Drie keer het diepe in met drie Aziaten
Tai, Thai en Tsai (1/3): Three Times, The Hole & Blissfully Yours

10 september 2012 · · Tai, Thai en Tsai

Hoeveel films je ook kijkt, er zullen altijd gaten in je kennis blijven. Soms moet je die stoppen. Eerder dit jaar veranderde Claire Denis van een onbekende in een persoonlijke favoriet. Nu probeer ik met deze driedelige reeks nog wat gaten te dichten in de moderne cinema van het Verre Oosten. In deze serie kijk ik naar drie verschillende regisseurs, elke keer één van elk. Van Hou Hsiao-Hsien (Tai) zag ik vorig jaar het prachtige Millennium Mambo en dat smaakte naar meer. De Thai in de titel staat voor Apichatpong Weerasethakul, waarvan ik nog nooit een film zag, en voor Tsai Ming-liang geldt hetzelfde.

Met welke film zou ik mijn drie delen beter kunnen beginnen dan Three Times (Hou, 2005)? Zelf ook weer een drieluik van losse verhalen over liefde, telkens met dezelfde hoofdrolspelers (Shu Qi en Chan Cheng) in andere rollen. Het eerste gedeelte speelt in de jaren ’60, een tijd waarin Taiwan nog volop op zoek was naar identiteit na de Japanse bezetting tijdens WO II en de afscheiding van het vasteland van China in 1949, terwijl westerse invloeden zich beginnen te laten gelden, wat merkbaar is in de dromerige popliedjes die de fijne romantische sfeer bepalen samen met de typische rustige, observerende camera.

Het tweede gedeelte in 1911 is als stille film gemaakt, compleet met tussentitels. Dit is het meest hermetisch gesloten deel waar de meeste mensen veel moeite mee zullen hebben, maar in de stilte ligt op indrukwekkende wijze een verstikkend verlangen besloten. Het derde deel in 2005 deed me sterk denken aan Millennium Mambo, met een soortgelijke strijd tussen liefde, vervreemding en verveling in de clubs, wegen en neonlichten van modern Taipei (hoewel niet zo mooi of sterk als in die film). Zowel in het tweede als derde gedeelte verliest de liefde het van sterkere krachten in de samenleving, in tegenstelling tot het eerste deel. Hou’s mooi gefilmde, complexe drieluik over liefde is niet eenvoudig en vereist enige investering maar aan het eind wordt wel beloond. Vaste bezoeker Olaf K. geeft er hier een ietwat andere, zeker interessante interpretatie van.

Over gaten vullen gesproken, The Hole (Tsai, 1998) leek mij een goede introductie aan het werk van Tsai Ming-liang. Een zeer originele en slimme film over de noodzaak van menselijke connectie en kracht van muziek in de vorm van een sciencefictionmusical. Het zogenaamde “Taiwan Virus” zorgt er in de nabije toekomst voor dat mensen zich als kakkerlakken gaan gedragen en daarom worden hele gebieden geëvacueerd en onder quarantaine geplaatst. Enkele bewoners blijven koppig achter in hun appartementen maar merken dat het niet gemakkelijk leven is in hun nu eenzame, geïsoleerde omstandigheden. De constante regen en het gekmakende geluid daarvan creëren in combinatie met de verdere lange stiltes een claustrofobische sfeer, wat versterkt wordt door de lange shots en de nauwe kadrering daarvan.

Geen wonder dat de hoofdpersoon haar uitvlucht zoekt in fantasiesequenties die hier haaks op staan. In deze playbackt ze in kostuum op oude jaren zestig nummers van Grace Chang. De scènes vormen een kleurrijk, vrolijk contrast met de grauwe wanhoop van het dagelijks leven in de apocalyps. De nummers reflecteren haar verlangen naar een beter bestaan en langzamerhand naar de bovenbuurman. Door een vreemde loodgieter zit er een gat tussen hun woningen dat steeds meer hun enige mogelijkheid tot menselijke interactie wordt, hoewel die in eerste instantie vrij negatief is: hij kotst erdoor en zij spuit verdelgingsmiddel naar boven. Terwijl hun contact steeds positiever wordt, geldt dat ook voor de bitterzoete nummers van Grace Chang en in de laatste scène komen nare realiteit en mooie muziek samen – het middel om de apocalyps te overleven, zegt Tsai met zijn sublieme film, wat wordt benadrukt met een afsluitende tekst waarin hij dankbaarheid uitdrukt dat zelfs in het jaar 2000 de muziek van Chang ons comfort kan bieden.

Blissfully Yours, had ik toch een aantal dagen nodig om de film te kunnen plaatsen. En het heeft niet zoveel geholpen als ik hoopte, in die zin dat ik nog steeds niet echt heel veel kan met deze film. Er waren momenten van schoonheid, momenten die de film zeker de moeite waard maakten om eens gezien te hebben, maar uiteindelijk miste ik toch een werkelijke connectie met de film die mij zou toestaan mee te gaan in wat Joe hier doet. Nou zijn die vluchtige momenten van geluk en genot te midden van de moeizaamheid van het leven misschien ook wel juist het onderwerp van de film, maar dat is toch net niet genoeg voor mij.

Blissfully Yours, vond ik het best een aardige film, maar als ik er niet over had moeten schrijven volgens een zelf opgelegde regel, dan was ik ‘m misschien al snel vergeten.


Onderwerpen: , , , , ,


15 Reacties

  1. Olaf K.

    Blissfully yours vond ik ook vreselijk taai. Zeker tijdens de eerste helft dacht ik geregeld “Zit ik niet gewoon naar behang te kijken?” Volgens mij gaat het over de verschillen tussen twee generaties, maar heel specifiek invullen kan ik het niet. Met syndromes and a century kon ik het meest. Daar gebeurt meer en die is raadselachtiger. En dan heb je nog tropical malady, ook interessanter, maar ook moeilijk te duiden met die twee helften. Ik zou nog niet afhaken, Kaj. The hole staat op de lijst, een van de twee Tsai’s die ik nog moet zien. Van hem vind ik What time is it here? en Vive l’amour het sterkst. Eenzaamheid in de grote stad, daar is hij toch echt een kei in.

  2. Kaj van Zoelen

    Vive l’amour heb ik voor deel drie in de planning staan. Ik ben benieuwd. Syndromes bespreek ik komende week.

  3. Verhoeven

    Vooralsnog voel of ervaar ik nog niets in het werk van Hou en Tsai. Van Tsai weet ik nu onderhand waar dat aan ligt:

    http://explore.bfi.org.uk/sightandsoundpolls/2012/voter/1187

    Maar bij Hou sta ik nog open voor wat vechtpartijen. Zijn jaren ’80 en vroege jaren ’90 wil ik nog wel zien.

  4. Kaj van Zoelen

    Wat is nou je punt met die link?

  5. Verhoeven

    Ben je nog van plan om Visage van hem te zien? (Dat is eigenlijk al een hint te veel!)

  6. Kaj van Zoelen

    Wacht, je probleem is dat hij een film van Truffaut noemt? Werkelijk? En hoe zie je dat terug in zijn werk, behalve dan die film?

  7. Verhoeven

    NEEEEEEEEEEEEEEEEEEE! Hoe moeilijk is het?

    Laatste hint: Goodbye, Dragon Inn.

  8. Kaj van Zoelen

    Tja, jij begint over Visage, en wat ik daarvan lees is het een meta film die speelt met het werk van Truffaut, vandaar.

    Ach ja, daar kon ik dan eigenlijk wel om lachen. En het zou me niet verbazen als dat een foutje is en daar Dragon Gate Inn had moeten staan. Los daarvan heeft het weinig met zijn kwaliteiten als filmmaker te maken. Apichatpong was het trouwens met hem eens. :) En Burden of Dreams is er nou ook niet opeens een mindere film op geworden omdat Les Blank erop stemde.

  9. Verhoeven

    Niet lezen maar kijken.

    Je kan er nu wel om lachen maar dat komt omdat je Visage nog niet gezien hebt waar Tsai duidelijk een ode / eerbetoning aan zichzelf en zijn eigen werk maakt. En dan krijgt dat ‘foutje’ opeens een hele andere lading.

  10. Kaj van Zoelen

    Dat maakt zijn eerdere films dan nog steeds niet minder. Maar goed, opgeblazen ego’s lach ik wel meer om, zoals Tarantino of Vincent Gallo. Of Kitano, die drie van dat soort films maakte. Zoals Gallo nog zei in dat interview op het forum dat jij ook interessant vond: zelfgenoegzaamheid op zichzelf kan geen kritiek zijn op een film. En van alle meningen/recensies die ik net even snel heb doorgekeken is die van jou de enige die Visage op die manier interpreteert. Sommige hebben het wel over zelfreflectie en verwijzingen, maar nooit over een ode.

    Los van dat al probeer ik meestal toch iemands werk op het werk te beoordelen, los van wat diegene er zelf over vind – sterker nog, dat interesseert me vaak vrij weinig. Woody Allen vindt het gros van zijn betere tot beste films flut, maar daar heb ik geen boodschap aan. En ik snap derhalve niet direct waarom je zo zwaar zou tillen aan of een filmmaker zichzelf geweldig vindt of niet.

  11. Olaf K.

    Wat een regisseur van zijn eigen film vindt is totaal onbelangrijk. Hoe je een film volgens de maker moet interpreteren overigens ook.

  12. Verhoeven

    ”Zelfgenoegzaamheid op zichzelf kan geen kritiek zijn op een film.”

    Mwah, ik weet het niet. Buffalo ’66 is het type film waar ik bijvoorbeeld helemaal niet warm voor loop.

    What Time Is It There? vind ik wel typerend voor het oeuvre van Tsai. Vind de film lelijk geschoten – vergelijk het eens met het werk van Apichatpong Weerasethakul – en had het gevoel dat iedere vorm van communicatie tot zijn publiek afwezig was. Het ging compleet langs me heen zonder dat het ook maar iets met me deed. Iemand op MovieMeter verwoord het perfect:

    ”Deze film, net als the wayward cloud, hield een enorme afstand tussen mij en personages. Het kon me allemaal niet zoveel schelen wat er gebeurde, m’n gedachte dwaalden keer op keer weg van de film. De film heeft een voor mij gevoel ook te hoog arthouse gehalte, allemaal te artsy-fartsy, scènes duren voor m’n gevoel allemaal net te lang, het openingsshot verraad al wat je gaat krijgen (zo zie ik ze vaak in arthouse films, luid geluid en een statisch shot als opening). Overigens heb ik niks tegen arthouse, laat dat duidelijk zijn, maar ik heb wel wat tegen artsy-fartsy gedoe en deze film heeft dat voor mijn gevoel.”

    Lusteloze Cinema.

  13. Kaj van Zoelen

    Noem je telkens met opzet alleen zijn films die ik niet gezien heb in plaats van de films die ik in de artikelen bespreek? Of heb jij die films dan net weer niet gezien?

    Als ik Tsai visueel vergelijk met Apichatpong op basis van de drie films die ik inmiddels van Tsai heb gezien en de twee die ik van Joe heb gezien, dan komt Tsai daar toch net ietsje beter uit – vooral qua compositie.

    Die kritiek, tja, ik heb die specifieke film niet gezien, maar wat jij zegt en die ander ook staat een beetje haaks op wat jij altijd loopt te roepen over waarom “contemplatieve cinema” zo geweldig is, dus ik snap dat dan toch niet helemaal. En het is net zo goed toe te passen op Apichatpong.

  14. Verhoeven

    Haha, nu je het zegt. The Hole en Good Bye, Dragon Inn heb ik dus niet gezien.

    What Time Is It There? ( ** )
    The Wayward Cloud ( ** )
    I Don’t Want to Sleep Alone ( *** )
    Visage ( 0 )

    Heb trouwens al vaker aangegeven dat er binnen de ‘Contemplatieve Cinema’ regisseurs zijn die ik niet trek. Dumont en Tsai bijvoorbeeld.

    Hé, ze hebben allebei een nogal arrogante houding zou het misschien daarmee te maken hebben?

  15. Kaj van Zoelen

    Ik snap nog steeds niet waarom je je nou zo bezighoudt met die houding in plaats van de films.


Reageer op dit artikel