Visuele vraagtekens #1
Moet er altijd iets achter de beelden schuilen?

12 april 2011 · · Column

Motivatie vinden tot schrijven is soms het moeilijkste wat er is. In zijn meest gunstige geval overvalt het je in een vlaag van inspiratie na iets gelezen, gezien of gehoord te hebben, maar vaak heb je een strakke deadline nodig om de verplichte woorden uit het toetsenbord te laten ratelen. Het is dan vaak zonde wanneer je gedachten na een gedane indruk geprikkeld in je hoofd malen maar ze daarna even snel verdwijnen in de draaikolk van het onderbewuste. Dat is de indruk die ik van mijzelf heb: ik schrijf te weinig en denk te veel. Daarom het initiatief tot deze column ‘Visuele vraagtekens’, in de stijl van de opinies van redactielid Rik: niet zozeer recenseren, maar (gewetens)vragen stellen over het medium film. En ik wil daarbij ook verbanden leggen met andere media, want goede vragen laten zich niet vangen binnen de kaders van één medium.

Deze week: mijn worsteling met betekenis achter beelden; Nanouk Leopolds Brownian Movement.

Brownian Movement

Afgelopen week zag ik in zijn tweede, en slechts laatste, draaiweek de Nederlandse film Brownian Movement. Hij was me aangeraden, al was dat eigenlijk voornamelijk omdat Bram (van Salon Indien) mee had gewerkt aan de productie. Had hij me anders qua plot echt aangesproken? Waarschijnlijk niet. Had ik hem opgezocht als ik van te voren wist wat ik zou gaan zien? Helaas evenmin. Brownian Movement vond ik in zijn genre ‘arthouse’ vaak even pijnlijk om naar te kijken als de grotere mainstreamproductie Tirza (2010) afstotelijk was in zijn symboliek.

Brownian Movement heeft met Tirza wel een goede hoofdrolspeler gemeen en toont des te meer potentie door zijn eigenzinnige opzet en uitwerking van het drama, maar Nanouk Leopold maakt fouten die mij doen denken aan die van een eerste afstudeerfilm. Met arthouse in negatieve waarde doel ik namelijk op een oningevulde leegte die zwanger moet zijn van betekenis en symboliek, maar waar een achterliggende gedachte grotendeels ontbreekt. Natuurlijk is het niet van belang dat alles uitgelegd moet worden binnen een narratief, laat staan erbuiten via subtiele hints, maar er moet wel iets achter de beelden schuilen, wat het kijken naar een verhaal op zijn minst spannend of intrigerend maakt. Toch kan ik het me als bioscoopbezoeker voorstellen dat het juist fijn is dat er eens niks wordt opgedrongen. Is dat het dan; het eens niks hoeven; het niet hoeven analyseren, bekritiseren, laat staan direct vermaakt worden – kan een ervaring hiervan los staan in zijn betekenisvolheid?

Hoewel Brownian Movement voor mij als geen vermoeiende ervaring voelde, bleef het toch een totaal lege. Omdat je niet meer te zien kreeg dan de naakte oppervlakte, kon ik als kijker onmogelijk ook maar enige interpretatie geven van het waarom achter de beelden, noch een unheimisch gevoel bemerken zoals in de psychoanalytische notie van ‘the uncanny’ (vervreemding in de alledaagsheid). Het probleem hiervan zat hem voor mij deels in de overstilering van de beelden waarbij de camera soms langer dan gewenst bleef hangen op plekken zonder dat daarvan een precieze functie duidelijk werd (zoals bij het wandtapijt). Daarmee wil ik niet zeggen dat de film slecht geschoten was, met zijn sterke mise-en-scène, zelfs verre van, maar de beelden diepten het verhaal ook niet uit op plekken waar dat wel leek te worden gesuggereerd. Er was geen sprake van mysterie; een verklaring, laat staan toenadering, werd in het drama constant opgeschort in stilte of terugtrekking; een uiteindelijke confrontatie met de werkelijkheid, zoals de Italiaanse regisseur Antonioni dat zo goed kon, kwam nooit uit te doeken.

Hoewel de film door zijn traagheid wel op plekken een gevoel van meditatie opriep – wat al een verdienste is binnen de Nederlandse film – vroeg ik me tegelijk af: meditatie waarop? Onvermogen? Het niet kunnen bestaan binnen je eigen bestaan? Guernsey (2005) van Nanouk Leopold ging ook al over een vrouw met groeiend onvermogen binnen haar relatie, maar die kende een duidelijke aanleiding (zelfmoord), en relativering met de humor van haar zus. Zelfs Leopolds – als ik me niet vergis – afstudeerfilm Weekend (1998) bruiste van leven in zijn korte speelduur vol vriendinnenhumor. Dus waarom dan nu ‘slechts’ het naakt om het naakt, uitgebeende stiltes zonder emotie, en waarom in vredesnaam Engelstalige dialogen gesproken door niet-Engelstalige acteurs, die soms – zoals in bed – tot het kazige af waren? En leg eens uit: waarom moest aan het begin van ‘deel 2’ via een wederom moeizame, steriele dialoog ‘deel 1’ van de film opnieuw worden herhaald? Niks wat wij nog niet wisten, laat staan dat het enige uitdieping verschafte, en weg was de mogelijkheid tot eigen invulling. Wat blijft er dan als ervaring over als er ook geen aanzet tot betekenis door de film zelf wordt gegeven?



5 Reacties

  1. Rik Niks

    Ik snap je punt Fedor, en er ligt ook een van de redenen in besloten dat ik dit soort cinema weinig meer opzoek, maar ik vind het toch niet helemaal kloppen. Je hebt het over (leegte in) arthouse die zwanger staat symboliek en betekenis, maar waar een achterliggende gedachte grotendeels in ontbreekt. Ik geloof daar niet zo in; films, en zeker arthousefilms, worden altijd met een visie of bepaald idee gemaakt. Het kan zijn dat die visie niet doordringt tot de kijker, het kan zijn dat de kijker problemen heeft met de visie an sich, het kan zijn dat de kijker niet enthousiast is over de filmische vertaling van die visie, maar ik geloof niet dat dit soort films volledig zonder visie worden gemaakt en dáárop aangevallen kunnen worden. Doorlezend lijkt bij Brownian Movement het eerste het geval (met wellicht een scheut van het derde). En dan komt de lastige gewetensvraag bij het beoordelen van dit soort films: is het de schuld van de maker of van de kijker dat de communicatie tussen maker en kijker niet genoeg tot stand komt? Tja, eigenlijk kun je die vraag alleen met terugwerkende kracht beantwoorden, nadat je precies weet wat de filmmaker bedoelde (!). Pas dan kun je oordelen of de uitwerking adequaat genoeg was om de visie op een bevredigende manier voor het voetlicht te brengen.

    Je kunt ook in het geheel geen boodschap hebben aan bedoelingen van de maker, en vooral je eigen betekenis zoeken in een film. Maar ook in dat geval betreed je een glibberig pad, want aan wie ligt het dan als je er niet voldoende bevrediging uit haalt? Aan de maker die de fantasie van de kijker niet genoeg prikkelt, of aan de kijker die te lui kijkt? Natuurlijk is het lekker om, zoals je treffend schetst, ‘het eens niks hoeven, het niet hoeven analyseren, bekritiseren’, en het is je volste recht om een dergelijke film op zo’n manier in te gaan, maar is het ook terecht een film in die modus af te rekenen?

  2. Fedor Ligthart

    Lastig, lastig..

    Met het zwanger van de symboliek doel ik meer op dat bepaalde film achter de beelden pretenderen meer te zijn, of dieper gaan dan er aan het oppervlakte te zien valt. Ik zeg hiermee niet dat de regisseur dit alleen kan pretenderen (deze pretentie vond ik in ieder geval niet arrogant overkomen in Brownian Movement, verre van, eerder onderontwikkeld), maar de kijker kan dit in zijn analyse natuurlijk evenzeer. Wat je zegt: het is wat je er zelf in leest. Maar dan moet je wat je erin leest (of als regisseur: erin stopt) goed kunnen beargumenteren/verantwoorden. En tegelijk open staan voor tegenargumenten. Slotsom: hoe geslaagd is het product uiteindelijk? Of is het vorige ontkrachtend: hoe eigen is de unieke ervaring?

    Met het ‘eens niks hoeven, het niet hoeven analyseren, bekritiseren’ doel ik dan ook op de zinloosheid die soms erbij komt kijken hoe zeer verschillend je een film kan ervaren, en wat daar voor nodig is. Moet er werkelijk altijd iets achter de beelden zitten om bevredigend te werken – zoals vaak bij arthouse – of liever bij het handje worden genomen zoals bij mainstream? Interpretatie of vermaak, het is net wat je zoekt, maar ook wat je overkomt. En dat was mijn frustratie: Brownian Movement liet me volledig koud. Wat heet: onverschillig op beide vlakken. Ik kon er vrij weinig interessants uithalen, en stoorde me aan het geforceerde en steriele binnen de stijl. Maar dat – je voelt hem al aankomen – is slechts mijn ervaring van de film.

    Ik ben nog steeds benieuwd wat Bram er inhoudelijk uit kon halen. Want zijn recensie is voornamelijk een lofrede voor de strakke stijl.

  3. Verhoeven

    ”Er was geen sprake van mysterie; een verklaring, laat staan toenadering, werd in het drama constant opgeschort in stilte of terugtrekking; een uiteindelijke confrontatie met de werkelijkheid, zoals de Italiaanse regisseur Antonioni dat zo goed kon, kwam nooit uit te doeken.”

    !Spoiler Alert!

    Juist wel. Of heb je liggen slapen tijdens het derde hoofdstuk?

    Er zijn dus drie hoofdstukken. De eerste twee hoofdstukken zien we door de ogen van de vrouw en het laatste hoofdstuk zien we door de ogen van de man.

    Dat kan je vooral zien in de beeldtaal. Extreem afstandelijke / objectieve camerawerk, gestileerde belichting (witte beelden), lege decors, strakke kadering (verticale en horizontale lijnen), slow-motion beelden van de ‘seksuele escapes’ en de ambient muziek die tot vier keer toe terugkomt in de eerste twee hoofdstukken.

    Het laatste hoofdstuk heeft daarentegen een aantal subjectieve shots die verklappen dat de man het ‘geaccepteerd’ heeft. Wat geaccepteerd heeft? Nou de twee buitenechtelijke kinderen. De kinderen zijn namelijk niet van de man. Hoe kom je dat te weten?

    Het constateren van het probleem:
    Allereerst het shot in de tuin waar de ‘nanny’ en de twee baby’s aan het picknicken zijn en de man vraagt waar zijn vrouw is [blabla]. Een opvallend detail is dat de man niets geeft om de twee baby’s. Je ziet duidelijk afschuw in zijn ogen.

    De oplossing / acceptatie:
    1. Vervolgens volgt hij haar een tijdje waarna hij haar op een gegevenmoment ziet zitten in het gebouw. Eerst het subjectieve shot dat ‘wij’ naar haar kijken en vervolgens een objectief shot dat hij huilt.

    2. Even later de betekenisvolle scene met moeder en zoon aan de piano. Maar het gaat om een cruisiale scene daarna waar de vader met de twee baby’s aan het spelen is.

    3. En de laatste bevestiging van zijn acceptatie is het moment dat ze in de ‘woestijn’ aan het rijden zijn en we eerst een shot zien van buiten de auto met links in de hoek de (zij)spiegel van de auto. Dat shot heeft uiteindelijk een symbolische betekenis van bespiegelende / zelfreflecterende aard.

    Oftewel het komt allemaal goed met het gezin.

  4. Fedor Ligthart

    Moet ik even in mijn geheugen graven over wat je allemaal zegt. Interessante punten, zeker weten, maar hoe telt deze observatie over de buitenechtelijke kinderen zich op met haar vreemdgaan. Heeft de acceptatie van zijn kant niet veel meer te doen dat zij niet normaal binnen het gezin kan functioneren als moeder? Is het niet waarom hij haar volgt (punt 1) om erachter te komen wat haar drijft als mens? Is het dus niet eerder te doen om zijn probleem met haar psyche dan met het samengestelde gezin? En over symbolische betekenis van reflectie in spiegels zeg je nu niet meer dan het gegeven dat elke spiegel op deze manier in een willekeurige film kan uitdragen; de vraag is wat de reflectie zelf zegt. Je biedt een interessante analyse van details die me toen niet opvielen (of wellicht wel, maar alweer vergeten ben); het maakt de film echter niet rijker of dieper in zijn mogelijke betekenis voor mij.

  5. Verhoeven

    Nou omdat de man eerst de kinderen accepteert en daarna pas zijn vrouw. Want na de spiegelscene buiten de auto krijgen we direct een shot van binnen de auto waar de camera gericht is op de man. Vandaar de symbolische betekenis. In dat zelfde shot beweegt de camera zijdelings naar de vrouw. Wat zien we dan concreet? Ze lachen beiden en hij heeft een arm om haar. Dat zegt toch genoeg?

    Maar je kunt de film ook interpreteren dat de ’seksuele escapes’ een fantasie van de vrouw zijn. Hoewel dat natuurlijk een stuk moeilijker te beargumenteren is.

    Interessante film!


Reageer op dit artikel