De eerste nieuwe golf van de Franse film
Themaweek Frans impressionisme: een introductie

Coeur fidèle

De eerste themaweek op Salon Indien is geheel gewijd aan het Franse impressionisme. Zoals jullie lezers al gemerkt hebben was er de afgelopen maand geen themamaand, in plaats daarvan hebben we besloten deze zomer enkele geconcentreerde themaweken te organiseren, om eens te kijken hoe dat gaat. Feedback hierover is welkom en zal dat na afloop ook zijn, net zoals jullie gedachten over de themamaand als concept in het algemeen en de uitvoering daarvan sinds september vorig jaar. Deze week richten we onze blik op de Franse impressionistische cinema van de jaren twintig van de vorige eeuw.

Deze beweging bestond uit een aantal Franse filmmakers die geïnspireerd door technieken uit Hollywood een breuk wilden met de huidige Franse cinema, volgens hen niet meer dan gefilmd theater. De grote namen zijn Abel Gance, die de eerste Franse impressionistische film maakte in 1918, La Dixième symphonie, en wiens epos Napoléon (1927) de bekendste film van de beweging werd, Jean Epstein, Marcel L’Herbier, Louis Delluc en Germaine Dulac. In 1929 maakte Epstein met Finis terrae de laatste film van de beweging. Net als de regisseurs van die latere grote nieuwe golf van de Franse cinema, de Nouvelle Vague, schreven deze filmmakers hun gedachten over film eerst op alvorens ze uit te voeren.

Die ideeën bestonden er voornamelijk uit dat de (Franse) cinema teveel uit theaterverfilmingen bestond, dat film een uniek medium was dat een eigen vorm van kunst was. Dat deze kunst expressie van gevoelens van de maker is, dat gevoelens bij de kijker oproept, en dat kunstwerken vluchtige gevoelens, oftewel impressies, creëerden. Een wat ouderwetse kijk op kunst in de jaren twintig, gestoeld op negentiende-eeuwse ideeën uit de Romantiek en Symboliek, maar desalniettemin nieuw voor de filmwereld. Daarbij waren de ritmische mogelijkheden van film zeer belangrijk voor de impressionisten, omdat daarmee emoties en reacties van personages op de actie konden benadrukt worden in plaats van slechts de actie zelf.

Dat alles is terug te zien in de films die zij in de jaren twintig maakten, waarmee met inventieve technieken (deels uit Hollywood geleend, waar die echter niet voor dezelfde doeleinden werden gebruikt) emoties, visioenen, dromen en herinneringen worden weergegeven. De subjectieve ervaring van de personages staat centraal, door middel van superimpositie, filters, filmen via vervormende spiegels, vertraagde of versnelde beelden, dito montage en natuurlijk de shots vanuit het oogpunt van de personages. Hoe zulke technieken werden ingezet en waarom verschilt wel weer per film, en hoe precies, dat gaan we aan de hand van een aantal voorbeelden deze week bekijken.


Onderwerpen: , , , , , ,


2 Reacties

  1. beavis

    allemaal fijne filmmakers!
    alleen L’Herbier moet ik zelf nog beter verkennen, maar daarvan is gelukkig toch al heel wat op DVD verschenen.

    En dan aansluitend met zijn allen naar Noche (wereldpremiere op het IFFR gehad en op 10 augustus een unieke kans om die in te halen in de openluchtbios Roffa Mon Amour naast het oude Station Hofplein) een zeer impressionistische film die me erg aan Epstein’s werk deed denken :)

  2. Verhoeven

    Aha, dus daar haalde Noche de mosterd vandaan. Jean Epstein gaat op de kijklijst.


Reageer op dit artikel