De Johnsons (1992)
Bloederige bombast in de Bijlmer.

De Johnsons

Rudolf van den Berg mag nu vooral bekend zijn vanwege zijn prestigieuze literatuur-verfilmingen (De Avonden (1989), Tirza (2010)) en filmhuis-producties (Süskind (2012)), ooit maakte hij een van de meest bizarre horrorfilms van Nederlandse bodem. Waar de meeste puur Nederlandse horrorproducties slashers of zombiefilms zijn, en de meeste filmhuisproducties met horrorelementen weigeren de horror volledig te omarmen, daar is De Johnsons (1992) een unieke film: surrealistisch én gory, met originele schurken en een flinke dosis absurde elementen. Het is horror op een filmhuismanier, óf een art-film met bakken vol gore.

Oriëntalisme en Freudiaanse symboliek

De structuur van de film begint al op een vreemde wijze. We volgen twee verhaallijnen, de verhaallijn van persfotografe Victoria (Monique van der Ven) en haar dochter Emalee op een trip in de Biesbosch, en het verhaal van Professor Keller (Kenneth Herdigein), een specialist in (Zuid-Amerikaanse) folklore die onderzoek moet doen naar een moorddadige zevenling… in de Biesbosch. De verhalen kruizen zich pas vrij laat in de film, en tot die tijd dienen beide verhaallijnen om het verhaal van de zevenling, De Johsons, uit te diepen. Deze zevenling blijkt iets te maken te hebben met Zuid-Amerikaanse folklore rondom de God Xangadix en vormen al snel een gevaar voor Victoria en haar dochter.

Door een van de hoofdpersonen een professor in folklore te maken krijgt Rudolf van de Berg de kans om academische thema’s te gebruiken voor pure horror. Hij gebruikt aspecten van het Oriëntalisme (voodoo-dokters, rituelen) en Freudiaanse symboliek (bloed, phallussymbolen, dierlijke slachtingen, embryo’s, ontmaagding, verkrachting) om een intense surrealistische sfeer te creëren. Door Oriëntalisme en Freudiaanse symboliek niet te veroordelen, maar juist te zwelgen in het onderbewuste, clichés en rituelen ontstaat er een onaardse sfeer waar de symbolen kracht bezitten om te doden.

Italiaanse horror op zijn Hollands

De film is daardoor meer dan een tikkie bombastisch. In een klimaat waar de Nederlandse film vooral zo realistisch en subtiel mogelijk dient te zijn is het een frisse wind een offerritueel te zien waarbij een kale zevenling penismaskers op hebben. Een film met een monsterlijke telekinetische embryo is uniek in de Nederlandse filmwereld, en toont het lef van regisseur Rudolf van den Berg.

Voor de stijl van de film leent hij dan ook bij andere bombastische regisseurs. In het kleurgebruik doet de film sterk denken aan de films van Mario Bava. Ook Lucio Fulci en Dario Argento komen langs, in de duistere droomachtige kwaliteiten van de film. Veel koortsachtig rood en nachmerrieachtig blauw in het kleurenpalet. Voor het setgebruik maakt Rudolf van den Berg ook gebruik van de bombast van Italiaanse cineasten. De sets zien er een tikkie onrealistisch uit, maar dat versterkt de absurditeit van het geheel. Dat Van den Berg van Bijlmerflats en kantoorgebouwen Opera-achtige bombast weet te maken is een grote verdienste. De betonnen structuren worden doodeng in de handen van Van den Berg, en dat komt door zijn beheersing van kadrering. Door de bombast op te zoeken maakt hij een unicum in de Nederlandse filmwereld: een horrorfilm die dichter bij fantasie dan werkelijkheid staat, maar toch typisch Nederlands is.


Onderwerpen: , , , , , , ,


Reageer op dit artikel