Angstaanjagend Amerikaans
10 andere Amerikaanse horrorfilms

30 oktober 2013 · · Lijst + Serial / Killer

Ieder jaar rond Halloween is het gebruikelijk om je binnen de wereld van film bezig te houden met horror. Na enkele lijsten en overzichten over onder meer Britse en Italiaanse horror leek het me nu eens tijd te kijken naar Amerikaanse horror en dan in het bijzonder de minder geijkte titels. Deze top 10 bestaat uit Amerikaanse horrorfilms van vroeger tijden waarbij de titels een paar duizend of slechts een paar honderd stemmen hebben gekregen op de IMDb. Toegegeven, de echte horror-kenner zal de meeste titels wel gezien hebben of van horen zeggen en dus is de lijst vooral bedoelt om de niet zo vaak genoemde horrorfilms eens in het duistere zonnetje zetten.

10. Night School (Ken Hughes, 1981)

Het aparte aan de beruchte Britse video nasty lijst is dat niet alleen de films over het algemeen qua geweld wel meevallen, maar het ook bestaat uit ontzettend obscure films. Films die de opstellers zelf hoogstwaarschijnlijk ook niet gezien hebben. Een prima en tamelijk onbekende titel hierin is Night School, een slasher gemaakt tijdens de hoogtijdagen van het subgenre (kwantiteit staat hier overigens ver boven kwaliteit) al lijkt de film meer op een Italiaanse giallo. Zo draagt de onzichtbare moordenaar zwarte leren handschoenen al rondlopend met een ridicuul ogend mes, op zoek naar mooie jonge vrouwen. Night School is ook veel meer een mysterie dan de meeste slashers die meer uitgaan van de moorden dan het mysterie. Het enige ietwat vervelende aspect is dat de moordenaar wel erg makkelijk te ontdekken valt, dit in tegenstelling tot de grote Italiaanse broer die vaak in de laatste minuten met een onverwachte twist komt. Het meest als bekend staan zal tijdens Night School de soundtrack zijn, gecomponeerd door Brad Fiedel drie jaar voor The Terminator. De stijl is duidelijk hoorbaar, dodelijk effectief in al zijn simpliciteit.

9. The Town That Dreaded Sundown (Charles B. Pierce, 1976)

Een film gebaseerd op een waargebeurd verhaal, doch erg sensationeel en hier en daar bizar komisch aangepakt. Vlak na WOII vinden er in een klein plaatsje in Arkansas verschillende moorden plaats, toegekend aan een mysterieuze figuur met een wit juten masker. Een Texas Ranger – in de film vertolkt door veteraan Ben Johnson – zet een tevergeefse klopjacht in. Dat laatste is overigens geen spoiler, de makers winden er geen doekjes om dat deze zogeheten “Phantom killer” net als de meer beroemde “Zodiac killer” nooit gepakt is. Over de Zodiac gesproken, bij het kijken naar The Town That Dreaded Sundown kan je je niet aan de indruk onttrekken dat David Fincher hier en daar flinke hommages maakt in zijn film Zodiac. Een erg fijn aspect van The Town That Dreaded Sundown is de voice-over die het bijna tot een docu-horror maakt. En de moorden zijn sterk gefabriceerd en erg spannend opgebouwd. Het is al met al een prima double-bill met Zodiac.

8. Maniac Cop 2 (William Lustig, 1990)

De meest recente titel in de lijst en sommigen zullen dit meer een actiefilm dan een horrorfilm noemen met de auto-achtervolgingen, explosies, wilde stunts en politiewerk. En dan heb je ook nog Robert Davi in de hoofdrol, de cult-acteur met het kloverige gezicht die in meerdere dertien-in-het-dozijn-actiefilms te bewonderen was. Maar Maniac Cop 2 kent meer dan genoeg horror-elementen om het makkelijk in het genre te zetten. De moorden zijn behoorlijk bruut en intens zoals we van Bill Lustig wel gewend zijn (kijk maar eens naar Maniac als ander uitstekend voorbeeld) en de maniakale en op het oog onsterfelijke diender is een ranzige verschijning als zijn gezicht eenmaal in beeld komt, overigens gespeeld door Robert “The Chin” Z’Dar. Als toetje heeft Bruce Campbell een kleine rol en is er een cameo van Sam Raimi. En trouwens, moet je het eerste deel gezien hebben? Niet echt, al zal een echte completist hier anders over denken. Maar de opening van Maniac Cop 2 is precies de climax van Maniac Cop en er wordt duidelijk uit de doeken gedaan wat er het eerste deel plaatshad. Daarbij komt ook nog eens dat Maniac Cop een vrij matige horrorfilm is, in tegenstelling tot het vervolg dat door Lustig zelf als zijn beste werk gezien wordt.

7. Don’t Go in the House (Joseph Ellison, 1979)

Nog maar een relatief vergeten video nastie en deze film verdient die status ook zeker meer. Deze horrorfilm is een sterk en typerend voorbeeld van een slasher die werd gemaakt in de korte periode tussen Halloween en Friday the 13th in. Men had nog niet de super-commerciële aspecten van de hutjes, de ontblote meiden, de constant veranderende moordwapens en pure cheese ontdekt en daardoor zijn deze films een stuk nihilistischer dan de vele jaren 80 slashers. Don’t Go in the House is inderdaad een gitzwart verhaal over een seksueel gefrustreerde jongeman die de mishandelingen door zijn moeder projecteert op vrouwen van zijn leeftijd. Veel van zijn mosterd haalt Don’t Go in the House uiteraard van Psycho (let eens op het huis waar de man woont), maar je ziet ook zeker de invloed van Halloween met het lange gesluip en de soundtrack. De beruchte status dankt de film aan de vlammenwerper die de man gebruikt om zijn gevangen vrouwen mee te terroriseren, iets wat soms inderdaad vrij luguber in beeld wordt gebracht. Don’t Go in the House is zonder meer jaren 70 sleaze en eentje die zeker een betere reputatie verdient.

6. Deranged (Jeff Gillen & Alan Ormsby, 1974)

Net als de klassieker The Texas Chain Saw Massacre uit 1974 en ook een film die het verhaal van Ed Gein een draai geeft. In tegenstelling tot die horrorfilm kent Deranged een meer serieuze en dramatische aanpak, geen moment komt Deranged in de buurt van de constante intensiteit van The Texas Chain Saw Massacre. Dat maakt het natuurlijk geen slechte film, verre van zelfs. Op zijn eigen manier geeft ook Deranged een verontrustend beeld van seriemoordenaars die zich daarna vergrijpen aan kannibalisme. De overduidelijke Ed Gein-variant heet hier Ezra Cobb, een geflipte boer met groot vertoon vertolkt door Roberts Blossom die de meesten denk ik wel zullen kennen als de oh zo eng lijkende buurman uit Home Alone. Deranged kent zo nu en dan echt wel gewelddadige en moeilijk te aanschouwen scènes, maar zit ook vol met rustpunten waar je regelmatig zelfs medelijden krijgt met Cobb en dat is misschien wel net zo verontrustend als de pure aanval op je zintuigen die The Texas Chain Saw Massacre is.

5. Shock Waves (Ken Wiederhorn, 1977)

Nazi-zombies! En ze kunnen nog zwemmen ook. Wat klinkt als een hilarische poging het zombie-genre een jaar voor Dawn of the Dead een komische richting in te sturen, is Shock Waves dat alles behalve. Deze low-budgethorror maakt van het kierewiete idee een behoorlijk serieuze en duistere aangelegenheid. Een gevluchte SS-commandant (gespeeld door niemand minder dan Peter Cushing en daarmee zijn tweede sterke rol als schurk dat jaar naast Grand Moff Tarkin uit Star Wars) is er op een afgelegen eiland in geslaagd heuse zombies te creëren in Nazi-legerpakken. Zodra een kleine groep op het eiland strandt kan het grote gevecht beginnen. Shock Waves is ontzettend effectief dankzij de goedkope sfeer en de spartaanse omstandigheden. De eilandlocatie is perfect hiervoor met de moeilijk begaanbare moerassen en bayou’s waar je de acteurs letterlijk doorheen zien ploeteren. De zombies zelf hebben maffe zonnebrillen op en zijn ondanks hun wat klunzig ogende overkomen verrassend doelgericht. Allicht dat het goedkope uiterlijk de film tegenwerkt en je hebt medelijden met een uitgemergelde Cushing die duidelijk afziet, maar zeker in deze tijden van zombie-hype kan je lekker pochen met Shock Waves.

4. Isle of the Dead (Mark Robson, 1945) / The Body Snatcher (Robert Wise, 1945)

Ik kon geen duidelijke keuze maken tussen deze twee uiterst sfeervolle horrorfilms. Beiden uit 1945, beiden hebben legende Boris Karloff in de hoofdrol en beiden geproduceerd door misschien wel de koning van sfeervolle horror: Val Lewton. Ga je meer voor klassieke horror, een ietwat beter scenario en meer bekende gezichten waaronder Bela Lugosi, dan is The Body Snatcher een aanrader. Wil je echter nóg meer sfeer met een mysterieus Grieks eiland, veel gure wind en regen en enkele steengoede schrikeffecten, dan is Isle of the Dead meer je ding. Maar het beste kijk je de films allebei, je bent immers tegenwoordig regelmatig meer tijd kwijt aan een bioscoopfilm dan aan deze twee bij elkaar. Uiteraard heeft Val Lewton bekender en ook beter werk geproduceerd, maar dit zijn twee tamelijk vergeten pareltjes die absoluut de moeite van het kijken waard zijn. Zeker met het licht uit.

3. Targets (Peter Bogdanovich, 1968)

Het is wellicht meer een politieke thriller dan een horrorfilm, maar Targets is wel een van de weinige en zeker een van de beste films over het horror-genre. Boris Karloff speelt in principe zichzelf, een oude en ietwat aan lager wal geraakte horror-acteur met de geinige naam Byron Orlok. Zijn aanwezigheid tijdens een drive-in show raakt in het ongewis als op dezelfde dag een geflipte Vietnam-veteraan een bloedbad besluit aan te richten. Targets is een genot voor iedere horror-liefhebber aangezien het boordevol typische genrekenmerken bezit. Boris Karloff natuurlijk, van wie ook een groot deel van de macabere humor vandaan komt. Een heel segment van Targets is een minuten durende ode aan Psycho en door de film heen zitten heuse beelden van de no-budget horrorfilm The Terror, een aimabele horrorfilm van Roger Corman met Boris Karloff en een jonge Jack Nicholson. Weinig verrassend komt regisseur Peter Bogdanovich net als zo’n beetje iedere grote Amerikaanse filmnaam uit de jaren 70 uit de Roger Corman-stal en niet alleen is Targets een piekfijne hommage en toch ook kritiek op exploitatiefilms, het is ook een film die het durft een gevoelige sociale en politieke snaar te raken.

2. Messiah of Evil (Willard Huyck, 1973)

Low-budgethorror wordt vaak weggezet omdat het er niet uitziet en de acteurs er niks van bakken. En het is inderdaad misschien waar dat geen enkel filmgenre zoveel krakkemikkige producties kent als horror. Echter, vrijwel iedere titel in mijn lijst kent een zeer laag budget maar weet er toch esthetisch uitstekend uit te zien en weet zich te onderscheiden dankzij intrigerende schrikmomenten of fijne twisten. Messiah of Evil is een van de fraaiste voorbeelden die ik ken van een film die voor een habbekrats is gemaakt maar er werkelijk wonderschoon uitziet. De ene na de andere zeer kleurrijke en duizelingwekkende beelden schieten aan je voorbij en ondanks dat het tempo best traag is verveel je je geen seconde. Messiah of Evil is buiten alle visuele pracht en praal ondertussen ook een variant op het zombiegenre waarin niets compleet duidelijk wordt gemaakt, de droomlogica overheerst waarbij je de vraag kan stellen in hoeverre Dario Argento destijds bekend was met deze film met in het achterhoofd dat meesterwerken als Suspiria en Inferno uitermate kleurrijk en dromerig zijn. Hoogtepunt van Messiah of Evil is een fabuleuze scène in een bioscoopzaal, de montage en opbouw maakt het tot een ware nagelbijter en de climax is een briljante vondst. Alleen al voor deze scène is Messiah of Evil verplichte kost.

1. The Old Dark House (James Whale, 1932)

Het zal er zonder meer mee te maken hebben dat The Old Dark House bij filmkijkers niet direct een belletje zal doen rinkelen, de film is immers ruim 80 jaar oud. En van alle Universal horror klassiekers van regisseur James Whale is dit de minst bekende, zeker in het licht bezien van Frankenstein. En toch is The Old Dark House een absoluut meesterwerk in het zeker toen nog nauwelijks onderzochte komische horror-genre. Zeker, Bride of Frankenstein (ook van Whale) geldt terecht als de ultieme culminatie van Whale en zijn excentrieke acteurs en in zekere zin is The Old Dark House de primitieve, doch ook geniale eerdere poging van Whale om humor en horror samen te brengen. De humor komt vooral op het conto van een jonge Charles Laughton in diens eerste Hollywoodfilm, een gigantisch over-the-top spelende Ernest Thesiger wiens sardonische humor ontzettend op de lachspieren werkt en de regisseur speelt de gehele film met gender-politiek, destijds erg gewaagd. Maar The Old Dark House is zeker ook een op-en-top horrorfilm met een geweldig spookachtig huis en een soms overdonderende sfeer met een storm die maar niet voorbij wil razen. En dan was daar wederom Boris Karloff die werkelijk angstaanjagend is als de alcoholistische butler. In een film die doorspekt is met uiterst excentrieke personages werkt de aanwezigheid en totale dreiging van Karloff nog sterker dan het eigenlijk zou moeten doen. Laat je niet afschrikken door de bijna antieke staat van The Old Dark House, het is echt een van de fijnste exponenten van komische horror en naar mijn mening Universals meest onderschatte klassieke horrorfilm.


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel