De sequel als vergrootglas: Happy Feet 2
Malen over Miller (Slot)

19 januari 2013 · · Kritiek + Malen over Miller

Happy Feet 2

Happy Feet (2006) was George Millers eerste experiment met animatie, wat zowel positieve als negatieve uitwerkingen had. Happy Feet 2 (2011) kenmerkt Millers terugkeer naar het universum dat hij creëerde met deel 1, en het resultaat is nagenoeg hetzelfde. Sterker nog, Happy Feet 2 is Happy Feet door een vergrootglas. Alles is groter, luider, kleurrijker, dynamischer maar ook gefragmenteerder, flauwer, makkelijker, kinderlijker en clichèmatiger. De uitvergroting in Happy Feet 2 betekent dat het goede meteen ook erg goed is, en het slechte ongelooflijk pijnlijk.

De pijnlijk slechte kant wordt al onderstreept met de openingsscène waarin moderne popnummers ten grondslag liggen aan een musical-nummer. Waar de muziek in Happy Feet nog bestond uit klassiekers, zijn het hier moderne (hiphop- en R&B-)nummers die ten gehore gebracht worden. Dat zorgt voor onder andere een verschrikkelijk tenenkrommende versie van (het normaliter glorieuze) Sexy Back genaamd Fluffy Back. Op dit musicalnummer volgen een aantal grappen van een soort humor dat in Happy Feet grotendeels ontbrak: poep- en plashumor. De toon lijkt op een negatieve manier gezet.

De voedselketen als existentiële crisis

Maar dan is daar opeens een scène met Bill en Will the Krill. Deze garnaaltjes (Brad Pitt en Matt Damon) bevinden zich in een existentiële crisis waarbij ze hun plaats in het geheel afvragen. Het onderstreept de problemen van hoofdpersoon Erik, de zoon van pinguïn Mumble uit het eerste deel, die zich eveneens afvraagt wat zijn plaats is in het geheel. De link tussen de twee soorten wordt nooit expliciet gemaakt, wat een krachtige zet is van George Miller als scriptschrijver. Het benadrukt een volwassener benadering van thematiek, die nog eens onderstreept wordt wanneer Will en Bill ontdekken wat er gebeurt met hun kolonie. Het levert een uiterst dynamische introductiescène op waar Miller op fantastische manier speelt met camera en perspectief. Zo sterk zelfs dat deze scène bijna volledig draait om het vergelijken van het formaat van een krielgarnaal (Will en Bill) met een walvis. De manier waarop de walvis wordt getoond vanuit het perspectief van deze krielgarnaaltjes is adembenemend en ongetwijfeld de sterkste scène in de film.

De dynamiek van deze scène slaat slechts over op enkele scènes in de film. De film is dan ook zeer gefragmenteerd te noemen, waarbij verschillende onderdelen nooit samenkomen. Ondanks dat de scènes vrijwel allemaal dezelfde thematiek hebben worden ze nooit echt onderdeel van een plot. Het thema is overduidelijk dat je onderdeel kunt zijn van een voedselketen en, dat hoewel je evolutionair niet boven je ras/familie/soort kunt uitstijgen, je wel kunt uitblinken binnen je eigen clan. Je kunt pas je plaats vinden door je unieke kant te vinden. Vind je plaats in de voedselketen en je weet waar de lat zich bevindt om hoger te leggen. Deze thematiek komt voor bij het nieuwe personage Sven, een papegaaiduiker, bij Bruce, een zee-olifant, bij Will en Bill, bij Mumble en bij Erik. Nooit echter ontstaat het idee dat deze personages allemaal hetzelfde plot bevolken. Bill en Will blijven compleet losstaan van de rest van het verhaal, de plot rondom Bruce zorgt voor een tijdelijke afleiding van de hoofdplot, en Sven ontwikkelt zich nooit verder dan een idool van Erik, hoewel er genoeg aanleiding wordt gegeven voor verdere uitwerking.

Duistere tinten en “Surprise Bowie”

Zo is er een fantastische sequentie waarin het verhaal van Sven uit de doeken wordt gedaan in een zwart-wit kleuren-patroon. Het is een visueel hoogstandje en bevat daarnaast een duisterder toon die hier en daar in de film opduikt en die doet denken aan de gloriedagen van Babe: Pig in the City (1998). De duisterder toon zit ook in een hilarisch staaltje publieksmanipulatie waarbij twee jonge zeehonden reageren op de mogelijkheid van de dood van hun vader. Het is een regelrechte parodie op Bambi (1942) en andere Disney-tearjerkers, die vanwege het bijtende cynisme positief opvalt. Het is tekenend voor een film die tonaal alle kanten opwaait, ook in kwaliteit.

Wat dat betreft is het een logisch vervolg op Happy Feet. De dynamische scènes uit deel 1 zijn uitvergroot, de duisterder scènes ook, de irritante muziek helaas ook. Is Happy Feet 2 goed, dan is de film ook echt goed, zoals de scènes rondom de Krill en de flashback rondom Sven. Is de film slecht dan krijg je een vertolking van Dragostea din tei door de gehele populatie van de Zuidpool. Een film van diepe dalen en hoge pieken, die gelukkig op een tamelijk sterke wijze eindigt met een indrukwekkende vertolking van Under Pressure. Ook hier lijkt Miller weer een spelletje met het publiek te spelen. Na Dragostea din tei ben je op alles voorbereid, dus huiverde ik toen de klanken werden ingezet van Ice, Ice Baby. De film lijkt met zijn Pinguin- en ijsgerelateerde humor in staat tot het ophemelen van zo’n verschrikkelijk eighties-lijflied, maar niets bleek minder waar. De tonen bleken geen voorbode te zijn van Vanilla Ice maar van Queen en David Bowie in het superieure origineel van deze riff. Het toont het spelen met verwachtingen door Miller, die de verwachtingen met Happy Feet 2 waarmaakt, zowel de negatieve als positieve.


Onderwerpen: , , , , ,


Reageer op dit artikel