Bio-grafisch
Themamaand maart: de biografische film

6 maart 2013 · · Bio-grafisch

De biografische film viert zijn jaarlijkse feestje gewoonlijk medio februari: bij de Oscaruitreikingen. Dan grossieren ze in beeldjes, verdiend met perfecte imitaties van het vaak beroemde onderwerp. Dit jaar was er natuurlijk de Lincoln van Daniel Day-Lewis, maar ook in de 10 jaar daarvoor ging de Oscar voor Beste mannelijke hoofdrol 6 keer naar een biografische rol. Bij de vrouwen was het 4 van de 10 keer raak. De Beste film komt er bekaaider vanaf; alleen The King’s Speech (2010) won een van de afgelopen 10 edities.

Dat zegt misschien wel iets over de plaats van de biografische film. Gestalte te geven aan een bestaand personage is de ideale showcase voor acteurs. Waardering is snel geoogst. Maar een bestaand personage fungeert binnen een, min of meer, bestaand verhaal. En dáár een interessante vertaalslag naar film van maken is beduidend lastiger. Zakelijke werkelijkheid, regels van de dramaturgie en de vrije hand van de regisseur zijn enkele van soms met elkaar conflicterende factoren. De biografische film lijkt dan ook een begrensd genre, meer dan de fictieve speelfilm. Maar in de beperking toont zich de meester, getuige door regisseurs als Todd Haynes (The Karen Carpenter Story (1989), I’m Not There. (2007)), Andrei Tarkovsky (Andrey Rublyov (1966)), Jean-Marie Straub (Chronik der Anna Magdalena Bach (1968)) en Ken Russell (wat niet) opgerekte grenzen.

In de maand waarin de meester van het fictieve verhaal vereerd wordt met een biopic, Alfred Hitchcock, zullen we ons dan ook onderdompelen in levensverhalen van diverse strekking. Natuurlijk kun je een recensie van Hitchcock verwachten, beschouwingen op het genre zelf, en neemt Kaj het ‘grafische’ uit de themamaandtitel te baat om zich te storten op de filmische portrettering van schilders.



Reageer op dit artikel