toont ons daarmee de glorieuze kunstmatigheid van entertainment.


Onderwerpen: ,


Reageer op dit artikel