Spielberg Saturday (13): Make Me Laugh
Night Gallery Ep 1.4

17 september 2011 · · Spielberg Saturday

We zijn er weer met een nieuwe Spielberg Saturday (na een hiatus van een jaar), en dit is een van de artikelen voordat Tin Tin: The Secret of the Unicorn een release krijgt. We (her)starten met de Night Gallery-aflevering Make Me Laugh uit 1971, een aflevering die ik pas onlangs heb kunnen zien. Steven Spielberg maakte eerder al een aflevering van Night Gallery, een segment in de pilot. Ook Make Me Laugh begint met een introductie van Rod “Twilight Zone” Serling die, zoals in elke aflevering, begint met het tonen van een schilderij dat representatief is voor de moraal. Een schilderij van een huilende clown leidt het verhaal in van Jackie Slater (gespeeld door Godfrey Cambridge). Deze talentloze komiek krijgt te maken met een nogal ruw publiek en racistische uitbaters (“you wouldn’t get a room full of men if you gave free shoeshines”). Wanneer een sjamaan hem een vervulde wens aanbied wenst hij dat iedereen hem hilarisch vindt.

Deze moralistische vertelling, in de goede oude Rod Serling stijl, is nogal flauw. Uiteraard is er een ironische conclusie waarin er bij de wens een addertje onder het gras bleek te zitten. De voorspelbaarheid van het verhaal wordt niet geholpen door het overdreven acteerwerk van Godfrey Cambridge. In enkele scènes overtuigt hij (mede geholpen door een beheerste regie van Spielberg), maar even vaak legt hij het er veel te dik bovenop. Nu past dat bij de rol van een nogal slechte komiek, maar als dit ook gebeurt in dramatische scènes dan gaat het mis. De bijrollen zijn nog matiger bezet, waarbij vooral het kromliggende publiek tenenkrommend is.

Spielberg probeert het matige plot nog een beetje op te leuken door uitstekende kadrering en goed gebruik van kleur. Net als in Jaws maakt Spielberg gebruik van de kleuren rood en geel om negatieve emoties te benadrukken. En de scènes waarin Jackie Slater uitlegt wat zijn reden is om komiek te worden (hij werd toch al uitgelachen op het schoolplein, dus besloot hij dat zijn levensdoel te maken) wordt geloofwaardig gemaakt door de focus van Spielberg op het gezicht van Godfrey Cambridge. De beheerste regie haalt het beste in hem naar boven, en in deze scène overtuigt hij wel. De onnatuurlijke belichting en het dik aangezette zweet geeft de acteerprestatie net dat beetje extra. De scène tussen de magiër en de komiek in de bar, tenslotte, kent ook een uitstekende kadrering, waarbij de gespannen juxtapose tussen de twee personages aan de linker en rechterkant van het scherm mooi doorbroken wordt door een cynische barman.

De scènes tussen de magiër en komiek vragen, ondanks de onderbrekingen van de barman, echter wel een soort kinderlijke naiviteit van de kijker. Al met al is het verhaal niet zozeer zoetsappig als wel kneuterig en kinderachtig. Ondanks het cynische einde lijken Spielberg en Serling zich te richten op een ietwat infantiel publiek. Het laatste shot is eigenlijk als enige echt sentimenteel te noemen, en echt kitscherig. Het is de vraag in hoeverre het huilende bloemenvrouwtje uit deze scène bedoeld is als parodie op het huilende zigeunerjongetje en dergelijke kitsch of dat er echt te spreken is van wansmaak.

De laatste scène is misschien wat sarcastisch, maar echt grimmig kan het niet genoemd worden. Het ironische lot van Jackie Slater wordt ondermijnd door een huilend oud vrouwtje met bloemen in haar handen. De tranen die langs haar afgezakte gelaat biggelen smeren een dikke laag kitsch over de eventuele nare ondertonen die het verhaal had.

Al met al valt niet te zeggen dat Make Me Laugh nu zo’n hilarisch of meeslepend product is. De entertainment-waarde is even hoog als het kijken naar een slechte komiek als bijvoorbeeld Jackie Slater. Het komt niet van de grond, het is voorspelbaar tot de laatste snik en er is alleen van te genieten op een zo-slecht-dat-het-goed-wordt-manier.


Onderwerpen:


Reageer op dit artikel