The Elephant Man (1980)

24-01-2012 | Bram Ruiter Rik Niks | Lynch Leuten

Bram Drie jaar na de release van zijn buitenaardse debuut kwam David Lynch met de door Mel Brooks geproduceerde biopic The Elephant Man, een film over de in 1862 geboren John Merrick en zijn korte leven als hevig misvormde freak. Voor Lynch was het zijn eerste studioproject en misschien daarom wel de vreemde eend in de bijt binnen zijn oeuvre. Zijn film werd genomineerd voor 8 Oscars, waaronder beste film, en is zijn meest lineaire en down to earth tot The Straight Story. Hoewel The Elephant Man weinig weg heeft van een gemiddelde Lynch is zijn handtekening soms duidelijk aanwezig. Toch is het een heel ander soort film dan we van de regisseur gewend zijn.

Rik En toch, als je het bij elkaar optelt zit het er allemaal in: de fascinatie voor een verontrustende wereld achter de schone alledaagsheid, bizarre personages (de freaks in Parijs) en in stilistische zin associatieve montages, geluidslandschappen en terugkerende extreme close ups van een vrouwelijk gezicht, nota bene ook als openingsshot. Maar The Elephant Man wordt net zo zeer bepaald door waar het in afwijkt van Lynch’ andere films. Geen film waarin hij minder aandacht voor de vrouw heeft, een van de weinige die aan origineel bronmateriaal verbonden is, de enige historische film en op Dune na de enige die niet in de VS speelt. Natuurlijk is het samen met Dune ook de enige die hij in een strak studiokeurslijf gemaakt heeft. Hijzelf was tevreden over het geringe aantal compromissen wat hij moest sluiten. Kun je daarmee dus spreken over een auteursfilm die als onderdeel van een oeuvre boeit, of is het een buitenbeentje dat op zijn eigen merites beoordeeld dient te worden?

Bram Ik denk dat het een beetje van beide is. De film opent met een nachtmerrie-achtige montage, zoals we die inmiddels gewend zijn van de regisseur, waarna we terechtkomen in het industriële London. Zowel de montage als de setting echoën Eraserhead. In beide films wordt er veel tijd besteed aan scenes waarin de protagonist door dit haast post-apocalyptische landschap dwaalt. En niet te vergeten is dit alles gedraaid in zwart-wit. De eerste akte voelt echter aan als een soort overgang tussen Lynch’ debuut en de uiteindelijke film over John Merrick. Want op het moment dat John wordt opgenomen in het ziekenhuis wordt de film steeds conventioneler qua vorm. Het Lynchiaanse wordt ingewisseld voor statische shots van witte gangen en dito ziekenhuiskamers, waarin we nooit te dicht bij de personages komen. Het leek er bijna op alsof Robert Bresson de productie halverwege had overgenomen. De Lynchiaanse momentjes keren uiteraard terug, maar alleen wanneer het nodig is. Je zou bijna kunnen zeggen dat de vormexperimenten worden ingezet wanneer John weer te maken krijgt met zijn leven als freak voordat hij werd opgenomen in het ziekenhuis.

Rik Dat klopt inderdaad wel: op de momenten dat de misvormingen voor Merrick zijn identiteit bepalen (de nachtmerries, de indringers, en inderdaad zijn leven buiten het ziekenhuis) is de Lynchiaanse sfeer en stijl het sterkst aanwezig. Op de tussenliggende momenten dat hij zogenaamd een normaal mens als ieder ander is, is de stijl al even basic als de gewoonte is in dit genre. Toch overheerst ook hier één element dat telkens terug komt in Lynch’ oeuvre: sentimentaliteit. Vaak komt dat op een ironische manier terug in zijn werk, maar schuilt er tevens onheilspellendheid in. In Mulholland Dr. zijn de scènes waarin Watts’ personage aankomt in Hollywood en het leven daar verkent zo zoet dat het eng wordt. Net als bij Blue Velvet blijkt dat gevoel terecht, onder het sentimentele laagje borrelen duistere mysteriën.

The Elephant Man is echter rechttoe rechtaan sentimenteel. In het melodrama dat het verhaal is, wordt het sentiment op de klassieke Hollywoodwijze aangedikt. Vrijwel elke keer dat Merrick zijn mond opendoet komt er een stroom hartverwarmende woorden uit. Óf hij geeft op ‘indrukwekkende wijze’ blijk van intellectuele gaven door het citeren van een Psalm of voordracht van Shakespeare, óf hij houdt niet op Treves, de dames van stand, het ziekenhuispersoneel, ja, het leven lof toe te zingen. Dat wat onder het sentiment borrelt is wel duister, maar geen mysterie. Bij een leven als freak in een vijandige wereld kan iedereen zich wat voorstellen, terwijl de duistere keerzijde in de abstracte visoenen uit zijn latere films veel minder concreet is.

Bram Tijdens het kijken van de film sprak je over hoe Lynch opvallend veel afstand neemt van zijn onderwerpen. De sentimentaliteit is overduidelijk aanwezig, zoals je zelf al aangeeft, maar zelden heb ik de regisseur zo aanhoudend afstandelijk te werk zien gaan. Het was bijzonder om te zien, daar niet van, maar wel opvallend. Zoals gezegd is het dus een vreemde eend in de bijt. Tenminste, het is jaren geleden dat ik The Straight Story heb gezien, maar ik kan me herinneren dat ook deze film erg afweek van zijn standaard routine. Misschien zijn het wel totale tegenpolen: de ene klinisch en koud, de ander hartverwarmend, maar beide zo sentimenteel als de pest.

Alle ‘vreemde eend’ uitspraken daargelaten: ik ben blij dat Lynch zich ooit eens bedacht om The Elephant Man te maken. Ik ben een groot fan van zijn latere gekkigheid, maar met Eraserhead had ik niet veel. Het is goed om te zien dat een kundig regisseur zijn bizarre stijl toepast op een film met een duidelijke narratieve structuur en dito personages. Daarbij vond ik het ook eens prettig om Lynch een film te zien maken over een personage dat niet geestesziek is. Uiteraard heeft Merrick zijn misvorming, maar zoals je zelf ook al aangeeft zit daaronder de vriendelijkste man van heel Engeland.

Rik Alles afwegend vond ik het toch een wat tegenvallende herkijk. Maar ja, de lat ligt bij Lynch nu eenmaal ook hoog. Natuurlijk is het interessant te zien of en hoe een eigenzinnige geest het Hollywoodformat naar zijn hand zet, de klassieke Hollywoodregisseurs indachtig. Toch had ik graag het unheimische, ongemakkelijke, dat in latere films in alle scènes zit, ook de ‘gewone’ scènes, hier meer terug hopen te zien. Het onderwerp leent zich er uitstekend voor. Maar het is inderdaad: afstandelijk. Bressoniaans zou ik het zeker niet willen noemen, eerder doorsnee, standaard. Lynchiaans bij momenten, terwijl de kracht van latere films (maar ook Eraserhead) juist in het totaal zit. Lynch is niet alleen vreemde montages of bizarre momenten, maar een voortdurende beklemmende sfeer. Hij is een meester in van het gewone het ongewone te maken. Het is misschien wat onredelijk, maar dat had ik wel wat meer terug willen zien in The Elephant Man.



Reageer op dit artikel