Hammer horror: de Dracula sage (1958-1974)

17 oktober 2012 · · Beschouwing + The Horror

Bram Stokers Dracula. Het is misschien wel het meest verfilmde horrorboek en de mythe rondom de graaf kende talloze variaties op het thema van de vampier. Van F.W. Murnau tot Jesus Franco, de regisseurs die zich aan het boek waagden zijn talloos waarbij de verfilming uit 1931 met Bela Lugosi als Dracula misschien wel de bekendste is, zij het zeker niet de beste. Ook zeer geliefd is de Dracula-serie die de vermaarde Hammer studios maakte tussen 1958 en 1974. Ik zal in chronologische volgorde alle negen films de revue laten passeren en zowel de positieve als negatieve aspecten aan het licht brengen.

Dracula – of liever gezegd Horror of Dracula – uit 1958 is niet eens de eerste Hammer horrorfilm geadapteerd van een beroemde roman, in 1957 was The Curse of Frankenstein de film al voor. Dracula kan echter wel worden gezien als de ultieme Hammerfilm. Alle zo typerende ingrediënten zijn aanwezig in optima forma. Er is de prachtige aankleding met sfeervolle kastelen die zeer kleurrijk zijn ingericht, er is het rondborstige vrouwelijk schoon, de heerlijk bombastische muziek en uiteraard de voor die tijd tamelijk heftige bloederige taferelen. De film – geregisseerd door Hammer grootmeester Terence Fisher – is zeker niet de meest getrouwe adaptatie, belangrijke personages worden door elkaar gehaald of soms zelfs vermeden. In 82 minuten raast de film voorbij en zijn we getuige van enkele legendarische scènes zoals de eerste keer dat Dracula in hoedanigheid als vampier verschijnt en uiteraard de zeer beroemde climax. Maar het is vooral de aanwezigheid van de iconen Peter Cushing als Van Helsing en Christopher Lee als Dracula die de film tot een waar genot maakt waarbij vooral Cushing zich helemaal mag uitleven.

Het vervolg deed twee jaar op zich wachten en heette The Brides of Dracula. Het is ook echt een vervolg waarbij Dracula gedood is en Baron Meinster – een discipel van de graaf – de grote tegenstander van Van Helsing is, wederom gespeeld door Peter Cushing. Helaas is David Peel in geen enkel opzicht een verbetering op Christopher Lee en wordt er te weinig gedaan met de meisjesschool, maar toch is de film zeker de moeite. De sets en sfeer zijn als fantastisch als vanouds en Yvonne Monleur is wonderschoon als het primaire mikpunt van Baron Meinster. Je merkt bij Brides ook direct dat volgens goed horror-gebruik de link met de originele mythe al gauw wordt verbroken, iets wat alleen maar toeneemt gaandeweg de sage. In Dracula: Prince of Darkness uit 1966 keert Christopher Lee terug als Dracula doch verdwijnt Cushing en Van Helsing voor lange tijd. Prince of Darkness kent misschien wel de beste resurrectie van de serie, eentje die lekker bloederig en origineel is. Curieus genoeg spreekt Dracula geen woord, volgens de overlevering omdat Lee de dialogen volstrekt ridicuul vond en ze weigerde uit te spreken. Maar de film is bovenal prima vermaak en een eerste teken dat er wordt gevarieerd met de manier hoe een vampier te doden.

Dracula Has Risen from the Grave – weer zo’n geweldige filmtitel – uit 1968 is een wat mindere toevoeging in de reeks, mede vanwege het wat zouteloze plot en het inhaken op psychedelische kleurmotieven. Lee is weer eens terug en verder zien we terugkomende horroracteurs als Rupert Davies en Veronica Carlson. De film is vooral erg vergetelijk al kent het wel een apart tintje met de aanwezigheid van een atheïst. Veel beter werd het niet met Taste the Blood of Dracula (1969), de minste van alle Hammer Dracula’s. De suffe plot draait om drie verveelde aristocraten die besluiten een zwarte mis te organiseren en zodoende de prins der duisternis te doen herleven. Lee doet zijn welbekende intrede als Dracula en wat volgt is een luie opeenvolging van wraakexercities door de graaf op de drie rijkelui. De film oogt erg goedkoop en is voor de tweede opeenvolgende keer een tegenvaller. Om de franchise te redden besloot Hammer terug te keren naar de klassieke elementen met Scars of Dracula (1970). Daar waar de vorige film zich nog in Londen afspeelde wordt er nu wijselijk weer teruggekeerd naar Transsylvanië waar Dracula (Lee) vanuit zijn kasteel de boel terroriseert. De wederkeer van de mythische sfeer en de bij benadering best wel grove geweldsscènes maakt de film tot een ondergewaardeerde Dracula. Helaas werd de film vrij slecht ontvangen en besloten de makers wederom een nieuwe en ditmaal vrij wonderlijke invalshoek te kiezen.

Dracula A.D. 1972 speelt zich – jawel – in 1972 af en brengt voor het eerst graaf Dracula naar de moderne tijd. Het is een gewaagde keuze en eentje die behoorlijk positief uitpakt. Peter Cushing keert na een lange periode weer terug als een afstammeling van Van Helsing. Dracula in swinging Londen mag dan wel absurd overkomen maar mede vanwege het inspirerende spel van Cushing als Van Helsing en een weer opgeleefde Lee (wellicht omdat makker Cushing er weer bij is) is het zeker de moeite waard. De film is uiteraard een horrorfilm, maar kent ditmaal ook een sterke aanwezigheid van de detective. De politie doet onderzoek naar verschillende moorden waarbij Van Helsing als expert wordt ingeroepen. Het is een tweeluik met de volgende Dracula, te weten het fraai getitelde The Satanic Rites of Dracula uit 1973. Een satanische sekte met veel hoogwaardigheidsbekleders voert onder leiding van de mysterieuze Alucard (!) enkele rituele slachtingen uit en het is wederom aan de politie en Van Helsing om het allemaal te onderzoeken. Helaas zijn de rituelen erg lang en herhalend, maar de intrige overtuigt wel met wederom veel aandacht voor het detective genre. De uiteindelijke climax is vrij uniek al zie je het wel flink aankomen. Het zou de laatste Hammer Dracula van Christopher Lee zijn.

En dan was er nog een Dracula van Hammer. Nou ja, het is eigenlijk meer een martial arts film waarin de graaf op de achtergrond meedoet. Ook Hammer kon het niet laten in te haken op het zo populaire genre en dus werd samen met de Shaw broers in 1974 gewerkt aan The Legend of the 7 Golden Vampires. Het is een dwaas vehikel en nauwelijks een horrorfilm te noemen, maar voor de completist zeker geen verschrikking. Daarbij staat een vampierfilm gezet in een martial arts schouwspel hoog op de curiositeitsmeter. Verwacht echter geen goede film al duikt wel Peter Cushing weer op. En zo eindigt de Dracula sage van Hammer dus uiterst curieus. De eerste is zonder meer de beste, maar ook Prince of Darkness en Scars zijn uitstekende films en het tweeluik gezet in de moderne tijd biedt een alleraardigst ander perspectief op de mythe. De sage is dan wel niet al te getrouw aan het bronmateriaal, maar voor een langdurige horrorserie kan het er meer dan mee door.


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel