Until the End of the World (1991)
Van binnen en naar buiten.

11 mei 2013 · · Kritiek

Until the End of the World

Volgende week zaterdag, 25 mei 2013, draait in het EYE Film Institute, Amsterdam eenmalig Wim Wenders‘ megalomane, 280 minuten durende, epos Until the End of the World (1991). Kijk hier voor meer informatie. Na de break volgt een waardering van de film, die je misschien helpt overtuigen om hem volgende week te gaan bekijken.

De wereld rond met Wenders

Wim Wenders’ visie is altijd van de grote gebaren geweest, maar pas na het succes van Der Himmel über Berlin (1987) was Wenders in staat zijn meest bombastische en megalomane film naar het doek te brengen. Until the End of the World a.k.a Bis ans Ende der Welt, speelt zich af op vier continenten, bevat zeker drie verschillende verhalen die aan elkaar gesmeed worden, duurt vier en een half uur (Wenders’ oorspronkelijke versie was zelfs 8 uur) en bevat nieuwe songs van allerhande bekende rockartiesten als U2, R.E.M, Peter Gabriel en Nick Cave. De studio zag geen heil in de film en verknipte de film tot een versie van een uurtje of twee. Wenders distantieerde zich van de bioscoopversie en kreeg alsnog zijn gelijk met zijn Directors Cut. Deze Directors Cut bewijst dat filmmakers soms beteugeld moeten worden al valt er genoeg te genieten.

Wenders liet zich naar eigen zeggen leiden door de muziek in de film. Voor de film liet Wenders zijn favoriete muzikanten liedjes schrijven over het einde van de wereld. Door de vele respons, en omdat Wenders het onvermogen bezit om te schrappen bleek de speelduur flink opgerekt te worden. Deze, toegegeven sfeervolle en goede, muziek mag dan een boosdoener zijn van de vier-en-een-half-uur-lange speelduur, het verhaal zelf is ook niet een bepaald kleinschalig gebeuren.

Het verhaal valt op te delen in drie delen, waarbij in het eerste deel Claire (Solveig Dommartin) met de buit van een bankoverval achter een mysterieuze Sam (William Hurt) aangaat die op de vlucht is voor de regering. Deze zoektocht leidt langs drie continenten, en de opbloeiende relatie tussen Sam en Claire maakt Sams ex-man Eugene (Sam Neill) jaloers. Hij volgt haar eveneens langs de vele landen. Dit trio ontmoet gezamenlijk vele mensen, die geïnterviewd worden door Sam met een speciale camera, de centrale MacGuffin. Deze camera (die lijkt op een geflipte zonnebril) meet de breingolven en slaat de dromen van mensen op. De regering wil deze camera hebben, maar Sam bestemt deze voor zijn blinde moeder (Jeanne Moreau). In het tweede gedeelte wordt Sam zelf blind en leren we meer over de werking van de camera. Dit stuk gaat ook over het terugkrijgen van Sams zicht en de terugkeer naar zijn ouders in Australië. Het derde deel speelt zich af in Australië waar opeens de camera-dromen verslavend blijken te zijn en de driehoeksverhouding door de verslaving van Claire langzaam van binnenuit vernietigd wordt. In alle drie de delen speelt op de achtergrond het mogelijke einde van de wereld door middel van een op hol geslagen satelliet.

Een megalomaan verhaal, waarbij plotwendingen zomaar uit de lucht komen vallen en karakterontwikkeling niet altijd via de logische paden gaat. Hoe wisselvallig het plot ook mag zijn en hoe matig het acteerwerk bij vlagen er zijn een aantal interessante kanten aan Until the End of the World. Wenders beoogde met de film een ultieme roadmovie te maken, en dat is hem gelukt. De film kijkt op een associatieve manier weg, als een reis door de gehele wereld, waarbij prachtige omgevingen afgewisseld worden met onwerkelijk futuristische steden. De film beslaat vrijwel de gehele wereld, vrijwel alle soorten culturen. Wanneer Wenders de wereld heeft samengevat in zijn filmische reis gaat hij verder. In plaats van verder uitwaarts te bewegen (de ruimte wordt pas in de laatste scène getoond) begint Wenders met het exploreren van het innerlijk. De derde akte van de film is nog steeds een roadmovie, maar een roadmovie door dromen en gedachten. Het is een logisch vervolg op een regisseur die alle aspecten van de roadmovie al heeft behandeld, en die de roadmovie als metafoor voor innerlijke ontwikkeling letterlijker wil uitwerken.

Postmodern allegaartje

Wat verder opvalt aan Until the End of the World is dat Wenders de wereld neerzet als de ultieme postmoderne droom. Steden bestaan uit invloeden van werkelijk elke architecturale stroming, neonlichten en neoklassiek wisselen elkaar af. De bizarre architectuur en kostuums (waarin we invloeden zien van haute couture uit de jaren 60, 70 en 80, kimono’s, ruimtepakken, surrealisme, westerns en balletkostuums) geven de film een onwerkelijke, droomachtige sfeer. Filminvloeden zijn overal aanwezig. Japan ademt Ozu, Amerika de film noir, Australië de western en Frankrijk heeft een hoog nouvelle-vague-gehalte. Ook schilderkunst komt langs: Vermeer, Hokusai, Rembrandt, van Gogh, Picasso. Alle tijden en invloeden lopen in de film door elkaar. Tekenend is een scène waarin een roze Cadillac gevolgd wordt door een auto die nog het meest wegheeft van een knalrode straaljager op vier wielen. Visionair is de film in de voorspelling van het GPS-systeem, vercommercialiseerde environmental issues (Al Gore…), Skype-achtige beeldtelefonie en ver doorgevoerde globalisering.

Maar meer nog dan de ultieme postmoderne film is Until the End of the World de ultieme samenvatting van Wenders’ paradepaardjes. In de dialoog wordt verwezen naar Der Himmel über Berlin, en Der amerikanische Freund(1977), waarbij ook de neonoir van laatstgenoemde terugkeert. Wenders’ experimenten met filmstock worden hier verder doorgevoerd, ook door middel van digitaal gemanipuleerde filmbeelden die dromen voorstellen. Het experiment met de afwisseling van felle, onverzadigde kleuren en grijstinten wordt hier doorgevoerd.

De corrumperende kracht van beelden

Ook thematisch keert een idee van Wenders’ vroegere oeuvre terug: het (on)vermogen diepste gevoelens en de werkelijkheid in film te vatten en het triomferen van literatuur over film.
In Der Himmel über Berlin was er al sprake van het samengaan van beeldpoëzie met geschreven poëzie, maar hier blijkt het de beeldpoëzie die corrumpeert. Film is geen echte werkelijkheid, de gefingeerde dromen werken verslavend en Claire’s apathie rondom de echte werkelijkheid wordt pas doorbroken als ze het verhaal van Eugene (Sam Neill) leest. Waar de vervormingen van de realiteit door middel van film dus vernietigend werken is het de non-fictie in de literatuur die heilzaam werkt. De ideeën rondom de gebreken van (commerciële) cinema kenden hun oorsprong in de trilogie van films die Wenders in de jaren 70 maakte: Alice in den Städten (1974), Falsche Bewegung (1975), Im Lauf der Zeit (1976).

Kenmerkend is dan ook dat Wenders zijn hoofdpersonage uit twee van die films terug laat keren als secundair karakter in Until the End of the World. Phillip Winter is de grote toeschouwer in dit verhaal, die zelfs de verteller van een afstandje bekijkt. Het bouwt afstand in een film die verder een reis naar binnen maakt. Until the End of the World begeeft zich daarmee naar binnen (psychologisch gezien) en naar buiten (metatekstueel gezien), soms tegelijkertijd. Dat bewerkstelligen is knap, en daar vergeef je Wenders graag de niet geringe lengte van de film voor.


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,


1 Reactie

  1. Verhoeven

    Interessant! Interessant! Interessant! Gaat op het Te-Zien-Lijstje.


Reageer op dit artikel