Genotzoekers vs Idealisten
Tegenpolen van het Grote Inspirerende Verhaal

19 september 2013 · · Beschouwing

De fitnessschool als microkosmos? Michael Bay neemt in het eerste half uur van Pain & Gain (2013) uitgebreid de tijd alles wat er mis is met de Amerikaanse samenleving op te hangen aan het kleurrijke pluimage dat Daniel Lugo in zijn sportschool onder handen neemt. Niet in het minst met Lugo zelf, via wiens broze verstand we deze bespiegelingen opgediend krijgen. Lugo is misselijk van de losers die wel een goddelijk lichaam willen, maar hun luxueuze leven niet willen bijstellen met het benodigde afzien. Genotzoekers, die met een shortcut de lastige weg naar zelfvervulling omzeilen; we zagen ze al meer dit jaar.

De ironie in Pain & Gain is dat Lugo diezelfde gemakzuchtige weg inslaat. Succes komt hem immers toe; tamelijk Nietzscheaans verwezenlijkt hij zijn potentie over de hoofden van de massa die hij minacht. Een geëscaleerde kidnap van een zakenman verder, blijkt dat Lugo’s bloederige streven zich in deze vreemde satire vertaalt in het ultieme einddoel… de ideale buurman uit te kunnen hangen in een aangeharkte villawijk. In zijn slipstream hebben Paul Doyle en Adrian Doorbal hun moeilijke idealen, respectievelijk een leven in den Heere en een natuurlijk bij elkaar gefitnesste spiermassa, ook maar overboord gekieperd voor de snelweg naar instant genot.

Eerder dit jaar was er al Spring Breakers, die de Floridaanse zon en nadrukkelijke aandacht voor welontwikkeld mensenvlees deelt met Pain & Gain. De eindeloze feesten oefenen een bijna spirituele aantrekkingskracht uit op een groepje tienermeiden. Geen geld is geen probleem, het genot van Spring Break is immers hun recht, wat een overval op een cafetaria dan ook legitimeert. Hedonisme is in deze film bijna een godsdienst, met rapper Alien als sjamaan. Het meisje Faith houdt zweverige lofzangen over het spirituele gehalte van deze plek, maar de hele exercitie lijkt vooral een wegvluchten in een onhoudbaar sprookje.

In zowel Pain & Gain als Spring Breakers zou je verschrikkelijk nihilistische films kunnen zien, wat dan ook veelvuldig gedaan is. We vinden het nu eenmaal niet prettig naar gemakzuchtig ingestelde mensen te kijken, zeker niet als de regisseur ook nog eens de schijn lijkt te wekken er enige goedkeuring voor te kunnen wegdragen. Toch zag ik deze karaktertrekken ook terug bij personages in ‘serieuzer’ films dit jaar. In Ulrich Seidls portret van exploitatie door vakantievierende Oostenrijkers in Kenia in Paradies: Liebe. In Woody Allens Blue Jasmine, waarbij gezegd moet worden dat Jasmine óók gevolgd wordt op het alternatieve, moeilijkere pad, na het knappen van de zeepbel van te makkelijk vergaard materieel geluk.

Ik onthoud me graag van bespiegelingen over hoe deze films al dan niet iets zeggen over de huidige tijdsgeest. Dat zou te makkelijk zijn. Bij de vraag waarom juist dit setje films een snaar bij mij raakt, kom ik wel op een contrast met veel andere films die ik dit jaar zag. Wat we zien zijn valsspelers, die opgaan in het eigen genot of succes, en blind zijn voor wat dat bij anderen teweeg brengt. Duurzaam is het geluk dan ook nooit. Inspirerend? Mwah. Vergelijk dat met films als Lincoln, Zero Dark Thirty of The Grandmaster; films die druipen van het idealisme. Of dit nu een politiek idealisme is, of een perfectioneren van een talent; inspirerend is zo’n inzet voor een hoger doel zeker. Maar eerlijk is eerlijk, dit kunstje kennen we wel. Deze films intrigeren hooguit door het resulterende zwarte randje van deze tomeloze toewijding. Juist het tegendeel te tonen kan ook prikkelen.

Een andere effect is dat er een zekere herkenbaarheid schuilt in deze thematiek. De verleidingen van alledag, die nobeler streven in de kiem smoren. De snelle, gemakkelijker route die we soms verkiezen boven de weg van grotere weerstand. De zwaktes van de mens zijn zo bezien herkenbaarder dan de bovenmenselijke prestaties. Zelfs als dat geserveerd wordt in de vorm van een geflipte satire als Pain & Gain


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel