De jukeboxen van Wong Kar-Wai
Een top tien titels (1/2)

3 mei 2013 · · King Hong + Lijst

Wong Kar-Wai

The Grandmaster, de elfde film van Wong Kar-Wai, komt binnenkort in Nederland uit. Reden om nog eens naar zijn oeuvre te kijken (ook in het kader van de Hong Kong-maand uiteraard) en zijn filmografie leent zich dankzij de hoeveelheid uitstekend voor een top tien. Daarnaast is het wel eens aardig om deze regisseur, toch een van de grootste namen van de wereldcinema van de afgelopen 25 jaar, met een wat positievere blik te benaderen dan voorheen op deze site is gebeurd. Hoewel we onderaan de lijst beginnen en daar natuurlijk eerst het mindere werk aantreffen:

As Tears Go By

10. As Tears Go By (1988)

Wongs debuut is meteen zijn zwakste film, hij moest duidelijk nog oefenen. Wel zijn hier al een deel van de kiemen van zijn latere successen te zien. Zo probeert hij hier al de kenmerkende vertraagde en versnelde cinematografie uit in actiescènes, maar werkt dat nog voor geen meter en is flink storend. Het gangsterverhaal is dan weer vrij standaard en de uitwerking niet heel bijzonder. Er is één lichtpunt dat al wel goed werkt, ondanks dat het behoorlijk kitsch en melodramatisch is: een bijna woordeloze montage waarin twee protagonisten elkaar ontmoeten en verliefd worden, met als soundtrack een Cantonese cover van “Take My Breath Away”.

Days of Being Wild

9. Days of Being Wild (1990)

Wongs tweede film is al een vooruitgang, zeker qua beeldcompositie en kleurgebruik. Dit is dan ook de eerste film die hij maakte met cinematograaf Christopher Doyle, zijn compagnon en filmpartner tot midden vorig decennium. Niet alles in de verscheidene verhaallijnen is even interessant en het gangstergedeelte botst opnieuw onhandig met de liefdesverhalen, maar neemt al een stuk minder tijd en ruimte in beslag dan in de vorige film. Toch lijkt eigenlijk de laatste, losstaande scène met het debuut van Tony Leung in een film van Wong bijna boeiender dan het voorafgaande en doet verlangen naar een film over dat nieuwe personage.

Ashes of Time

8. Ashes of Time Redux (1994/2008)

Wong werkte hier jaren aan, zolang zelfs dat hij toen hij ermee vast zat even snel Chungking Express (1994) maakte als tussendoortje. Het is een poging om een soort ultieme wuxia te maken, de Chinese historische martial arts film. Misschien juist daardoor voelt Ashes of Time, met zijn overdreven dialogen en bewust vaag gemonteerde actiescènes eerder als een parodie op het genre aan. En is als zodanig wel zeer genietbaar. Daarnaast zijn de gestileerde beelden van Christopher Doyle om de vingers bij af te likken.

My Blueberry Nights

7. My Blueberry Nights (2007)

Wongs uitstapje naar de Verenigde Staten werd haast universeel afgekraakt en wordt nog steeds vaak als zijn minste film beschouwd. Dat klopt in mijn ogen niet. Wong had dan wel gebroken met Christopher Doyle, Darius Khondji’s kleurrijke pracht en praal doet nauwelijks onder voor die van zijn voorganger. Het is allemaal wat minder subtiel misschien, en de metaforen wat letterlijker dan voorheen, Wongs gevoel voor romance is er toch echt niet minder op en naast de beelden is ook de soundtrack heerlijk sfeervol. Geen hoogvlieger misschien, maar een aangename vingeroefening van Wong.

The Hand

6. The Hand (2004)

Dat laatste geldt ook wel een beetje voor The Hand, één derde van het drieluik Eros. Het is een soort toetje na In The Mood for Love (2000) en 2046 (2004) met een soortgelijke sfeer, esthetiek en thematiek. De veertig minuten lange film verkent dezen uiteraard minder uitgebreid maar is desalniettemin een fijne variatie. De bekende onvervulde verlangens van mooie mensen in het Hong Kong van de jaren ’60 (in dit geval Gong Li als prostituee en Chang Cheh als haar kleermaker) die om elkaar heen cirkelen maar niet verder dan dat willen of kunnen, het blijft in dit geval fijn om naar te kijken ook al is het wat al te bekend en een beetje cliché.

De top vijf volgt aanstaande maandag.


Onderwerpen: , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel