Blood Simple. (1984)
Broederliefde: de films van Joel en Ethan Coen (1)

Blood Simple

Blood Simple. (1984), inclusief de punt aan het eind, is het debuut van Joel Coen, met een script van Ethan en Joel Coen, en een producerscredit voor Ethan Coen. Maar voor de goede verstaander is duidelijk dat ook dit debuut al op rekening te schrijven valt van beide regisseurs, al vroeg in hun werk “the two-headed director” genoemd. Deze recensie van Blood Simple. is het eerste artikel in de reeks Broederliefde, die opbouwt naar de release van Inside Llewyn Davis (2013) in december door al hun speelfilms chronologisch te bespreken.

“You’re on your own”

Blood Simple. is, ondanks dat de regisseurs al vanaf hier samenwerken als een eenheid, vooral een film over individualisme en eenzaamheid. In de openingsmonoloog horen we privédetective Loren Visser (M. Emmett Walsh) praten over de mensheid, waarin hij in weinig bewoordingen de stelling van de hele film al even samenvat.

“The world is full of complainers, but the fact is, nothing comes with a guarantee. I don’t care if you’re the Pope of Rome, President of the United States, or even Man of the Year–something can always go wrong. And go ahead, complain, tell your problems to your neighbor, ask for help–watch him fly. Now in Russia, they got it mapped out so that everyone pulls for everyone else– that’s the theory, anyway. But what I know about is Texas… down here… you’re on your own”.

De openingsmonoloog plaatst de locatie, Texas, waarmee dit de eerste van de Coen-films is die duidelijk flirt met een Amerikaanse staat als setting (denk bijvoorbeeld North Dakota in Fargo (1996), Arizona in Raising Arizona (1987), California in The Big Lebowski (1998) en Mississippi in O Brother, Where Art Thou (2000)). Ten tweede maakt de monoloog duidelijk waar de film heen gaat: something can always go wrong. Blood Simple. is een zwarte komedie die draait om personages die volledig de grip op de plot kwijt zijn. Ze weten niet wie, ze weten niet wat, ze weten niet waar, en ze weten niet hoe. Allemaal staan ze alleen in hun totale gebrek aan overzicht. Wat dat betreft vat de slotzin van de openingsmonoloog de moraal van de film goed samen: you’re on your own.

Het plot draait om een affaire, waarbij barman Ray ervandoor gaat met Abby, de vrouw van zijn baas Julien Marty. Julien huurt Loren Visser in om Ray en Abby om te brengen, maar Loren Visser doodt Julien zelf en gaat er met zijn geld vandoor, de plek des onheils achterlatend om de verdenking tot Abby te doen leiden. Ray vindt het lijk van Julien, denkt dat hij erin geluisd wordt, en besluit Julien zelf te begraven. Julien blijkt niet dood en de situatie escaleert. En dat is nog maar het begin van alle ellende.

De film stuurt de personages vernuftig richting hun onheil. Elke keer als er een escalatie plaatsvindt weigeren de personages dit te delen met anderen, waardoor die anderen vervolgens weer in de problemen komen. Abby weet niet dat Julien dood is. Ray weet niet dat Abby erin geluisd wordt. Julien weet niet dat Abby en Ray niet dood zijn. Loren Visser weet niet dat Ray het lijk van Julien opruimt. De personages graven zichzelf steeds dieper in, door niet te praten over hun problemen, en niet stil te staan bij wat de ander bedoelt. De doden stapelen zich enkel op, omdat niemand communiceert. De filosofie van Loren Visser blijkt waar, “You’re on your own”, maar enkel omdat ze zijn raad uit de beginzinnen opvolgen dat je jouw problemen niet met anderen moet delen.

Blood Simple?

De film beeldt visueel de totale eenzaamheid van de personages uit door ze regelmatig te framen met een muur tussen hun in, of een raam dat het beeld verdeelt in compartimenten. We zien de personages vooral in ruimtes naast elkaar, weinig samen in beeld. Zeker aan het einde wordt dit nog eens bevestigd, wanneer Abby belaagd wordt door een inbreker, gescheiden van hem door een muur, zonder dat ze weet wie haar belager is. Het is significant dat deze scène begint met een moordpartij door een scherpschutter voor een gigantisch raam.

Toch verbindt de film de personages visueel, door middel van filmische motiefen. Ze denken dat ze alleen zijn, maar de personages worden met elkaar verbonden door de bar waarin ze allen werken of leven, en regelmatig zijn er scènes waarin we terugkeren in de bar om deze gezamenlijke plaats als uitvalbasis te bevestigen. Een ander terugkerend motief is de aanwezigheid van dezelfde ventilatoren in de verschillende ruimtes waarin we ons bevinden. We springen soms van ruimte naar ruimte, door middel van de ventilator, wiens indringende dreunend geluid hetzelfde betekent voor de verder van elkaar verwijderde personages. Men denkt alleen te zijn, maar er is wel degelijk een gedeelde ervaring. Zo simpel is het dus niet. De stellige punt aan het einde van de titel voelt dus ook ironisch. Een afsluiting die zelf door de protagonisten wordt neergezet, “punt uit”, maar die absoluut niet zo stellig gezet dient te worden.


Onderwerpen: , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel