De hilariteit van misogynie: The Lair of the White Worm (1988)
Ken Russell & Horror (3)

20 oktober 2012 · · Beschouwing + The Horror

Op de vraag van een recensent of The Lair of the White Worm een komedie was schijnt Ken Russell geantwoord te hebben, ‘of course it’s a bloody comedy.’ Sterker nog, ik zou willen zeggen dat The Lair of the White Worm een parodie is. Op Ken Russells eigen werk, én op de manier waarop vrouwen worden tentoongesteld in horrorfilms.

The Lair of the White Worm is gebaseerd op een boek van Gothische horrorauteur Bram Stoker, een grote inspiratie voor Ken Russell. De film volgt het boek niet heel trouw, maar het idee van een moorddadige reuzenslang en een mysterieuze verleidster die ondertussen moordcomplotten beraamt, staat nog steeds centraal. De mysterieuze verleidster heet hier echter niet Arabella, maar Lady Sylvia Marsh. Deze laatste is halfslang-halfvrouw en volledig onsterfelijk. Ze is een hulp van een oude paganistische God, van wie de worm die in de grotten buiten het dorp leeft een afstammeling is. Lady Sylvia Marsh krijgt tegenstand van Eve Trent (what’s in a name), een maagd die onder hypnose van Sylvia is, en bedoeld is als offer voor de worm, maar die wel terug blijft vechten. Ze krijgt hierbij hulp van twee mannen, Lord James D’Ampton (Hugh Grant!), die afstamt van een ridder die de worm eerder versloeg, en Angus Flint, een archeoloog die de resten van de vorige worm vond.

De genderrollen in The Lair of the White Worm lijken een parodie op de gemiddelde film. Eve is niet alleen een maagd, zoals de gemiddelde heldin in een horrorfilm, maar ze is enorm christelijk, heeft hysterische visioenen van Jezus aan het kruis en nonnen aan het voet van het kruis die bezoedeld worden door paganistische wormen. De extremistisch-religieuze angst voor de fallus. Uiteraard wordt ze verleid door Sylvia Marsh, net als de eerste Eva, en uiteraard is er een aantal keer een appel in beeld als Eve aan het woord is. Ze komt uit de hypnose door te kijken naar de crucifix op haar ring (“ze is getrouwd met Jezus”), en wordt tegen het einde halfnaakt boven een onderaardse put gehangen, zoals het een damsel in distress in vroege horror- en avonturenfilms betaamt.

Sylvia Marsh is dan weer een parodie op de monsterlijke vrouw uit verscheidene horrorfilms. Seksueel losgeslagen, met satanistische trekken en letterlijk hypnotiserend en giftig. De subtext van castratie-angst die in veel horrorfilms met dominante vrouwen speelt wordt door Russell geparodieerd door Sylvia letterlijk haar mannelijke slachtoffers te laten vergiftigen door een blow-job met haar slangentanden. Jawel, ze heeft twee enorme giftanden, en als de Freudiaanse kwaliteiten van Sylvia nog niet duidelijk waren voert ze op het laatst letterlijk met een stenen slang als voorbinddildo een paganistisch ritueel uit. Ze eet spaghetti, ze houdt slangen in haar huis, speelt Snakes en Ladders, slaapt in een vaas waar ze uit komt bij fluitmuziek en draagt sieraden met slangen erop. Het is een briljante parodie op de misogynie in veel horrorfilms, en kan geen moment serieus genomen worden als echt vrouwonvriendelijk.

Ook de mannenrollen lijken een parodie. Angus en James fungeren ook regelmatig als damsel in distress maar laten zich beiden niet verleiden door Sylvia. De latente homoseksuele aantrekkingskracht tussen de twee wordt er door Ken Russell dik bovenop gelegd, zeker in de hilarische laatste scène. De femme fatale wordt uiteindelijk verslagen door Angus, gekleed in een kilt (in wezen een rok voor mannen), hard blazend op een doedelzak, een fallisch instrument pur sang. De omdraaiing van genderrollen, waarbij Eva verleid wordt door een vrouw, de vrouwelijke schurk een fallus heeft en de mannen stereotype vrouwelijke kenmerken toebedeeld krijgen, werkt briljant als parodie op de seksueel conservatieve ondertonen van veel horrorfilms. Dat de film een combinatie is tussen een lesbische vampierenfilm en een creature feature, twee vaak misogyne genres van de horrorfilm, lijkt dan ook bewust.

Daarnaast geeft het Ken Russell de kans om te spelen met zijn paradepaardjes. De ambivalente houding tegenover de katholieke kerk die zijn films kenmerkt keert terug, waarbij Jezus de redding is van Eva, maar waarbij Eva ook als hilarisch preuts wordt afgeschilderd, juist vanwege haar religie. Ook zijn fascinatie voor fallische symbolen is volop aanwezig, en de culminatie tussen de twee is de eerder genoemde scène waarbij de kruisiging van Jezus wordt onderbroken door een paganistisch erotisch ritueel. Ondanks dat Sylvia Marsh de schurk is lijkt Ken Russell wel sympathie te hebben voor de paganistische kanten van haar. Dit past volledig binnen de fascinatie van Russell voor paganistische en esoterische symboliek. Daarmee is The Lair of the White Worm één van de weinige horrorfilms waarin de angst voor het paganisme, vrouwen en (homo-)seksualiteit bedoeld zijn als parodie op conservatieve idealen, in plaats van een humorloze onderstreping van deze idealen.


Onderwerpen: , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel