Nora Inu (1949)
Is het klassieke noir genre cultuurgebonden?

24 juni 2012 · · Kritiek

Zoals al eerder door mij uiteengezet kwam het Amerikaanse film noir genre tot volle wasdom halverwege de jaren ’40. Dat een succesvol en klaarblijkelijk inspirerende filmstroming snel wordt opgepikt door filmmakers uit ‘exotischere’ werelddelen bleek tegen het einde van ditzelfde decennium toen Japanner Akira Kurosawa zijn Nora Inu (Stray Dog) maakte. Een film die geïnspireerd werd door het script van Dassin’s The Naked City en uiteraard erg veel noirelementen heeft overgenomen. Een aantal met name cinematografische aspecten lijken feilloos de cultuurtransitie te overleven, maar valt hetzelfde over de sfeer en bekendste archetypen te zeggen?

Het Japan van de late jaren ’40 had de Tweede Wereldoorlog nog vers in het geheugen en het mag dan ook geen verrassing heten dat onze protagonist een oorlogsveteraan is. Deze ambitieuze detective Murakami wil niks liever dan aan de juiste zijde van het recht staan maar zijn carrière komt al vroeg in het geding als zijn Colt revolver gerold wordt. Kurosawa besteedt veel tijd en aandacht aan de sequenties waarin de jonge hond naarstig zijn wapen op probeert te sporen, fragmenten die mij qua beleving en ernst aan De Sica’s Bicycle Thieves deden denken, waar we ook zien hoe diefstal het bestaan van een individu kan beïnvloeden.

Tot zover hebben we nog weinig noir beleefd, maar Kurosawa levert met veelal technisch sublieme montages filmisch hoogstaand materiaal en weet de kijker overtuigend met de desperate hoofdrolspeler te verenigen. De penibele situatie van Murakami wordt nogal verergerd wanneer er een misdaad met zijn Colt gepleegd wordt. Hij kan het niet meer alleen bolwerken en roept de hulp in van de ervaren rot Sato, een man die ons aan de klassieke harde noir detective moet doen denken. Zijn contacten en gehaaide straatwijsheden leiden de twee al snel naar de betreffende wapenhandelaars in de hoop het beladen dienstwapen en de gevaarlijke eigenaar op te sporen.

Kurosawa weet effectief zowel enkele diëgetische als niet-diëgetische elementen uit de bekende Amerikaanse variant van het genre te gebruiken. Zo is er bijvoorbeeld de bijna letterlijk uit het westen overgenomen soundtrack en is er duidelijk werk van gemaakt om Sato een enigszins hard-boiled voorkomen te geven. Natuurlijk is de onvermijdelijke sigaret veelvuldig aanwezig en is de man verre van op zijn mondje gevallen. De dialoog tussen hem en enkele verdachten valt ook zeker als scherp te betitelen maar het zal de taalbarrière zijn die mij ervan weerhoudt hier volledig in op te gaan en van te smullen zoals ik dat bijvoorbeeld kan wanneer mannen als Bogart of Mitchum zich uitleven.

In de parallel tussen deze film en het klassieke westerse genre vallen toch vooral de verschillen op. Sato wordt weliswaar cynisch en hard neergezet maar we leren al snel dat hij een brave huisvader is, nogal een verschil met de Amerikaanse verbitterde vrijgezelle variant. Het is niet zozeer dat dit afdoet aan zijn functie in het verhaal maar wel degelijk aan de toon en beeldvorming van het karakter. Ook lijkt het door Kurosawa geventileerde wereldbeeld fundamenteel anders, iets wat tot uiting komt in de gesprekken tussen de jonge rookie en Sato. Grappig genoeg deed hun verhouding mij als kind van de jaren ’90 meteen denken aan die tussen detectives Mills en Somerset in het onlangs door mijn collega Theo beschreven Se7en van David Fincher. Verschil hier is dat juist de oudere speurneus een meer rechtlijnige kijk op goed en kwaad heeft en de jongeling door zijn oorlogsverleden meer inlevingsvermogen voor slecht gedrag van zijn generatie lijkt te hebben. Deze nuance staat haaks op het immorele en soms zelfs nihilistische ‘gedachtegoed’ van enkele noir klassiekers waar begrippen als hoop en rechtvaardigheid vaak het onderspit delven en tot het verleden lijken te behoren.

Dan de niet onbelangrijke rol van de vrouw. In Nora Inu blijkt tegen het einde de vriendin van de gezochte misdadiger de sleutel tot zijn eventuele aanhouding. Nu is dit niet ongebruikelijk maar wat mij opviel was de afhankelijkheid en de kracht die lijkt te ontbreken bij de in dit geval oosterse femme fatale. Wellicht dat de man-vrouw verhouding in het oosten zich in die tijd nog op een niveau bevond waar een vrouw die er met de buit vandoor gaat ongeloofwaardig was? Wel moet ik hier als kanttekening de sterke dievegge opmerken die eerder in het verhaal een belangrijke rol speelt maar slechts zijdelings bij het verhaal betrokken is.

Nora Inu is zeker een onderhoudende en technisch hoogstaande productie van Kurosawa geweest maar de noirtransitie is wat mij betreft slechts deels geslaagd. Als film op zich zeker niet kwalitatief minder dan Amerikaanse tijdgenoten. Qua sfeer, wereldbeeld en moralistisch onderhoud echter lijkt Kurosawa het niet aan gedurfd te hebben all the way te gaan, jammer want hij lijkt daarmee toch aan charme en entertainment in te leveren. Of is het toch de taal- en cultuurbarrière die mij in de weg zit? Wellicht dat mijn Japanse evenknie op dit moment een vergelijkbare recensie over pak hem beet The Big Sleep of Angel Face publiceert.

★★★★☆


Onderwerpen: , , ,


7 Reacties

  1. Kaj van Zoelen

    Ik heb Nora Inu toch ook nooit echt noir gevonden, zoals eigenlijk alle Japanse films die dat label krijgen uit de noir periode. Die kenmerkende noir sfeer is kennelijk toch cultuur gebonden, of in ieder geval westers, want enkele Fransen, Engelsen en Duitsers slaagden er wat mij betreft wel om ‘echte’ noirs te maken.

  2. Rik Niks

    Waar zit dat in, als ik vragen mag?

    Overigens, Hendrik, Japan is nog altijd, veel meer dan het Westen, een door mannen gedomineerde maatschappij. Verklaart wellicht waarom het beeld dat wij hebben bij een femme fatale hier wat anders uit de verf komt. Probeer trouwens ook Drunken Angel als deze je beviel.

  3. Kaj van Zoelen

    Nou ja, tenzij Kurosawa bewust met film noir conventies in zijn hoofd zat, en dat lijkt me onwaarschijnlijk, hoeven we dan toch sowieso niet van een femme fatale te spreken?

    Waar zit wat in, die sfeer, of dat die Europeanen het wel lukte?

  4. Hendrik De Vries

    Er valt natuurlijk wat voor te zeggen dat het ‘echte’ noir van oorsprong Europees is (Duits expressionisme, Fritz Lang, Preminger).

    @Rik: Dit vermoedde ik al inderdaad, thanks. Drunken Angel staat al in de planning, zoals zovelen ;)

  5. Kaj van Zoelen

    Ja, en nog een boel regisseurs. Wilder, Siodmak, etc.

  6. Rik Niks

    “Waar zit wat in, die sfeer, of dat die Europeanen het wel lukte?”

    Waarom je Japanse ‘noirs’ geen noirs vindt, maar sommige Europese wel. Of bedoel je Europeanen die in Hollywood noirs maakten (maar dat is zo voor de hand liggend dat je dat wel niet zult bedoelen)?

  7. Kaj van Zoelen

    Nou ja, de sfeer dus. :p

    Noir is natuurlijk een begrip dat ‘achteraf’ bedacht is, maar vanaf eind jaren ’40/begin jaren ’50 sleept daar toch een zelfbewustheid in aan de kant van de filmmakers dat ze in een bepaald soort genre bezig zijn. In Amerika bedoel ik. De Fransen imiteren de stijl enigszins, danwel ‘straight’ of op de manier zoals de Nouvelle Vague het begin jaren ’60 doet. De gelijkenis zit ‘m niet alleen in het plot, maar ook in de belichting, type zwart-wit, het fatalisme, de sfeer van verdoemenis, een vleugje wereldmoeheid en de jazz. De Engelse en Duitse voorbeelden waar ik aan denk zijn door of met Amerikanen gemaakt die al ervaringen hadden met de Amerikaanse noir.

    Bij die Japanse heb ik het gevoel dat het noir label er pas véél later is opgeplakt om de verkoop te stimuleren. Ik zie gelijkenis in plot, maar plot is niet per se wat noir noir maakt. Ik mis de bepalende sfeer (en daarmee bedoel ik een beetje al die kenmerken die ik net noemde) en het uiterlijk is toch ook net anders. Niet dat films als Nora Inu of de films die bijvoorbeeld Nikkatsu Noir box zitten mindere films zijn, maar echt als noir zie ik het toch niet.


Reageer op dit artikel