Creatie van een monster(verhaal)
Frankenstein (1818) & Frankenstein (1931) + Bride of Frankenstein (1935)

Met dode schrijvers kun je wat makkelijker een loopje nemen dan met levende. Als Mary Shelley in de proloog van Bride of Frankenstein (1935) vertelt hoe het verhaal van Frankenstein (1931) afloopt, verwacht je daarmee een zekere legitimering van de vertelling. Niets is minder waar, want het volgende uur bevat nauwelijks een scène die enig raakvlak kent met de roman Frankenstein. Het maakt natuurlijk wel een mooie scène: de beroemde dichters Percy Shelley en Lord Byron bij het haardvuur filosoferend over spookverhalen. Met als stralende middelpunt de 19-jarige Mary Wollstonecraft Shelley, die met Frankenstein dan net een van de meest invloedrijke horrorromans heeft geschreven.

Heel ver van de waarheid zal die scène niet zijn. Het idee voor Frankenstein ontstond inderdaad toen genoemde drie schrijvers elkaar uitdaagden een spookverhaal te schrijven. Een speculatieve discussie over het tot leven wekken van materie bracht haar op het basisidee. Vanuit haar zeer belezen achtergrond vormde ze er een literair werk van, vol grote thema’s en verwijzingen naar mijlpalen in de literatuur. Een greep uit het aanbod: Prometheus (overmoedige Titaan die de mens verbeterde, tegen de wil van Zeus in), Pygmalion (tot leven gewekt standbeeld), Miltons Paradise Lost (opstand tegen de schepper), The Rime of the Ancient Mariner (over zichzelf afgeroepen vloek) en John Locke (tabula rasa, de geest als een ‘onbeschreven blad’, volledig gevormd door zijn omgeving).

Daarmee figuurlijk staand op de schouders van Giganten, heeft Shelleys Frankenstein in ieder geval de allure van een groots literair werk. Afgezien van de ondertitel, ‘The Modern Prometheus’, zijn het eerder bekende ideeën die op een nieuwe manier in elkaar verweven zijn, dan letterlijke verwijzingen. Ironisch genoeg creëerde Shelley met haar combinatie van bestaande motieven, een nieuw motief van minstens even verstrekkende proporties: de overmoedige wetenschapper die voor God speelt. Talloos zijn de imitaties in het sciencefiction- en horrorgenre, waarbij de wetenschap(per) in al zijn experimenteerdrift iets heeft gecreëerd dat niet in de hand te houden is.

In het geval van Frankenstein leidt dit tot een groots duel tussen schepper en creatie. Speelgrond: heel Europa. Beeldend is de introductie van het monster: een vage schim die zich met enorme snelheid over de ijsschotsen rond de Noordpool verplaatst. Een uitgeputte Frankenstein op afstand volgend. Letterlijk een duel dat tot het eind van de aarde wordt uitgevochten. Het monster is intelligent en in potentie vredelievend; Shelley heeft een optimistisch beeld van hoe een schepsel met een ‘onbeschreven geest’ zich zou ontwikkelen. Frankenstein kan, hoewel hij de verteller is, met meer achterdocht bekeken worden. Behalve een beeldend vertelde strijd, vindt het duel toch vooral op een abstract niveau plaats.

Hoe invloedrijk Shelleys Frankenstein ook mag zijn, als het aankomt op visualisering delft ze het onderspit tegen Boris Karloffs monster. Weinig mensen zullen bij ‘het monster van Frankenstein’ iets anders voor zich zien dan een groot, log figuur met een groen hoofd vol littekens en twee schroeven in de nek. Shelley beschrijft het monster dan wel nagenoeg niet, dit zal haar toch niet voor ogen hebben gestaan. Het monster beweegt zich traag, kan nauwelijks spreken, laat staan Goethe lezen. Een filosofisch gesprek met zijn maker zit er voor Karloff niet in.

Minstens zo belangrijk is dat in deze beroemdste Frankensteinverfilming het toneel wordt opengebroken. De strijd is niet meer louter tussen maker en monster. Deze laatste is publiekelijk geworden, zodat het eerder om diens plek binnen de samenleving gaat. Daar moeten we niet al te filosofisch over doen, in zowel Frankenstein als Bride of Frankenstein is het toch vooral een ongenuanceerde heksenjacht op een monster dat niet veel beter weet of kan. De scènes waarin het monster enige mensentrekjes toegedicht worden, behoren tot de aardigste van de films. Het abusievelijk door het monster verdronken meisje werd aanvankelijk nog uit Frankenstein geknipt, maar juist die scène geeft een schurend randje aan de film; het is de enige scène waarin zich in het monster iets zachtaardigs openbaart. Datzelfde geldt voor de scène met de blinde man in Bride of Frankenstein, hoewel de stoomcursus ‘mens worden’ een tikkeltje lachwekkend is.

Al met al is wel duidelijk dat bronmateriaal en verfilming nauwelijks verder uiteen hadden kunnen liggen. Het boek van Shelley is eerder een inspiratiebron te noemen dan een blauwdruk voor de film. De ideeën die James Whale gebruikt heeft, zoals creatie van een levend wezen door een wetenschapper, de wens van het monster om een vrouw en de menselijke trekjes van het monster, zien we terug in die bron. De uitwerking is geheel anders, met toevoeging en weglating van talloze ingrediënten. Whale richt zich meer op dat wat visueel tot spektakel verheven kan worden. Indrukwekkend zijn de transformatiescènes, zowel van het monster als (vooral) die van The Bride. Ook de expressionistische stilering draagt bij aan het markante gehalte van de films, die verder vooral door de iconische figuur van Karloffs monster bepaald wordt.

Ik kan het echter niet helpen na lezing van Shelleys oerboek de films tamelijk oppervlakkige vertoningen te vinden. Om zojuist genoemde redenen zijn het memorabele films die hun plek in de filmgeschiedenis terecht verdiend hebben. Maar met het makkelijke spektakel is de thematische rijkdom volledig verloren gegaan.

De roman: ★★★★☆
De adaptatie: ★★★☆☆


Onderwerpen: , , , ,


2 Reacties

  1. Erwan

    Ik heb het boek zelf niet gelezen, maar volgens mij was het Whale zeker met Bride niet te doen om ook maar enigszins trouw te zijn aan het bronmateriaal. Sowieso had hij helemaal geen trek in het regisseren van nog een horrorfilm totdat hij carte blanche kreeg van Universal en er een mix van horror en campy komedie van maakte. Het monster speelt hoe dan ook nogal tweede viool in Bride, het gaat naar mijn idee veel meer om de relatie tussen de baron en de flamboyante dokter Pretorius.

    Maar hetzelfde gaat natuurlijk ook op voor die andere grote horror-roman: Dracula. Zo’n beetje iedere verfilming neemt een loopje met de roman behalve dan Coppola die zijn film niet voor niets Bram Stoker’s Dracula noemt en notabene Jesus Franco met zijn adaptatie.

  2. Arjen

    Als adaptatie zijn de twee films natuurlijk een stuk simpeler of in ieder geval anders. Ik moet zeggen dat vooral de tweede film me af en toe wel een beetje ontroerde, vooral de scène in het huisje met de blinde man. Het Monster van Frankenstein is in de films misschien geen verfijnde geest, maar de films weten hem wel aardig als juist het tegenovergestelde neer te zetten: als een soort gehandicapt persoon, of iemand die zich niet kan uiten en het toch echt allemaal wel goed bedoeld. Een stuk simpeler maar toch wel effectief.

    Dat de films nadruk leggen op de heksenjacht wordt ook wel eens als hun sterke kant gezien. De eerste film wordt wel eens gelezen als een film die gaat over de vervolging en de lynchpartijen van Afro-Amerikanen, maar ik kan me niet herinneren of ik dat er nou duidelijk in vond zitten. De tweede film wordt ook wel gezien als een film over homoseksualiteit en ik kan wel zien hoe men daar opkomt. De regisseur was natuurlijk homoseksueel en er zitten veel scènes in met die twee mannen die samen nieuw leven creëren langs wetenschappelijke weg, omdat ze het samen niet op de gewone manier kunnen. Maar ja, of dat allemaal écht zo bedoeld is… Ik moet zeggen dat ik de scène waarin The Bride tot leven wordt gewekt wel echt briljant vind, een hoogtepunt uit het sciencefictiongenre. Enorm goed geschoten en gemonteerd, heel episch allemaal.


Reageer op dit artikel