De horrorauteur als zijn werk: Gothic
Ken Russell & Horror (2)

13 oktober 2012 · · Beschouwing + The Horror

Ken Russells Gothic draait compleet om gotische literatuur, in stijl en inhoud. De film is er een van het soort waarin kunstenaars in hun eigen kunstwerken geplaatst worden. Denk aan het gefictionaliseerde sprookjesachtige leven van Diane Arbus, fotografe van mysterieuze beelden, in Fur: An Imaginary Portrait of Diane Arbus (2006). Of William S. Burroughs die zijn eigen boek meemaakt in David Cronenbergs Naked Lunch (1991). Of de verschillende levens van Bob Dylan in evenzoveel stijlen in I’m Not There (2007). De trend om biografische details van beroemde kunstenaars te verwerken in een omgeving of genre die doet denken aan hun eigen werk is niet nieuw, maar Ken Russell zal een van de grote vroege voorbeelden zijn.

De film draait om enkele waargebeurde details. Lord Byron, een beruchte 19e-eeuwse dichter en schrijver, leeft al jaren in zelfverkozen ballingschap in zijn huis, Villa Diodati, bij het meer van Genève. Hij heeft een status als enfant terrible, er doen geruchten over hem de rondte rond drugsmisbruik, drankmisbruik, incest en vele andere excessen. In zijn villa nodigt hij op een roemruchte avond vier mensen uit om elkaar verhalen te vertellen en een brainstormsessie te houden. Het zijn respectievelijk Percy Bysshe Shelley, een wereldberoemd schrijver van gotische gedichten, zijn vrouw Mary Shelley, die ook met het idee van een boek rondloopt, haar stiefzus Claire Clairmont, die affaires heeft met zowel Percy als Lord Byron, en als laatste de arts van Lord Byron, John William Polidori. De avond staat in de geschiedenis te boek als de avond waarop Mary Shelley met het idee kwam van haar boek Frankenstein; or, The Modern Prometheus en John Polidori het eerste beroemde vampierenverhaal bedacht, The Vampyre, met een vampier deels gebaseerd op Lord Byron.

Ken Russell gebruikt het uitgangspunt van de avond vooral om zijn verklaring te geven van bepaalde gotische elementen die gepopulariseerd werden door de boeken van Polidori en Shelley. Anders gezegd, hij gebruikt de plot als springplank voor een scala aan horrorscènes, gebaseerd op typische gotische paradepaardjes. Hij bed deze elementen in Freudiaanse nachtmerries waarin onverwerkte trauma’s rondom Mary Shelley’s overleden zoontje, Polidori’s vermeende latente homoseksualiteit en Percy Shelley’s en Claire Clairmont’s buitenechtelijke avontuurtjes centraal staan.

Dit levert scènes op waarin Russeliaanse elementen hand in hand gaan met gotisch werk. Satanische rituelen, hysterische vrouwen, oude kastelen, tirannieke mannen, krakende muren, maanlicht, regen, mysterieuze visioenen zijn allemaal typisch Gotisch, maar dingen als borsten met ogen in plaats van tepels, ridderkostuums met een levende cobra als fallus, bloederige cunnilingus en een zelfverkozen kruisiging aan een roestige spijker zijn typisch Russell.

Russell leent beelden bij verschillende gothische verhalen, maar ook kunst uit hetzelfde tijdperk, zoals Henry Fuseli’s schilderij The Nightmare, waarop een incubus (een demoon) nachtmerries veroorzaakt. De door drugs getriggerde nachtmerries zijn ambigue: is het het werk van een demoon, of is er gewoon sprake van absinthe en onverwerkte trauma’s en verlangens? Russell laat het antwoord in het midden, maar wijst wel vooruit naar de toekomst van de personages. Polidori heeft een diepgewortelde haat-liefde-verhouding met Lord Byron en zelfvernietigende neigingen. Hij schreef later een vampierenverhaal met een schurk gebaseerd op Byron en pleegde zelfmoord. Claire Clairmont is hysterisch en geil, en werd later publiekelijk afgeschilderd als krankzinnige verleidster. Mary Shelley roept haar dode zoon op allerlei manieren tot leven, en schreef uiteindelijk een boek over het tot leven wekken van de doden. Percy Bysshe Shelley is in de film bezig met het in het reine komen met zijn vrouw, en het stel zou hun gehele verdere leven een turbulent huwelijk hebben.

Interessantst is echter de aanpak van Lord Byron. Byron is een soort van de antagonist/anti-held van de film, tegelijkertijd een schurk en een inspirator. Hij werd in zijn eigen leven de naamgever van de “Byronic hero”, een anti-held met schurkachtige trekken die toch de sympathie van de lezer verdient. Hij was zelf de epitoom van karaktertrekken van de Byronic Hero, en Gothic maakt van Lord Byron zelf een archetpyische Byronic Hero. Lord Byron wordt in Gothic min of meer één van zijn eigen personages, zoals elke Byronic Hero arrogant, sluw, cynisch, rebels, zelf-vernietigend, altijd geil, wantrouwend, introspectief, charismatisch, mysterieus, intelligent, getraumatiseerd, hedonistisch, gehaat en verafschuwd. Oftewel, Lord Byron vertoonde veel overeenkomsten met Ken Russell zelf, en dat verklaart een hoop van de inhoud van Gothic, een gotische horrorfilm door een Russeliaans brilletje.


Onderwerpen: , , , , , , ,


Reageer op dit artikel