IFFR 2012: Dag 9
The Hunter (2011), Take Shelter (2011), King Curling (2011) Black's Game (2012) & The Comedy (2012)

6 februari 2012 · · IFFR 2012

Het festival zit erop. Ondanks het verminderde bezoekersaantal, was het ook de 41e keer weer een succes. Tijdens het festival is Rotterdam gezelliger dan ooit. Café’s zitten volgestampt met festivalgangers en werkelijk overal wordt gekeuveld over film. Een leuke toevoeging dit jaar was een soort dashboard op de bioscoopschermen, voorafgaand aan films, waarop de relevante tweets, Instagramfoto’s en ook de temperatuur (met -16 als hoogtepunt) zichtbaar waren. Na de slotfilm is het filmkijken dan toch echt gedaan en voldaan wordt er weer uitgekeken naar de 42e editie, waar de bezoekersaantallen hopelijk weer wat zullen stijgen.


The Hunter (2011)

De slotfilm van het IFFR was The Hunter. Willem Dafoe speelt een wetenschapper, die op zoek gaat naar de Tasmaanse Tijger. Het is een waardige afsluiter, deze film die af en toe doet denken aan Deliverance. Het verhaal is behoorlijk minimalistisch in zijn uitwerking, nergens wordt er duidelijke uitleg gegeven over het hoe en wat, maar de Tasmaanse tijger lijkt dan ook meer een symbolisch gegeven. The Hunter lijkt veel meer te gaan over de destructieve aard van de mens in het algemeen. De wetenschapper (Willem Dafoe) wordt bedreigd door moordlustige locals en de zoektocht naar de tijger blijkt er een waar bloed aan kleeft.

★★★★½

Take Shelter (2011)

Naast de slotfilm, is er in de laatste dagen van het festival ook nog ruimte voor een zogenaamde ‘suprisefilm’, meestal een grote release, soms afkomstig van een ander festival of een die niet in de programmering paste – de surprisefilm was ooit Inland Empire en sindsdien zijn de verwachtingen voor deze verrassing torenhoog. Dit keer was de verrassing Take Shelter. Een behoorlijk Amerikaanse film (de meest gehoorde kritiek van enkele IFFR-bezoekers), die daarom wellicht niet helemaal op zijn plaats was. Desalniettemin was de film behoorlijk goed. Het verhaal gaat over een man die visioenen krijgt over een aanstaande apocalypse en vervolgens een schuilkelder gaat bouwen in zijn achtertuin. De crux van de film zit hem echter in het gegeven dat de man schizofreen zou kunnen zijn – zowel het hoofdpersonage als de kijker verkeren in deze twijfel. De uitwerking mag dan ietwat on-IFFR zijn, maar de film speelt op een knappe manier met deze kwestie.

★★★★☆

King Curling (2011)

De openingsfilm van het festival ging pas echt op het festival draaien in de laatste dagen. Het Deense King Curling wordt tot in den treure vergeleken met The Big Lebowski en dat is wellicht jammer, maar absoluut terecht. De bowlers zijn vervangen door curlers, maar bestaan tevens uit rare typetjes in strakke pakjes, en worden neergezet doormiddel van dezelfde soort grappen en zelfs soortgelijke shots. Het jammere van de vergelijking zit hem er in dat King Curling nergens zó grappig, pijnlijk of gedurfd is in de film van de Coens. Hoewel de film zijn hilarische momenten zeker heeft en er bovendien zeer gelikt uit ziet, voelt het geheel wat flauwtjes en makkelijk. Een leuke film als festivalopening, maar zeker geen topfilm.

★★★☆☆

Black’s Game (2012)

Ook Black’s Game heeft last van zijn vergelijkingsmateriaal. De film, die notabene werd geproduceerd door Nicolas Winding Refn (die onlangs nog een van de beste films van het afgelopen jaar maakte), doet namelijk enorm denken aan de Pusher-trilogie van diezelfde man. Het is Pusher op IJsland; drugs, geweld en seks. Waar Pusher dit echter op een keiharde realistische wijze tot de kijker bracht, is de uitwerking in Black’s Game eerder cool. Een geslaagde misdaadfilm, die over de gehele speelduur spannend is en aardig in elkaar steekt. Maar echt een indruk achter laten, zoals bijvoorbeeld Pusher deed, dat doet Black’s Game niet.

★★★½☆

The Comedy (2012)

Rick Alverson’s The Comedy was, ondanks het hoge aantal grappen, een behoorlijk moeilijke film. Een groep dertigers, New Yorkse hipsters, hebben last van een totale onverschilligheid – ten opzichte van alles staan zij met cynische blik, elk moment drama wordt afgekapt met een absurdistische, nare grap. De film zelf houdt tevens ergens het midden tussen een komedie en een drama, en als kijker manoeuvreer je je continu tussen die twee uitersten. De film is op een knappe manier enorm ambigu, maar misschien dat dat de reden was dat mijn uiteindelijke houding ten opzichte van de film ook redelijk onverschillig was.

★★★½☆


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel