Woody Allen: mijn guilty pleasure
Hollywood Ending (2002)

25 november 2012 · · Allen over Allen + Beschouwing

Wat blijft er over van een komedie zodra je er niet meer om kunt lachen? Ik vroeg het me af toen ik voor de zoveelste keer Annie Hall herkeek. M’n favoriete Woody Allen-films heb ik meestal meerdere keren gezien, maar de laatste tijd merk ik een sleet op die titels. Na Crimes and Misdemeanors bleek ook Annie Hall onverwachts een hele zit. Wat ooit een sprankeling van inventiviteit voor mij was, voelde nu haast vermoeiend aan: de ondertiteling van gedachten bij de dakterrasdialoog, het onderonsje in de bioscooprij met McLuhan… Woody Allen valt het moeilijk te verwijten, en het staat buiten kijf dat het een knappe film blijft. Gek genoeg grijp ik dan misschien nog wel liever naar een guilty pleasure van mij. Een met een heel ander slag humor: Hollywood Ending.

Hollywood Ending is nog duidelijk een product uit de tijd van zijn creatieve impasse, die hij pas na zijn oversteek naar Europa zou overwinnen. Te plichtmatig in zijn relationele perikelen, te melig om van enig gewicht te zijn, geen topcast en een plotbeschrijving die op de achterkant van een bierviltje afgedaan kan worden. Of zelfs in vier woorden: blinde regisseur maakt film.

Dit klinkt als een gimmick, en, eerlijk is eerlijk, zo wordt het ook wel een beetje opgediend. Het uitgangspunt behelst echter ook een verteltechniek waar Allen zich in ander werk zelden van bedient. Als komisch schrijver/acteur/regisseur zit zijn humor óf in spitsvondige dialogen óf in slapstick óf in inventieve beeldgrappen. Maar al zolang er komedies geschreven worden, of dat nu door Plautus, Cervantes of Shakespeare was, wordt ook de plotconstructie gebruikt om een komische spanning op te bouwen.

In de comedy of errors stapelen misverstanden zich op, waardoor de kijk van de personages op de gebeurtenissen steeds minder klopt. Dat wordt komisch op het moment dat ze een confrontatie aangaan met andere personages. Een goede schrijver laat zo’n dialoog zo verlopen dat die vanuit de verschillende perspectieven houdbaar blijft, sterker nog, het misverstand alleen maar verder groeit. Komedies met Fred Astaire waren vaak zo opgebouwd, zie bijvoorbeeld Damsell in Distress of Top Hat, waarbij de ene identiteitsverwisseling over de ander buitelt. The Great Dictator is een beroemd voorbeeld, terwijl ook komedieseries van latere tijden als Frasier daar de grappen op bouwen.

In Hollywood Ending komen alle misverstanden die je verwacht wel zo’n beetje voorbij. Op zichzelf is het ook niet bijzonder verheffend. Het aardige is vooral dat Allen de opzet naadloos in zijn eigen idioom past. Dat ligt al op de loer doordat het uitgerekend een filmregisseur is die blind wordt. Zijn in onwetendheid genomen keuzes worden warm onthaald als daden van vooruitstrevendheid. Elke mislukking is geaccepteerd als een excentriciteit, en het misbaksel dat er uit voortvloeit wordt het populairst in Frankrijk: “thank God the French exist!”.

Een betere invulling had hij met deze middelen niet kunnen geven van het Allen-thema bij uitstek: de zeepbel Kunst. Zijn alter ego’s met een creatieve baan worstelen met vraagstukken over integriteit van de kunstenaar en de zin van kunst, terwijl hij ook niet nalaat de canon aan kunstenaars op de weegschaal te leggen. Denk aan de dialoog over de club van overgewaardeerde kunstenaars uit Manhattan. Kaj van Zoelen memoreerde aan een moment van optimisme in Hannah and her Sisters, zoals Allen vaker hoog opgeeft over de kracht van kunst. Maar de twijfelaar die het is ziet even zo vaak een wereld van charlatans die het onwetende publiek een rad voor ogen draait. Dit keer is zijn alter ego de charlatan, zij het een onwetende charlatan.


Onderwerpen: , , , , ,


1 Reactie

  1. Kaj van Zoelen

    Nou, misschien dan toch maar nog een keer een kans geven…


Reageer op dit artikel