Drie keer verder duiken met drie Aziaten
Tai, Thai en Tsai (2/3): Good Bye Dragon Inn, Syndromes and a Century & Flowers of Shanghai

17 september 2012 · · Kritiek + Tai, Thai en Tsai

Vorig week legde ik uit dat ik voor deze driedelige reeks elke keer drie films bekijk van drie Aziatische filmmakers, Hou Hsiao-hsien (de Tai), Apichatpong Weerasethakul (de Thai) en Tsai Ming-liang. Mijn bedoeling is beter bekend te raken met het werk van deze inmiddels gerenommeerde regisseurs, wiens werk mij tot nu toe bijna geheel ontglipte. Deze keer begon ik met mijn tweede film van Tsai Ming-liang, Good Bye, Dragon Inn (2003), mogelijk de meest minimalistische film van het stel. Niet in de laatste plaats omdat de eerste regel dialoog pas na vierenveertig minuten zijn intrede doet.

Sowieso bevat de film slechts twee korte dialoogscènes in tachtig minuten tijd. Logisch, want de film speelt zich in en rond een bioscoopzaal af, waar de martial artsfilm Dragon Inn uit 1967 nog een laatste maal wordt gedraaid voordat de bioscoop sluit. De vele shots van mensen in en rond een bioscoopzaal gaven mij het gevoel naar een soort bewegende versie van Edward Hoppers schilderijen te kijken. Dankzij de melancholieke sfeer, de mooie doch eenvoudige belichting en de eenzame zielen die de bioscoop bevolken. Af en toe valt er ook wat te lachen met een jonge, mensenschuwe filmkijker die telkens omringd wordt door anderen. Misschien inhoudelijk niet zo sterk als The Hole, de eerste van Tsai die ik zag, maar niet minder goed qua sfeer.

Bijna even minimalistisch is Syndromes and a Century (2006) van Apichatpong Weerasethakul, vandaag de dag de favoriete regisseur van Paul Thomas Anderson. Toch kon ik hier meer mee dan met de eerste film die ik zag van de artiest die bekend staat als “Joe”. De klik is er dit keer wel, met deze speelse sfeerfilm. Vooral de scènes met de gitaarspelende tandarts en monnik zijn zeer aangenaam. Hun onwaarschijnlijke connectie en daaruit voortvloeiende kameraadschap is voor mij een van de hoogtepunten van de film.

http://vimeo.com/41325882

Daarnaast ben ik bijzonder gecharmeerd van het hierboven te bekijken shot aan het einde van de film, waarin rook door een ruimte dwarrelt en dan wordt opgezogen, wat je hieronder kunt bekijken. Er zit een mysterieuze kracht in deze scène, die de mensen in de film even laat voor wat ze zijn en zich concentreert op de samenkomst van natuur en technologie. Magistraal, ondanks dat ik niet echt de betekenis erachter begrijp, en kenmerkend voor het mooie camerawerk in de film.

Daar waar Syndromes vrij open is, blijft Hou Hsiao-hsiens Flowers of Shanghai (1998) juist de hele film lang hermetisch gesloten. Ik snap nu waarom men het middelste gedeelte van Three Times een herhalingsoefening van deze film vindt, ondanks dat dit geen stille film is (integendeel, er wordt juist veel in gepraat). Dezelfde lange shots, serene Chinese muziek en alles is binnen de ruimtes van de ‘dames van gezelschap’ gefilmd. Door de manier van filmen ontstaat er een zeer claustrofobische sfeer, die uiteraard past bij hoe de personages min of meer zitten opgesloten in deze ruimtes, hun decadente levensstijl en de vele rituelen die daar bij horen. Misschien wel de meest toegankelijke film die ik tot nu toe voor deze reeks kijk, en die met de mooiste belichting (al die olielampen…). Van de drie filmmakers maakt Hou het meest consequent indruk op mij tot nu toe, hoewel van de voor deze reeks gekeken films Tsai’s The Hole nog steeds mijn favoriet is.


Onderwerpen: , , , , , ,


6 Reacties

  1. Olaf K.

    Leuke kijkverslagen, Kai. Ik heb al deze dingen een paar jaar eerder “gedaan”, ook allemaal redelijk kort op elkaar. Goodbye Dragon inn is voor mij op papier vele malen leuker dan in werkelijkheid. Ik kwam er niet in en de ongemakkelijke humor deed me weinig. Qua Hou hebben mensen het altijd over City of Sadness en A time to live… als defining films (Lijken nogal op A brighter summers day van Edward Yang overigens). Moeilijke, en moeilijk te volgen films, maar met name City of Sadness is erg lonend. Maar waar ik heen wil: niemand heeft het ooit over Good men, good women. En die vind ik toch goed! Omdat daar een prachtige link gelegd wordt tussen heden en verleden, een soort voorstudie van Three times. Ook Goodbye south, goodbye is zeer de moeite, en moet een inspiratie zijn geweest voor Weerasethakul (ik herinner me lange scenes op een brommertje…).

    Overigens is die referentie naar Hopper spot on. Die primaire frisse kleuren gekoppeld aan somberte inderdaad.

  2. Kaj van Zoelen

    Hè, je noemt nou net allemaal films die niet de derde in mijn programma zijn. :p Maar van Hou ga ik na deze drie zeker nog meer kijken. Ach, van allemaal waarschijnlijk wel, maar bij Joe ben ik dan snel klaar en bij Hou valt er nog zoveel te ontdekken. :)

  3. Bram Ruiter

    Die luchtafvoerkoker scene is fantastisch inderdaad. “Best use of CGI ever” stond in het boekje dat bij mijn DVD zit. En logisch, want zo’n shot in het echt maken is nagenoeg onmogelijk.

    Welke van Weerasethakul ga je er nog bij pakken trouwens? Ik vermoed Tropical Malady, maar het lijkt me ook leuk om te zien wat jij van Uncle Boonmee of misschien zelfs Iron Pussy vindt. ;-)

  4. Kaj van Zoelen

    Oompje.

  5. Olaf K.

    Nou dan moet er maar een 4e en 5e programma komen, Kaj!

    Ja die afzuigtoeter…Ben er nog niet over uit.

  6. Bram Ruiter

    Afzuigtoeter: hahaha!
    Oompje: YES!

    Laat maar komme.


Reageer op dit artikel