Sterk en kwetsbaar: opnieuw kennismaken met Signoret
Casque d'Or

29 augustus 2012 · · Beschouwing

Signoret

Terwijl Casque d’Or in sommige steden nog gaat draaien zit het grote Signoret-Montand retrospectief in EYE er weer op. Voor mij bleek het een mooie aanleiding nader kennis te maken met Simone Signoret. Gezien de eerbied waarmee deze actrice door critici benaderd wordt is het misschien vloeken in de kerk, maar ondanks de handvol films die ik van haar zag, had ze nooit een onuitwisbare indruk gemaakt. Hoe zit dat na het zien van haar doorbraakfilm Casque d’Or en herkijk van haar internationale doorbraak Room at the Top?

Als me één rol bijstond van Signoret, dan is dat niet die van de prostituee uit La Ronde of moordenares uit Diabolique, maar die van nukkige oude vrijster in Chère Inconnue. Het oude, afgeleefde hoofd weerspiegelde elke nuance in gemoedstoestand, elke subtiele verandering in gezichtsexpressie. Signoret was toen verre van knap meer, maar dit was met recht een mooi gezicht om naar te kijken. In beschouwingen over Signoret is het ook precies dit wat steeds terugkeert: een onopgesmukte, sterke vrouw die in een wereld van schone schijn niet terugschrok haar ouder worden tentoon te spreiden. Zijn wie je bent. Niet zo gek dat Signoret vooral onder vrouwen bewonderd werd en wordt.

Ook vandaag de dag slagen er nog altijd weinig actrices in na hun, pak hem beet, 40-ste met regelmaat grote rollen te spelen. En zeker niet in de rol van oudere vrouw. Des te opvallender dat Signoret bewust juist die richting koos. Kantelpunt was Room at the Top. Op haar 39-ste speelde ze een vrouw die in een jarenlang huwelijk opgesloten zit en een vluchtige relatie aangaat met een jonge arbeider die het hogerop zoekt. De rol leverde haar een Oscar op en werd bepalend voor het soort rol dat ze vanaf dan zou gaan spelen.

Room at the Top was in meer opzichten een sleutelfilm, want het was ook de eerste verfilming van een roman van de Angry Young Men, de nieuwe lichting Britse schrijvers die zich in de jaren vijftig afkeerden van het establishment. Naar John Braines gelijknamige roman verhaalt Room at the Top over Joe Lampton, een arbeidersjongen die zich omhoog probeert te werken via de dochter van de plaatselijke tycoon. Hij is kil en berekenend, een fascinerend koele rol van Laurence Harvey overigens. Signoret biedt als levenswijze minnares het warme alternatief. Met het taalgebruik, de voor die tijd vrije liefdesscènes en het nihilisme van Lampton een schurende film die een nieuwe inslag aankondigde in de Britse film.

Met terugwerkende kracht valt Signoret in deze rol nauwelijks te zien zonder de bagage van de reputatie die ze vandaag de dag heeft. Je ziet hier een vrouw die getekend is door het leven, misschien wel juist doordat dat de vrouwen zijn die ze later speelde. Opvallend afwezig is het overwicht dat ze op mensen kan hebben. Signoret is kwetsbaar, voor haar geluk pijnlijk afhankelijk van een broekie. Deze Lampton is een onsympathiek sujet bovendien, maar wat Heather Sears niet lukt, doet Signoret moeiteloos: haar aantrekking tot hem aannemelijk maken. Ze is met afstand het meest menselijke personage in de film, het cliché van de ongelukkige vrouw in midlifecrisis omzeilend.

Ook Casque d’Or valt moeilijk te bekijken zonder de wetenschap waartoe Signoret zou uitgroeien. Misschien zag ik daardoor meer levenswijsheid in de femme fatale dan er indertijd ingelegd werd. Eigenlijk is daar weinig aanleiding toe, want feitelijk is Casque d’Or een noodlotsdrama waarin de schakels onherroepelijk leiden tot het fatale einde. Ook de prostituee die Signoret speelt, hoe wereldwijs ze ook overkomt, kan daar niks aan veranderen. De tragedie is dat ze met haar liefde voor Manda zijn lot op voorhand beschikt. Haar keuzes zijn uit liefde, maar daarom des te fataler. Casque d’Or mag dan spelen in het tijdperk dat zo prachtig door impressionistische schilders is verbeeld, het is tegelijk een film noir, met een onmogelijke liefde, misdaad en een web aan verwikkelingen die de personages opsluiten.

Met haar ‘gouden helm’ is Signoret de sprankeling in de film, hier zijn haar doorleefde rollen erg ver weg. In film noir is de femme fatale doorgaans een vrouw van staal, soms gepassioneerd, maar altijd met enige berekening. In Signoret zie ik niets van dat al. Ze stort een behoorlijk deel van de mannelijke populatie uit haar omgeving in de vernieling, maar ze is zelf onderdeel van de tragedie. Bij haar geen berekening, wel veel passie. Het had allemaal anders uit kunnen pakken als die balans andersom was. Maar dan had haar personage niet de menselijkheid en sympathie opgeroepen die Signoret er nu in mocht leggen. Haar rol zou beslist minder memorabel geweest zijn.

Als me één woord te binnen schiet over Simone Signoret na het zien van deze 2 films is het: kwetsbaar. Bepaald geen woord dat ik voorheen aan haar koppelde. Ze was toch de sterke vrouw die er als een van de weinigen in slaagde ook als oudere vrouw in de schijnwerpers te blijven? Die met haar rollen levenservaring uitstraalde en haar mannetje wel stond? Net als achter Marilyn Monroe bij nadere beschouwing meer schuilt gaat dan een naïef dom blondje en James Dean een ‘rebel without a cause’, zo blijkt ook Signoret meer nuances te verenigen dan mijn beeld van haar was. Noch in Casque d’Or, noch in Room at the Top kan ze de verwikkelingen naar haar hand zetten, hoe zelfverzekerd ze bij vlagen ook overkomt. Eigenlijk geldt dat ook voor de andere films die ik van haar zag, waarbij geldt dat hoe beter ze haar onvolmaaktheid kent, hoe boeiender ze is om naar te kijken.


Onderwerpen: , , , ,


2 Reacties

  1. beavis

    Goed stuk!

    Had zelf eerder op MovieMeter mijn korte impressies neergezet van het programma. Zal het met wat kleine edits hieronder plakken:

    Ik ben bij 15 voorstellingen aanwezig geweest en had 5 andere films uit het programma al eerder gezien, waarmee ik toch het grootste deel wel gezien heb.
    – De mooiste film uit de selectie was ongetwijfeld het indringende “la Guerre est Finie” van Resnais. Daarna denk ik dat vooral “Cesar et Rosalie” me goed bij gaat blijven.
    – Ook fijn om twee indringende films van Costa-Gavras te hebben meegepikt. Vooral interessant om de gebeurtenissen uit “L’aveu” later in het echt terug te zien in de Chris Marker docu “Le fond de l’air est Rouge”; waarin ik voor het eerst ook beelden zag van een Allende speech en me vooral opviel wat een enorm charismatische man die Fidel Castro toch is
    – Ik zag ook twee Melville films waar ik al heel lang heel veel van verwachtte, en ze waren ook zeker mooi, maar die maakte toch veel minder indruk dan ik had gedacht…
    – De leukste ontdekking was “Le Sauvage”. Een gewoon leuke avontuurlijke komedie die volgens mij zeer goed bekeken is door de makers van “Romancing the Stone”. Ik zag toevallig dit weekend Deneuve opnieuw gestrand op een eiland met een robinson-crusoe figuur in Ferreri’s “Liza”, zou ook een goede double-bill kunnen zijn!
    – Grootste tegenvaller was de soap-film in twee delen van Claude Berri. Gelukkig af en toe nog wel mooi gefilmd e.d., maar best wel een enorme draak eigenlijk…

    Verder viel me op dat Montand eigenlijk wel een heel interessante acteur is; dat had ik vóór dit programma echt nooit gedacht. Zowel door zijn ge-encageerde keuzes waar hij heel serieuze karakters neer zet, alswel hoe hij in bijvoorbeeld “Le Sauvage” en “Cesar et Rosalie” ook lolligere types toch heel overtuigend en ook erg origineel gestalte geeft.

  2. Rik Niks

    Dank! Ik baal ervan dat ik La Guerre est Finie gemist heb. Resnais is of supersaai of wonderschoon, maar de kans op dat laatste is te groot om het niet te blijven proberen. Vond indertijd Manon des Sources trouwens prachtig, maar is wel weer heel wat jaartjes geleden…


Reageer op dit artikel