Het beste van de jaren 30 (1/2)
Footlight Parade: de persoonlijke favorieten

Na een maand vol animatie, musical, sentimentele cinema, sterke actrices en andere de jaren 30 definiërende onderwerpen, is het tijd de balans op te maken met de beste films uit dit decennium volgens de Salon Indien-redactie. Morgen publiceren we de top 10 die dit opleverde. Onvermijdelijk vielen er pareltjes buiten de boot; persoonlijke favorieten die net te weinig draagvlak hadden om de lijst te halen. Bij wijze van prelude zetten we enkele van deze titels in het zonnetje.

Theodoor Steen – The Wizard of Oz (Victor Fleming, 1939)

The Wizard of Oz is niet alleen een gigantische Hollywood-klassieker vol kleurrijke sets, fantastische nummers en bonte personages, het is ook een film die tot de verbeelding spreekt vanwege één feit: doordat de film het opnam voor de underdogs is de film extreem vaak geclaimd door subculturen en minderheden. “A friend of Dorothy” was een van de geuzennamen waaronder homo’s opereerden voordat ze in de openbaarheid konden verschijnen. Pink Floyd werd verbonden met de klassieker doordat Dark Side of the Moon goed met de film bleek te synchen. Cultfilmmakers als Walter Murch, Sidney Lumet en Sam Raimi maakten vervolgen, variaties of remakes, en David Lynch, J.J. Abrams, John Boorman, Martin Scorsese, Robert Altman, The Wachowskis, The Coen Brothers en John Landis verwezen uitgebreid naar de film. De lijst wordt groter en groter. Het geeft aan dat The Wizard of Oz tot de verbeelding spreekt van iedereen die zich een beetje anders voelt. Misschien is er, somewhere over the rainbow, ook een plaatsje voor hun.
____________

Fedor Ligthart – Freaks (Tod Browning, 1932)

Het grote verschil met andere horrorfilms uit de jaren dertig, is dat Freaks niet te doen heeft met fictieve monsters, maar uit echte ‘gedrochten’ van het circus bestaat. Een man zonder ledematen die een sigaret draait met zijn mond, de vrouw met de baard, een dwergenpaar en een man zonder benen die op zijn handen loopt. Nog steeds schokkend is de escalatie van geweld en de aanblik van de personages blijft verontrustend, maar ze zijn ook eerlijk en oprecht, wanneer je ziet dat de ‘normale’ mensen zich verwaander en meer oneerbiedig gedragen dan de misvormde groep die ze proberen te manipuleren via seks en geld. Destijds flopte de film, omdat de (maatschappelijke) realiteit waarschijnlijk meer beangstigend bleek dan een Dracula of Frankenstein. Een half uur werd eruit geknipt, maar wat overblijft doet nog steeds huiveren, en niet alleen dat: het zet je aan het denken over wat echte ‘horror’ eigenlijk is.
____________

Lady for a Day

Looi van Kessel – Lady for A Day (Frank Capra, 1933)

Lady for a Day had de boeken in moeten gaan als Capras grote doorbraakfilm. De film werd vier keer genomineerd voor een Oscar en was een van de grotere kassuccessen van 1933. Toch wordt deze film altijd overschaduwd door It Happened One Night (1934), de film die een jaar later wel al die Oscars in de wacht sleepte en die, in tegenstelling tot Lady for a Day, een grote sterrencast had. Onterecht. Lady for a Day is in veel opzichten een film waarin Capras kenmerkende humor en sentimentalisme tot een perfecte samensmelting komen. De film wordt bevolkt door een grote cast van character actors en het is juist met deze kleinere rollen dat Capra de beste scènes neerzet. In plaats van twee sterren die alle aandacht opeisen, vullen de vele in Lady for a Day elkaar perfect aan. Er wordt samen gelachen, er wordt samen gehuild en samen wordt ervoor gezorgd dat de Grote Depressie op een plezierige manier voor anderhalf uur overwonnen mag worden. En dat is Capra op zijn sterkst.
____________

Erwan Ticheler – Modern Times (Charles Chaplin, 1936)

Chaplin staat gelukkig wel degelijk in ons gezamenlijke canon, maar naar mijn idee met de verkeerde film. Modern Times is misschien wel de meest hilarische film aller tijden en daarnaast ook eentje die kritiek uit op de wereldwijde, maar zeker Amerikaanse industriële en technologische ontwikkeling. Klassieke en zeer komische hoogtepunten te over natuurlijk met onder meer de beroemde strapatsen van the tramp in de fabriek waar hij werkt, een acrobatische en door drugs ontstane scène op rolschaatsen en de fabuleuze climax in een restaurant waar Chaplin niet alleen schuttert als ober maar ook een dansje uitvoert inclusief de enige woorden die de meest beroemde zwerver uit de filmgeschiedenis ooit uitsprak. Het is tevens vrij uitzonderlijk dat een film als deze nog steeds stom was terwijl de filmwereld al vrij ver gevorderd was in het maken van geluidsfilms. Dat dit geen seconde leidt tot enige vorm van discussie of afleiding pleit eveneens voor niet alleen de klassieke, maar ook geniale status van Modern Times.
____________

Kaj van Zoelen – Le sang d’un poète (Jean Cocteau, 1930)

Cocteau was van alle kunsten thuis en wordt vaak in eerste instantie als dichter gekenmerkt, maar heeft door de jaren heen ook een aantal prachtige films gemaakt (hoewel die ook een sterk poëtisch karakter hebben). Zijn debuut was meteen een schot in de roos. Eén mijlpaal binnen het surrealisme met als beroemdste beeld Cocteau zelf die voor de spiegel staat en daar dan opeens doorheen valt, het glas opeens in water verandert. De vier aparte gedeeltes zijn allen op hun eigen manier geïnspireerd op (gedeeltes van) de mythe van Orpheus, die door Cocteau wordt gebruikt om onder andere via symboliek zijn ideeën over kunst en kunstenaars uiteen te zetten. Vaak onterecht overschaduwd door latere films La belle et la bête (1946) en Orphée (1950), hoewel die inderdaad net nog ietsje fraaier zijn.


Onderwerpen: , , ,


Reageer op dit artikel