Spaans Slagveld
Tombs of the Blind Dead (1972) en Who Can Kill a Child (1976)

22 februari 2012 · · Beschouwing

De jaren ’70 waren een gouden tijd voor het horrorgenre. Niet in de laatste plaats omdat filmmakers toen nog echt deprimerende en compromisloze titels durfden te maken. Films ook die verrassend waren qua uitkomst en qua personages. We kennen allemaal wel de Amerikaanse golf met films als The Exorcist en Halloween of de meer seksueel getinte Italiaanse giallo’s en horrorfilms, laatstgenoemde een subgenre waar ik al eerder over heb geschreven. Spanje mag echter zeker niet ontzien worden en in dit artikel bespreek ik twee uitstekende horrorfilms met een uiterst naar randje. Dit artikel kent lichte spoilers.

La Noche del Terror Ciego (Engelse titel: Tombs of the Blind Dead) begint als een standaard horrorfilm met drie jonge en mooie mensen die op treinreis in Spanje zijn. Na een conflict omtrent seksuele jaloezie besluit een van de vrouwen van de trein te springen en zelf op avontuur te gaan. Ze raakt verzeild in een bezeten ruïne, midden in de nacht gaan de graven van het kerkhof open en verschijnen levende doden – ridders wel te verstaan – die de vrouw achtervolgen. Onze twee andere vrienden maken zich na verloop van tijd ongerust en besluiten hun vriendin op te sporen wat ze uiteraard leidt naar de noodlottige ruïne.

Tombs of the Blind Dead is een uiterst sfeervolle film. Het begint allemaal wat traagjes, maar de hypnotiserende stijl begint je langzaamaan over te nemen. Met veel gebruik van slow motion en mist creëert regisseur Amando de Ossorio een wereld die in eerste instantie goedkoop overkomt, maar gaandeweg meer en meer overtuigt en op een gegeven moment zelfs meesterlijk blijkt. De film is tijdens de nachtelijke scènes zeer spannend, ook omdat de ridders te voet nogal traag zijn – een beetje zoals de Romero zombies – en dus hun tijd nemen om het slachtoffer te bestoken. Ik had het idee dat tijdens deze scènes veel herhaling in de beelden werd toegepast, zeker wanneer de ridders te paard stijgen. Dit had zoals eerder gesteld goedkoop kunnen overkomen, maar in Tombs of the Blind Dead draagt het ontzettend bij aan de destructieve sfeer, alsof je niet kan ontsnappen aan het lot van de personages en zodoende meerdere malen hetzelfde nare gebeuren moet ondergaan.

Het beste bewaart Tombs of the Blind Dead voor het laatst. De finale confrontatie tussen de twee overgebleven protagonisten en de ridders is tergend spannend en er volgt zelfs nog een coda in een trein die zeer bijzonder is. Net als de beste horrorfilms uit die periode komen de makers niet met een voorgekauwd en ongeloofwaardig happy end maar met een nihilistische climax die onvergetelijk is. Tombs of the Blind Dead is overigens het eerste deel van een losse trilogie over de ridderlijke levende doden en een overdonderend meesterwerk in zijn genre, mits je het geduld kan betrachten.

Een meer bekende titel is Quién Puede Matar a un Niño? oftewel Who Can Kill a Child? Het verhaal is vrij simpel, een koppel in verwachting van hun derde kind besluit een idyllisch weekendje er op na te houden op het afgelegen eiland Almanzora, niet wetende dat het eiland op mysterieuze wijze wordt geterroriseerd door de plaatselijke kinderen die met moord en doodslag een spoor van vernieling achter laten. Ze moorden hun eigen ouders uit en uiteraard is het koppel ook direct doelwit van de krankzinnige koters.

De filmtitel zou in eerste instante een exploitatiefilm doen vermoeden en des te vreemder is het dan dat de eerste pakweg zeven minuten een collage is van waargebeurde massamoorden tijdens 20e eeuwse oorlogen waarbij kinderen het grootste slachtoffer blijken. De vreemde spagaat die de film maakt is dat we aan de ene kant moeten sympathiseren met de kinderen omdat hen in het verleden in algemene zin zoveel kwaad is aangedaan, maar aan de andere kant hopen we dat het koppel de boel overleeft. Het is natuurlijk allemaal toewerkend naar de feitelijke filmtitel en het moet gezegd dat deze uitwerking geslaagd is ondanks enkele iets te hysterische momenten rondom de zwangere vrouw. Het idee van schuld en boete is tamelijk fascinerend te noemen want immers: welk zinnig persoon kan nou een kind vermoorden?

Net als Tombs of the Blind Dead is ook Who Can Kill a Child? een horrorfilm met een uiterst duistere rand. De extra dimensie van de tweede titel is natuurlijk de aanwezigheid van de kinderen. Het zijn in tegenstelling tot bijvoorbeeld Village of the Damned geen emotieloze robots maar goedlachse snotaapjes die met een brede grijns volwassenen in stukken hakken. Het risico is natuurlijk dat overdaad loert, maar regisseur Narciso Ibáñes Serrador houdt ondanks de vrijwel constant lachende kinderen een serieuze toon aan. Hierdoor komen de kinderlijke wanstaltigheden extra hard aan, een beetje vergelijkbaar met de op het eerste oog uit het niets komende wreedheden in The Wicker Man.

Spanning kent de film ook alom. Je zit regelmatig op het puntje van je stoel afvragend hoe het koppel zich uit een benarde situatie zal redden. Spanning ook omdat je je als kijker constant afvraagt wat deze kinderen drijft, maar een duidelijke uitkomst is er niet al wordt er gesuggereerd dat er wel twee leiders zijn. Verder is de film net zo ambigu als bijvoorbeeld Night of the Living Dead of The Birds. Dat geeft voor sommigen misschien een onvoldaan gevoel, maar het is juist het sterke punt van de film. En net als Tombs of the Blind Dead kiest de filmmaker niet voor de gemakkelijke of vrolijke uitkomst. In dat opzicht passen beide films uitstekend in de cynische periode van het horrorgenre en steken ze zelfs ver boven het maaiveld uit.


Onderwerpen: , , ,


Reageer op dit artikel