Hollywood schrijft zichzelf
Singin’ in the Rain (1951) als historiografie van Hollywood

23 december 2012 · · Film over Film

Singin' in the Rain

Het genre film over filmmaken kent vele verschillende gedaanten. Vaak worden zulke films geliefd onder filmkenners omdat ze, zoals bijvoorbeeld S.O.B. (1981) of Sunset Blvd. (1950), op een humoristische of venijnige manier de perikelen van Hollywood blootleggen. Maar de film-over-film is vooral ook een genre dat Hollywood regelmatig aanpakt om zichzelf te beschrijven. Hollywood schrijft haar eigen geschiedenis door deze in films te representeren zoals alleen Hollywood dat kan: glamoureus en hoogst selectief. Op deze manier hield het klassiek Hollywood haar mythe van The Dream Factory in stand. Eén van de bekendste exponenten van deze manier van film-als-geschiedschrijving is wellicht Gene Kelly en Stanley Donens Singin’ in the Rain, een alom geprezen film die tegelijkertijd het beste van, maar ook de gaten in Hollywoods eigen geschiedschrijving laat zien.

De film beschrijft in zekere zin twee verschillende geschiedenissen: die van de transitie van de stomme film naar de geluidsfilm en de opkomst van de filmmusical. Deze narratieven zijn in de film stevig in elkaar vervlochten en je kunt, als we de film mogen geloven, het succes van de eerste dan ook niet zien zonder de opkomst van de laatste, en vice versa. In de film zijn Gene Kelly en Jean Hagen het succesvolle stomme filmkoppel Don Lockwood en Lina Lamont. Hun populariteit lijkt eindeloos, totdat de komst van de geluidsfilm roet in het eten gooit. Wat blijkt, Lamont mag dan een prachtige vrouw zijn, ze heeft de stem van een kraai. Haar onappetijtelijke stem en de algemene onkunde om in het nieuwe medium te werken, zorgen er dan ook voor dat het nieuwste Lockwood en Lamont vehikel The Dueling Cavalier grandioos wordt afgekraakt tijdens een voorvertoning. Het einde van dit filmkoppel lijkt in zicht. Totdat Lockwood, geassisteerd door Cosmo Brown (Donald O’Connor) en Kathy Selden (Debbie Reynolds) op het idee komt de film te veranderen in een musical getiteld The Dancing Cavalier en daarin Lamonts stem te laten nasynchroniseren door Selden. De film wordt uiteindelijk een groot succes, maar door de ontmaskering van Seldens nasynchronisatie lijkt de carrière van Lamont ten einde.

Singin' in the Rain

De verantwoording voor de overgang van de stille film naar de geluidsfilm, naast het commerciële succes dat de eerste geluidsfilm bleek te zijn, wordt deels gegeven door de komische stijl waarin de sterren van de stomme films worden gepersifleerd. In de openingsequentie zien we groteske versies van onder andere Clara Bow en Pola Negri. Ook Lamont, die niet mee kan gaan in de overgang, lijkt steeds een karikatuur van zichzelf te spelen. De manier waarop deze stille filmsterren worden geportretteerd echoot de manier waarop ze ook daadwerkelijk door Hollywood als bigger than life werden geadverteerd. Je hoeft maar te denken aan de panter die Gloria Swanson als huisdier hield om te begrijpen wat ik bedoel.

Deze groteske karakters worden gecontrasteerd door de aanwezigheid van Selden. Haar personage mist de extravagantie en glamour die nodig is om zich te kunnen meten met de stille filmsterren. De komst van het geluid zorgt er echter voor dat ze wel wordt opgemerkt omdat ze iets bezit dat eerder overbodig was in de filmindustrie: een fluwelen stem. Door de manier waarop een grijze muis als Selden zomaar naar de top kan stijgen, legitimeert de film de komst van de geluidsfilm omdat deze dichter bij de gewone mens zou staan dan de extravagante stomme film.

Het grote succes dat The Dancing Cavalier uiteindelijk boekt onderstreept dit punt. Vanuit het publiek wordt er vol lof gesproken over het artistieke niveau van de film en bovenal de stem, die voor het publiek tot dan toe nog tot Lamont behoort. Wanneer naar buiten komt dat de stem in de film eigenlijk van Selden is, valt Lamont gelijk uit de gratie terwijl Selden van de een op de andere dag een ster is.

Bladzijdes: 1 2


Onderwerpen: , , , , , , ,


Reageer op dit artikel