De held van Helsinki
De Kaurismäki Conversaties (3/3): The Man Without A Past (2002)

De Fin Aki Kaurismäki is een van de grootste Europese cineasten van de afgelopen twintig jaar. Een tijd geleden voerde ik enkele discussies op het internet met een Amerikaan over drie films uit verschillende fases van Kaurismäki’s carrière als regisseur. Omdat ik het resultaat daarvan best boeiend vond, leek het mij een goed idee om die teksten te vertalen naar het Nederlands zodat ze op Salon Indien geplaatst konden worden. De eerste discussie over Calamari Union uit 1985 is hier terug te lezen. De tweede discussie over The Match Factory Girl uit 1990, is hier terug te lezen. Deze derde en laatste discussie gaat over het in 2002 met een Gouden Palm bekroonde The Man Without a Past.

Dern: Ah, de derde en laatste film. Nu begrijp ik eindelijk waarom we toezeiden mee toe doen aan deze online afdaling, deze reis naar het filmische onbekende. Ik had tenminste de altijd geduldige Kaj om mijn hand vast te houden, terwijl ik vrolijk naar de zachte, boezemende bodem stortte en weer naar boven klom; ik heb nu het licht gezien, en het is Kaurismäki, en ik voel me fijn en warm. Van de absurdistische, speelse maar toch ook bijtende dragrace die Calamari Union heet, tot de duistere, bittere, stille explosie van The Match Factory Girl, zijn we nu aangekomen bij The Man Without a Past; een zachtaardige, humanistische komedie die nog het dichtste bij het “idee” van Kaurismäki’s oeuvre komt (of tenminste wat ik daarvan begrepen heb).

Kaj: Ik ben het er mee eens dat dit de ultieme Kaurismäki film is, die zo ongeveer al zijn stijlvormen en thematische ideeën bevat en een aantal van zijn vaste acteurs. Daarnaast ben ik van mening dat dit zijn meesterwerk heeft. Hij heeft er eigenlijk meerdere, maar deze is het meest Kaurismäki en de beste Kaurismäki naar mijn smaak. De twee films die we eerder keken waren een goede voorbereiding, aangezien hij hier de twee kanten die hij daarmee liet zien volledig verenigd, door de absurditeit van de tragedie van het leven te laten zijn maar die liefdevol te omarmen in plaats van er ijskoud om te lachen. Het is de vervolmaking van twee decennia van uitstekende filmmakerij, ondanks dat de “Proletariaat Trilogie” van eind jaren ’80 moeilijk te overtreffen leek.

Een van mijn favoriete scènes is die waarin de huisbaas (van de container waarin de hoofdpersoon slaapt) zijn hond aan de protagonist toevertrouwt. Hij blijft praten over hoe gevaarlijk de hond is en hoe het beest zal aanvallen als de man zonder verleden of naam de huur niet betaalt. En dan, als blijkt dat de man inderdaad geen geld heeft, laat de huisbaas de hond los… en blijkt het dier de grootste softie ter aarde te zijn. De huisbaas laat de hond achter om zijn huurder “in de gaten te houden”, alsof de hond nog bedreigend is. Maar wat hij eigenlijk wil is dat onze held voor de hond zorgt terwijl hij een week weg gaat. Prachtig, de manier waarop hij het compleet tegenovergestelde zegt van wat hij bedoelt, en toch de onderliggende boodschap overbrengt (de huur kan hem niet zo enorm veel schelen – hij weet dat de man nog niet kan betalen) dankzij de laconieke wijze waarop de man zijn hele opvoering gadeslaat. Die kijkt door de aanstellerij heen en ziet het onzekere, zachtaardige wezen daaronder maar staat hem toe vast te houden aan zijn pretentie door niets te zeggen. Wonderlijk.

Dern: Het loslaten van de hond is een geweldig moment, een speelse ontwapening van het drama. Het is interessant, deze film te kijken en te beschouwen als de finale van onze excursie, want ik heb pas nu het gevoel dat ik echt doorbreek tot het humanisme van Kaurismäki, een kwaliteit die hem duidelijk duizenden fans opleverde. Achteraf gezien lijken de eerste twee films afwijkingen, zeker nu ik ook Le Havre (2011) heb gezien, buitenstaanders in een filmografie die zo vaak wordt gedefinieerd door een “we zitten allemaal in hetzelfde schuitje en zijn er voor elkaar” pastel verkleuring van gemeenschappen.

Je noemde een favoriete scène, dit is er eentje van mij: tegen het einde, terug op het strand, ontmoeten we weer een stel agressieve pestkoppen. Maar de man zonder verleden krijgt nu overweldigende steun en de naarlingen worden weggejaagd. Overal komen mensen vandaan; het is ontzettend onrealistisch, maar toch heerlijk sterk, een stem voor de toekomst van de man. Twintig jaar eerder in Kaurismäki’s filmografie had hij nog een van de doelloze Franks uit in Calamari Union kunnen zijn, zonder enige toekomst; in plaats daarvan heeft hij zijn plek gevonden. Een veel gelukkiger einde, en we worden nog steeds getrakteerd op een beetje surrealisme.

Kaj: Ik geloof niet dat die eerdere films echt afwijkingen waren, maar eerder dat Kaurismäki’s kijk op de mensheid is veranderd, of gegroeid zelfs. Sterker nog, een Franse journalist sprak hem daarop aan in een interview over Le Havre door hem het volgende te vragen: “Ik heb het gevoel dat hoe gewelddadiger de wereld wordt, des te meer u geloof krijgt in de mensheid. Bent u wanhopig optimistisch geworden?” Waarop de Fin antwoordde: “Mijn voorkeur ging altijd al uit naar de versie van het sprookje waarin Roodkapje de wolf verslindt en niet andersom, maar in het echte leven prefereer ik de wolven boven de bleke mannen van Wall Street.” Dus denk ik dat het meer een ontwikkeling is. Of misschien wordt hij gewoon soft op zijn oude dag.

De scene die je noemt is inderdaad ook een mooie. En slechts één van vele momenten van ontroerende compassie, zoals wanneer die Leger des Heils band een lunch van zwervers begeleidt en er mensen beginnen te dansen. Eén van de bandleden vraagt zich af of dansen op zulke religieuze muziek wel behoorlijk is, en zijn collega zegt tegen hem: “Alleen God weet dat, maar laat ze dansen!” Als je ze dan later rock-‘n-roll ziet spelen voor een ander stel daklozen die in de containers wonen waar onze held ook woont, is dat weer een triomf. En dankzij de droge humor waarmee Kaurismäki het allemaal brengt wordt het nooit echt sentimenteel.

Dern: Misschien heb je gelijk – misschien wordt hij inderdaad softer met de ouderdom. Dat is zeker beter dan het tegenovergestelde. Als een filmmaker zijn stem kan behouden en toch ervoor kiest de betere kant van de menselijke natuur te zien, zal ik niet klagen. Want waar Kaurismäki hier in slaagt fluit nooit een valse noot (wat overdreven of verheerlijkte noten misschien, maar nooit valse); hij begrijpt de onvoorspelbaarheid van de menselijke natuur, het makkelijke potentieel voor willekeurige, onverschillige gewelddaden en wreedheid, hij erkent ze en weigert net te doen alsof ze niet bestaan. Maar een liefdevolle warmte en gevoel voor gemeenschap stijgt daarboven uit en komt toch het meest waarachtig over. Het is een schitterende instelling om te hebben, en een geruststellende gedachte dat tien jaar later Kaurismäki die nog steeds heeft.


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel