Denzel in distress
Over de samenwerking tussen Denzel Washington en Tony Scott

25 september 2012 · · Beschouwing + Great Scott!

Tony Scott sloot zijn carrière min of meer af met een reeks samenwerkingen met Denzel Washington. De samenwerking begon met onderzeeboot-thriller Crimson Tide, vervolgde met wraakfilm Man on Fire en tijdreisthriller Deja Vu en besloot met Tony Scotts twee laatsten, een thematisch tweeluik bestaande uit The Taking of Pelham 1 2 3 en Unstoppable. Hoewel de films gevarieerd zijn qua inhoud en stijl (Crimson Tide valt in Tony Scotts geliktere periode en Man on Fire luidt, na een soort van experiment met de nieuwe stijl in Spy Game, de hyperkinetische periode in) valt er toch veel te zeggen over overbruggende thematische elementen waarin Denzel de belangrijke spil is.

[SPOILERS VOOR ALLE VIJF DE FILMS VOLGEN]
Wat opvalt in de Denzel in Distress-pentalogie is ten eerste de acteursregie: ondanks de verschillende beroepen en verschillende personages haalt Scott telkens dezelfde kwaliteiten in Denzel naar boven. Washington is vriendelijk, aanvankelijk vaak té beleefd en bedachtzaam, maar kent ook onvermoede, scherpere kanten. Ondanks zijn beleefde voorkomen gaat hij toch vaak over tot actie, en als in al de films praten niet helpt is hij de eerste die de handen uit de mouwen steekt, veelal gepaard met geweldsuitbarstingen en heroïsche daden.

Voordat Denzel Washington tot actie overgaat wordt deze echter wel gemarteld en op de proef gesteld, zij het emotioneel, zij het lichamelijk. Hij wordt gevangen gezet en van muiterij beticht in Crimson Tide, emotioneel door een mangel gehaald en neergeschoten in Man on Fire en in Deja Vu wordt hij geteisterd door een terrorist. In Taking of Pelham 1 2 3 wordt hij publiekelijk vernederd en bedreigd, en in Unstoppable krijgt hij constante moeilijkheden op zijn pad en bevindt hij zich vrijwel steeds in levensgevaar.

In de manier waarop Denzel het gevaar het hoofd biedt worden hem Messiaanse kwaliteiten toegedicht. Hij ondergaat de ultieme zelfopoffering in Man on Fire en Deja Vu, en in de laatste ondergaat hij een soort wederopstanding. Ook in de andere drie films wordt hij vernederd en bespot, ontslagen, bedreigd, beticht van alles en nog wat en aan een publiekelijke schandpaal genageld, voordat hij in zowel Crimson Tide, Pelham en Unstoppable een herwaardering ondergaat en geprezen wordt om zijn daden.

De publiekelijke vernederingen die Denzel ondergaat komen vaak van de superieuren. Denzel is in al de films een ondergeschikte die stuit op corruptie, onwil en een vergadercultuur. In Crimson Tide staat de hele wereld op het spel door de koppigheid van zijn superieur. In Man on Fire blijkt de baas van Denzel degene die de ontvoering heeft geënsceneerd. In Pelham wordt hij door zijn meerderen aan het lijntje gehouden en beticht van corruptie. In Deja Vu is hij in talloze actiescènes afhankelijk van aanwijzingen in de computerkamer (die hij niet zelden aan zijn laars lapt) en in Unstoppable krijgt hij eveneens aanwijzingen van buitenaf, veelal door corrupte leidinggevenden. In al de films blijkt Denzel echter dwars en krijgt hij de klus meerdere malen geklaard door het heft in eigen handen te nemen. Tony Scott is niet van het vergaderen, maar van de handen uit de mouwen steken. Om een oude reclame te quoten: “niet lullen, maar pellen”.

De aversie tegen het eindeloze vergaderen, die zowel Denzels personages als Scott blijven uiten, lijkt voor te komen uit een wantrouwen tegen instituten. Hoe hoger op de ladder hoe corrupter, getuige alle gevaarlijke leidinggevenden in zijn film. Denzel is working class, een man van aanpak, die wantrouwend staat tegenover superieuren. Toch stelt Tony Scott in een aantal van zijn films ook een tegenwicht tegen de al te cynische visie van leidinggevenden. In zowel Unstoppable als Taking of Pelham 1 2 3 nuanceert Scott het geheel door het gevaar aanvankelijk uit de arbeidershoek te laten komen. In Unstoppable ontspoort de situatie letterlijk door de fout van een domme machinist en in Taking of Pelham 1 2 3 komt het gevaar van John Travolta, die zijn gedrag regelmatig aan dat van Denzel spiegelt: “jij begrijpt me, we komen beiden uit hetzelfde milieu”. Corruptie en incompetentie komen bij alle lagen voor, en ook de schurk in Deja Vu lijkt zich te ageren tegen de hogere bazen. Daarmee schetst Tony Scott een verrassend gecompliceerd beeld van het klassensysteem in Amerika, en daar is Denzel als “de gewone man” heel bruikbaar voor.

Daarmee haalt Tony Scott het beste uit zijn acteur: iedereen vindt Denzel tof, want hij symboliseert de gewone alledaagse man. Door die in gevaar te brengen, te vernederen en tot een held te maken weet hij spanning te creëren bij het publiek. Tegelijkertijd benadrukt hij de duistere, agressieve kanten die Denzel heeft, waardoor de personages onvermoede lagen kennen. Scott maakt briljant gebruik van Denzel’s dualiteit en stoelt zijn thema’s daar op. Qua thematiek blijkt Scott dus niet alleen een auteur, maar ook een fantastisch acteursregisseur, die van het imago van zijn acteur een essentieel onderdeel maakt van de plot. Daarmee haalt Tony Scott het beste uit zijn acteur: hij gebruikt kanten van Denzel om zijn eigen obsessies rondom helden, instituten en actie te benadrukken.


Onderwerpen: , , , , , , ,


Reageer op dit artikel