Laura (1944)

11 maart 2012 · · Kritiek

De term ‘film noir’ is uiteraard ontleend aan het Frans. In 1946 hadden een aantal Amerikaanse filmproducties onze mede-Europeanen bereikt en hen was opgevallen hoe deze films gekenmerkt werden door een vervreemdende en donkere sfeer. Hoewel de Franse filmcriticus Nino Frank in ’46 het genre al benoemde, werden de meeste noirs pas in retrospect onder deze stroming geschaard. Eén van deze genre-definiërende titels was Otto Preminger’s Laura naar het boek van Vera Caspary. Een film die voor de gemiddelde hedendaagse cinefiel wellicht niet bijzonder oogt, maar voor 1944 een aantal interessante filmische invalshoeken heeft en zijn tijd, wellicht onbewust, ver vooruit was.

Deze constatering kan meteen bij opening van de film al worden gedaan. Onze verteller is Waldo Lydecker (Clifton Webb) een columnist die het verhaal van de moord op Laura Hunt (de prachtige Gene Tierney) inleidt. Hij beschrijft het bezoek van ‘another of those detectives’ die hem, zelf gespecialiseerd in misdaadverhalen, komt verhoren inzake deze daad. De ongelukkige dame is neergeschoten met een jachtgeweer in haar eigen woning. We zien hoe Lydecker zich voegt bij detective McPherson (Dana Andrews) om de mogelijke verdachten (hemzelf inbegrepen) in kaart te brengen. Naarmate de ontwikkelingen zich opstapelen en onze detective, die zich inmiddels van de nieuwsgierige Waldo heeft weten te ondoen, zich al drinkend in Laura’s woning ophoudt wordt de kijker getrakteerd op een interessante doch voorspelbare wending die door Preminger in eerste instantie als droom lijkt te worden gepresenteerd.

Wat deze film interessant maakt is niet zozeer het plot, wat uiteindelijk enigszins arbitrair lijkt, maar met name de wijze van vertellen. Het eerste half uur word je als kijker bij de hand genomen door Lydecker die hierdoor overkomt als zijnde alwetend en objectief, terwijl hij als een van de verdachten verre van is. Het concept van de subjectieve verteller is een notie die Preminger helaas niet door wist te zetten voor de overige karakters. Hij had zich in eerste instantie voorgenomen om de film vanuit de perspectieven van de drie hoofdpersonages te vertellen (zoals in het bronmateriaal, maar volgens de scriptschrijvers te omslachtig), iets waar Akira Kurosawa 6 jaar later met Rashômon naam en faam mee zou maken. Het principe van onbetrouwbare narratie zou later in het Hollywood van de jaren ’90 succesvol hergebruikt worden (denk aan bv. The Usual Suspects).

Niet alleen wordt Waldo Lydecker initieel als hoofdverteller neergezet, hij zal ook een van de sterkste elementen uit deze film blijken. Nogmaals, het plot, in principe redelijk foutloos, maar qua diepgang niet veel complexer dan een gemiddelde Baantjer aflevering, is ondergeschikt aan de karakterontwikkelingen en een comfortabel vertelsfeertje. De dialoog, en deels monoloog, van onze erudiete Waldo is dusdanig vermakelijk en hoogdravend dat ik veelal glimlachend en soms zelfs schaterlachend deze karakteracteur heb mogen aanschouwen. One-liners en lyrische sequenties als: “In my case, self-absorption is completely justified. I have never discovered any other subject quite so worthy of my attention” zijn goud waard en tillen deze film boven de gemiddelde genregenoot uit. Zet Lydecker naast het beeldschone titelkarakter en het plot is per direct secundair geworden. Grappig genoeg is het de normaal gesproken conventionele hoofdverteller, de detective, die in deze film die de minste diepgang heeft. Op een enkele hard-boiled uitspatting na blijft zijn gedrag en betrokkenheid, die toch wel een grotere rol zal gaan spelen, aan de oppervlakte.

In mijn vorige recensie beschreef ik de kenmerkende elementen voor een klassieke noir. Deze zijn in volle glorie aanwezig in Preminger’s film. Het titelkarakter komt bij vlagen zeer onbetrouwbaar en mysterieus over en mag daarom zeker worden gekwalificeerd als ‘femme fatale’. In 1959 maakte de regisseur overigens zijn wellicht bekendste werk Anatomy of a Murder met ook een vrouwelijk hoofdpersonage genaamd Laura, die verre van betrouwbaar overkomt. Toeval, of een erg zelfbewuste filmmaker? Wat verder ook een eigenschap van de klassieke noir lijkt zijn de plottwists, iets wat in deze film niet heel erg overtuigt gezien de willekeur waarmee de dader wordt gekozen, maar wederom is dit een kleinigheid die de pret tijdens het kijken van deze film niet mag drukken.

Samenvattend is Laura dus niet een film die indruk maakt qua plot, maar zijn kracht ontleent aan het sterke spel, onconventionele narratief, en fenomenale one-liners. Met recht een noir klassieker die een sterke invloed op het hedendaagse mysterie genre gehad lijkt te hebben.

★★★★☆


Onderwerpen: ,


Reageer op dit artikel