De (commerciële) kracht van herhaling
Hoe Hollywood in recycling het nieuwe goud vond

Fifty Shades of Grey, The Hobbit-trilogie, The Hunger Games-serie, de zoveelste vervolgen op Iron Man, Superman, Scream, Fast & Furious: de Amerikaanse releasekalender van 2013 maakt vooral déjà vû-gevoelens los. Wederom. Remakes, sequels, prequels en boekverfilmingen dicteren het aanbod. Zelfs de kritiek op dit gebrek aan originaliteit is inmiddels sleets. Toch blijkt dit inderdaad een ontwikkeling van de laatste jaren, en was vroeger alles… anders. In een boeiend artikel in Vanity Fair schetst Margaret Heidenry de ontwikkeling van het script door de decennia heen. Met name de afgelopen 25 jaar leest als een rise and fall van de originele scriptschrijver.


Het ironische is dat een schrijversstaking zowel aan het begin als aan het eind stond van de populariteit van het originele script. In de jaren 60 en 70 waren de studioschrijvers van het type dat in Sunset Boulevard (1950) en In a Lonely Place (1950) te zien is al ingeruild voor schrijvers die ideeën verkochten en uitwerkten in een script. Daar werden weliswaar soms substantiële bedragen voor neergeteld (Butch Cassidy and the Sundance Kid (1969) deed $ 400.000), maar pas echt voor de wind ging het na de maandenlange staking van 1988. De kant-en-klare scripts hadden zich intussen opgehoopt en een nieuwe manier van werken was gevonden.

De markt van de scripts werd al snel een handel vergelijkbaar met Wall Street; met veilingen, hypes, ondoorzichtigheid en de schrijvers zelf als spekkopers. Het script van The Last Boy Scout (1991) leverde $ 1,75 miljoen op. Joe Eszterhas kreeg $ 3 miljoen voor Basic Instinct (1992), een klusje van 13 dagen. Ook een spektakelfilm als Independence Day (1996) kwam als origineel script op de markt, nu bijna ondenkbaar. Het waren, kortom, de tijden zoals Robert Altman die verbeeldde in The Player (1992). Geen enkele studiobaas wilde de sukkel zijn die het script voor de geheide kaskraker had laten lopen.

In retrospectief doet het denken aan de wedloop in de jaren 70, toen de studio’s volop speculeerden op de kunsten van regisseurs. Ook dat nam af toen de financiële risico’s te groot werden. In de loop van de jaren 00 trad de bezinning langzaam in. De markt werd transparanter door tracking boards en e-mailverkeer. “When people just had telephones, there was confusion, and I always found confusion led to sales,” merkt een scriptverkoper daarover op. Bovendien veranderde de markt: studio’s gingen op in grote conglomeraten en de krimpende video- en dvd-markt maakte de terugverdientijd veel korter (lees: een flop in de bioscoop, is nu een flop. Punt.). De bankencrisis kwam er overheen, het financiële vet op de botten van studio’s opsouperend, terwijl banken minder soepel financieren bij producties.

Voor zover deze ontwikkelingen nog niet genoeg waren een nieuwe weg in te slaan, was de schrijversstaking in 2007 dat wel. Strategische reflectie deed inzien dat deze manier van werken kostbaar was, alleen al door de enorme voorschotten op uiteindelijk nooit verfilmde scripts. Belangrijker nog: er was te weinig zekerheid op succes. In een tijd waarin minder films geproduceerd kunnen worden, die bovendien beslist niet mogen falen, een belangrijke factor.

Het hart veroveren van het grote publiek met nieuw materiaal is een lastiger klus dan inspelen op positieve sentimenten die al leven. Of in marketingtermen: ga uit van een bestaand product dat op zichzelf al een sterk merk is. Zie daar de hoos aan producten gebouwd op ‘intellectual property’: filmseries, comics, spin-offs, bestsellende boeken. Zolang het publiek er maar bekend mee is.

Op korte termijn zal dit Hollywood-landschap wel niet veranderen. Met dit toekomstperspectief voor ogen, lijkt het me dan ook aardig te onderzoeken wat voor artistieke waarde er kan schuilen in films gebouwd op zogenoemd ‘intellectual property’. Of simpel gezegd: wat maakt een boekverfilming méér dan een reproductie van wat we al kennen. Want tot boekverfilmingen wil ik me als fervent lezer beperken. Behalve als commercieel concept, is de literatuur cinema’s meest dankbare artistieke bron. Regisseurs als Pasolini en Kubrick bouwden er hun oeuvre op. In een onregelmatig te verschijnen reeks zal ik literaire werken vergelijken met een verfilming die prikkelt, nieuw licht op het originele materiaal werpt. Of misschien juist niets toevoegt, maar daarmee de do’s and don’ts van adaptaties illustreert.


Onderwerpen: , , ,


1 Reactie

  1. Theodoor Steen

    De grap is, Independence Day is nauwelijks een origineel script te noemen. De makers steken niet onder stoelen of banken dat de film bedoeld is als een update van The War of the Worlds van H.G Wells. Het plot wordt grotendeels gevolgd: totale destructie, mensenwapens die niet werken tegen de schilden van de aliens en een virus (elektronisch of bacteriëel) dat uiteindelijk de aliens de das om doet.


Reageer op dit artikel