Esthetisch verantwoord moorden met John Woo

17 mei 2013 · · Beschouwing + King Hong

Directe aanleiding voor deze Hong-Kong-maand was de release van The Grandmaster, wat Kaj van Zoelen doortrok met een blik op het gehele oeuvre van Wong Kar-Wai. Voor mij reden om kennis te maken met een heel ander eind van het spectrum: John Woo in zijn pre-Hollywood-jaren. Tenminste, ik dacht dat het een wereld van verschil zou zijn. Naarmate mijn Woo-introductie vorderde drong de naam Wong Kar-Wai zich als vergelijkingsmateriaal steeds nadrukkelijker op.

Natuurlijk, in de jaren dat films me slechts konden boeien bij aanwezigheid van een behoorlijke dosering explosies en wapengekletter, passeerden ook films als Broken Arrow (1996), Face/Off (1997) en Mission: Impossible II (2000). In overwegend positieve zin, al bekeek ik die niet in termen van een herkenbare, persoonlijke stijl.

In zijn films van voor de overstap van Hong-Kong naar Hollywood, valt daar moeilijk aan te ontkomen. The Killer (1989) was de enige die ik, vrij recent, in zeer positieve zin ontdekte. A Better Tomorrow (1986) en Bullet in the Head (1990) waren de twee nieuwe titels voor mij. A Better Tomorrow is, als oudste van het stel, wellicht de meest innemende. Zo’n film waarbij, zo stel ik me voor, de stukjes voor het eerst in elkaar vallen, met de frisheid van dien. Anders is dat bij The Killer, die tegen het plafond van stilistische perfectie aanschuurt. Moeilijk te overtreffen. De ambities van Bullet in the Head liggen dan ook meer op schaalvergroting dan op stilistische ontwikkeling. En daarbij is deze film, met een segment in een Vietcong strafkamp, opvallend ernstig en politiek van toon.

Toch zit er veel eenheid en continuïteit in de films. De stijlkenmerken vallen snel op één hoop te gooien: slow motion, freeze frames, nadrukkelijk aanwezige (Chinese) popmuziek, ritmische montage, herhalende shots, beeldende details, elegant gechoreografeerde schietpartijen (met als handelsmerk de dubbele pistolen) en een voorliefde voor fancy pakken, jassen en Ray Ban zonnebrillen. Al deze factoren dragen bij aan een zelfde soort esthetiek, waarbij de sleutelwoorden ‘cool’, ‘elegant’ en ‘poëtisch’ zijn.

Dat geldt voor zowel de actiescènes als de opbouwende, verhalende scènes. Het ritme tussen die twee type scènes wordt overigens in The Killer het beste gevonden. De verhalende scènes draaien hierin om een huurmoordenaar die nog een klus klaart, zodat hij een oogoperatie kan betalen voor een vrouw die hij ooit per ongeluk blind schoot. Deze scènes zijn nogal verzadigd qua kleur en belichting, en focussen veel op details als de witte sjaal die ooit om het gewonde gezicht van de vrouw gebonden werd. In de opbouw naar actiescènes zien we verschillende montagetechnieken. Om een accent te zetten gebruikt Woo freeze frames, of herhalende shots; korte shots die een keer of drie snel achter elkaar gezet worden. Ook komen er vaak parallelmontages voorbij, van twee uiteenlopende scènes die door elkaar heen gemonteerd worden. Vaker symbolisch van aard, dan verhalend. Al deze montagetechnieken creëren een flow, waarvan aan te voelen valt dat er naar een climax toegewerkt wordt.

De actiescènes zijn gecontroleerde ontladingen, vergelijkbaar met dansscènes in musicals. Slow motion, ritmische montages waarin het overzicht nooit verloren gaat, en ook hier weer oog voor details. Het ritme is het allerbelangrijkste, dus eerder veel korte shots die tezamen de handeling vormen, dan een groot tableau met hoge informatiedichtheid. Deze scènes dienen natuurlijk ook ter meerdere eer en glorie van de actieheld. Want die blijft te allen tijde cool onder de spanning en heeft een intuïtieve radar voor gevaar.

Dat is dan wel zijn sterkte, zijn valkuil is een hang naar vriendschap, die meestal niet onvoorwaardelijk mogelijk is. De drie films die ik zag zijn dan ook uitgesproken mannenfilms. Als er al vrouwen aanwezig zijn dan verhouden de mannen zich daar nauwelijks in romantische zin toe. Ze fungeren eerder, zoals in The Killer, als alibi om een plot aan op te hangen. De mannelijke vriendschapsbanden zijn veel specifieker aanwezig als thema. De behandeling daarvan doet denken aan de klassieke westerns, waarbij de menselijke verhouding tussen protagonist en antagonist dikwijls complexer ligt dan de goed/slecht-posities die ze in professionele zin innemen.

Vreselijk diep gaat dit niet, en het schurkt regelmatig tegen de grenzen van kitsch. De genoemde stilistische keuzes vergroten die indruk. Ook hierin zag ik verwantschap met Wong Kar-Wai, die, bij gebruikmaking van hetzelfde soort stilistische middelen, eerder voor overdaad dan subtiliteit kiest. Beide cineasten spelen daarmee meer in op het overbrengen van een bepaald gevoel of sfeer, dan op een intellectuele benadering. De verhalen en personages van een A Better Tomorrow of The Killer ‘werken’ daardoor wel. Vergelijk dit met de Amerikaanse actiefilm, waar op dat vlak zelden veel te beleven valt. Aangevuld met het choreografische spektakel van de actiescènes maakt dit stilistisch fijnzinnige cinema.


Onderwerpen: , , , , ,


2 Reacties

  1. Rem

    Ik ben een liefhebber van Aziatische films, uit het actiegenre in het bijzonder. Die hang naar vriendschap die je opvalt, zie ik heel vaak terug in het Aziatische actiefilms. Helemaal bij Woo natuurlijk, maar volgens mij hebben heel veel films uit Azië zo’n complexe verhouding/vriendschap tussen twee mannen. Wel boeiend, waar het echt vandaan komt weet ik niet.

  2. Rik Niks

    Interessante toevoeging. Ik ben zelf te weinig bekend met de Aziatische uitwerking van dit genre, maar het viel me als rode draad in de films van Woo op. Binnen mijn referntiekader moest ik vooral denken aan de western, met name de films van Sam Peckinpah, die ook qua stijl natuurlijk overeenkomsten heeft met Woo. Wel verfrissend, al kan ik me indenken dat bij teveel herhaling dit thema net zo sleets wordt als de verplichte romance in Amerikaanse actiefilms.


Reageer op dit artikel